Ga naar inhoud
Encyclopedie

Theologische begrippen

63 kernbegrippen uit de Bijbel — met Hebreeuws en Grieks grondwoord, definitie, kernverzen en onderlinge verbanden.

/
63 begrippen gevonden

Aanbidding

Eredienst
שָׁחָהπροσκυνέωH7812

Shachah — zich neerbuigen, neervallen in eerbied. Proskuneo is letterlijk "naar toe kussen" — een gebaar van totale overgave en verering. Ware aanbidding is in geest en waarheid, niet gebonden aan een plaats maar aan een Persoon.

Almacht

Karakter Gods
אֵל שַׁדַּיπαντοκράτωρH7706

El Shaddai — God de Almachtige, de algenoegzame. Pantokrator is de Heerser over alles. Gods almacht betekent dat niets Zijn wil kan weerstaan, geen situatie hopeloos is, en geen belofte onvervulbaar. Bij God zijn alle dingen mogelijk.

Antichrist

Eindtijd
ἀντίχριστοςG500

De ultieme tegenstander van Christus die in de eindtijd zal verschijnen. De "mens der wetteloosheid" die zich in de tempel zet en zich als God voordoet. Maar zijn heerschappij is tijdelijk — Christus zal hem verslaan bij Zijn komst.

Ballingschap

Israel
גָּלוּתH1546

Galut — verbanning uit het land als gevolg van verbondsbreuk. De Assyrische (722 v.Chr.) en Babylonische (586 v.Chr.) ballingschappen zijn keerpunten in Israels geschiedenis. Maar God belooft herstel: "Ik zal uw gevangenen wederbrengen."

Barmhartigheid

Karakter Gods
רַחֲמִיםἔλεοςH7356

Rachamim komt van rechem (baarmoeder) — moederlijke ontferming die niet anders kan dan zich erbarmen. Gods barmhartigheid is Zijn neiging om het oordeel te temperen met genade, de ellendige op te richten en de gevallene te herstellen.

Beeld Gods

Schepping
צֶלֶם אֱלֹהִיםεἰκὼν τοῦ θεοῦH6754

Tselem Elohim — de mens geschapen naar het beeld en de gelijkenis van God. Dit verlleen de mens onvervreemdbare waardigheid en verantwoordelijkheid. Het beeld is beschadigd door de zondeval maar niet vernietigd; in Christus wordt het hersteld.

Bekering

Verlossing
תְּשׁוּבָהμετάνοιαG3341

Teshuvah is "terugkeer" — het omdraaien van de weg van zonde naar God. Metanoia is een radicale ommekeer van denken en handelen. Bekering is niet louter berouw, maar een vruchtbaar nieuw begin, een terugkeer naar de Vader.

Belofte

Verbond
דָּבָרἐπαγγελίαG1860

Gods toezegging die vast en zeker is omdat Hij Zelf garant staat. De Bijbel bevat honderden beloften — van het zaad der vrouw in Genesis tot de nieuwe hemel en aarde in Openbaring. Elke belofte vindt haar "ja" en "amen" in Christus.

Bevrijding

Verlossing
יְשׁוּעָהσωτηρίαH3444

Yeshu'ah — redding, heil, bevrijding. Het is de naam waarvan Jezus (Yeshua) is afgeleid. Gods bevrijding omvat zowel fysieke redding (uittocht, ballingschap) als geestelijke verlossing van zonde en dood.

Bloed

Verlossing
דָּםαἷμαH1818

Dam — het leven van het vlees is in het bloed. In het OT verzoent bloed de ziel; het Pesach-bloed beschermde Israel. Christus' bloed is het betaalmiddel van de eeuwige verlossing, krachtiger dan dat van bokken en stieren.

Doop

Verlossing
βάπτισμαG908

Onderdompeling als teken van reiniging, dood-en-opstanding met Christus. Johannes doopte tot bekering; de christelijke doop bezegelt de vereniging met Christus' dood en opstanding. Het is een openbare belijdenis van geloof.

Eer / Heerlijkheid

Karakter Gods
כָּבוֹדδόξαH3519

Kavod (letterlijk "gewicht") is de zichtbare, overweldigende manifestatie van Gods aanwezigheid — de wolk in de tabernakel, het vuur op de Sinai. Doxa in het NT is de stralende glorie die Jezus deelt met de Vader en die eens heel de aarde zal vervullen.

Eeuwig leven

Verlossing
ζωὴ αἰώνιοςG2222

Meer dan oneindige duur — het is het kennen van de enige waarachtige God en Jezus Christus. Eeuwig leven begint nu al, in de gemeenschap met God, en bereikt zijn voltooiing in de opstanding. Het is Gods gave in Christus.

Feesten des HEEREN

Israel
מוֹעֲדֵי יהוהH4150

Mo'adei YHWH — de "vastgestelde tijden" van God: Pesach, Ongezuurde Broden, Eerstelingen, Wekenfeest, Bazuinendag, Grote Verzoendag en Loofhuttenfeest. Elke feest is een profetische schaduw van Gods heilsplan, van kruis tot koninkrijk.

Gebed

Eredienst
תְּפִלָּהπροσευχήH8605

Tefillah is het naderen tot God in woord en stilte — lofprijzing, smeking, voorbede en dankzegging. Proseuche benadrukt het spreken tot God. Gebed is de ademhaling van het geloofsleven; Jezus trok Zich geregeld terug om te bidden.

Gehoorzaamheid

Ethiek
שָׁמַעὑπακοήH8085

Shama' — horen en gehoorzamen (in het Hebreeuws is "horen" onlosmakelijk verbonden met "doen"). Gehoorzaamheid is het antwoord van geloof op Gods stem. Niet uit dwang maar uit liefde: "Indien gij Mij liefhebt, bewaar Mijn geboden."

Geloof

Verbond
אֱמוּנָהπίστιςH530

Emunah is standvastigheid, betrouwbaarheid en vertrouwen op God. Pistis in het Nieuwe Testament omvat zowel vertrouwen als getrouwheid. Geloof is de grond waarop de rechtvaardige leeft en het middel waardoor de mens gerechtvaardigd wordt.

Genade

Verbond
חֶסֶדχάριςH2617

Chesed is Gods onverdiende, verbondstrouwe goedertierenheid — Zijn vasthoudende liefde die niet loslaat. In het Nieuwe Testament wordt charis de onverdiende gunst waardoor God zondaren redt, niet op grond van werken maar van Zijn welbehagen.

Gerechtigheid

Karakter Gods
מִשְׁפָּטδικαιοσύνηH4941

Mishpat is recht, oordeel, rechtsorde — Gods handelen dat recht doet aan onderdrukten en onrecht straft. Gods gerechtigheid is niet willekeurig maar volmaakt eerlijk. Hij is de Rechter van heel de aarde, die altijd recht doet.

Heiligheid

Karakter Gods
קָדוֹשׁἅγιοςH6918

Qadosh — apart, verheven, onbenaderbaar zuiver. Gods heiligheid is Zijn meest fundamentele eigenschap: Hij is volkomen afgezonderd van al het onreine. De serafs roepen "Heilig, heilig, heilig!" De mens mag naderen alleen door het bloed van het Lam.

Heiliging

Verlossing
קָדַשׁἁγιασμόςH6942

Qadash betekent "apart zetten" — afgezonderd voor God. Heiliging is zowel positioneel (in Christus geheiligd) als progressief (het dagelijkse proces van meer op Christus gaan lijken). De Heilige Geest is de drijvende kracht achter dit werk.

Het Beloofde Land

Israel
אֶרֶץH776

Erets — het land dat God aan Abraham en zijn nageslacht beloofde. Het land is niet zomaar grondgebied maar een verbondsgave, een plek van ontmoeting met God. Het verlies van het land door ongehoorzaamheid en het herstel ervan is een rode draad door de profeten.

Hoop

Eindtijd
תִּקְוָהἐλπίςH8615

Tiqvah — een koord, een verwachting die vasthoudt. Bijbelse hoop is geen onzekere wens maar een vast anker van de ziel, gegrond op Gods beloften. De hoop op de opstanding en de komende heerlijkheid draagt de gelovige door lijden heen.

Israel

Israel
יִשְׂרָאֵלH3478

Yisra'el — "hij die met God strijdt/heerst." De naam gegeven aan Jakob na zijn worsteling bij de Jabbok. Het volk dat uit hem voortkwam is Gods eerstgeboren zoon, Zijn oogappel, de drager van de verbondsbeloften en het instrument van zegen voor alle volken.

Koninkrijk Gods

Eindtijd
מַלְכוּתβασιλείαG932

Het koningschap van God over heel de schepping — nu reeds gebroken aanwezig in Christus en Zijn gemeente, straks volledig gerealiseerd bij Zijn wederkomst. Jezus verkondigt: "Het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen."

Kruisiging

Verlossing
σταυρόςG4716

Het kruis (stauros) was een Romeins martelwerktuig, maar werd het centrale symbool van het christelijk geloof. Aan het kruis droeg Christus de zonde van de wereld en verzoende God met de mens. Het kruis is tegelijk de diepste vernedering en de hoogste verheerlijking.

Liefde

Karakter Gods
אַהֲבָהἀγάπηH160

Ahavah is diepe, onvoorwaardelijke gehechtheid; agape is de zelfopofferende liefde die God IS. Gods liefde is niet sentimenteel maar krachtig, trouw en gevend. Ze culmineert in het zenden van Zijn Zoon — "alzo lief heeft God de wereld gehad."

Lofprijzing

Eredienst
תְּהִלָּהH8416

Tehillah — het bezingen van Gods daden en karakter. Het hele Psalmenboek heet in het Hebreeuws Tehillim (meervoud). Lofprijzing is niet afhankelijk van omstandigheden maar van wie God is; het is een offer dat altijd gebracht kan worden.

Messias

Eindtijd
מָשִׁיחַΧριστόςH4899

Mashiach — de Gezalfde, de door God beloofde Verlosser-Koning uit het huis van David. Christos is de Griekse vertaling. Het hele Oude Testament wijst naar Hem; het hele Nieuwe Testament getuigt dat Jezus van Nazareth de Christus is.

Naastenliefde

Ethiek
ἀγαπάωG25

Het tweede grote gebod: "Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf." In de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan maakt Jezus duidelijk dat "naaste" geen etnische of sociale grens kent. Liefde is de vervulling van de wet.

Nederigheid

Ethiek
עֲנָוָהταπεινοφροσύνηH6038

Anavah — ootmoed, het tegenovergestelde van trots. Nederigheid is niet zwakte maar kracht onder controle. Mozes was de zachtmoedigste van alle mensen; Jezus waste de voeten van Zijn discipelen. God weerstaat de hoogmoedigen maar geeft genade aan de ootmoedigen.

Nieuwe hemel en aarde

Eindtijd
καινόςG2537

De uiteindelijke bestemming van Gods schepping — niet vernietiging maar vernieuwing. God zal bij de mensen wonen, er zal geen dood of tranen meer zijn. Het nieuwe Jeruzalem daalt neer als een bruid. De schepping zucht nu, maar wacht op haar bevrijding.

Offer

Verlossing
קָרְבָּןθυσίαH7133

Korban komt van qarav, "naderen" — een offer is dat waarmee men tot God nadert. Het Levitische offersysteem (brandoffer, zondoffer, schuldoffer, vredeoffer) wijst vooruit naar het volmaakte offer van Christus, eens en voor altijd gebracht.

Oordeel

Eindtijd
מִשְׁפָּטκρίσιςG2920

Gods rechtvaardige beoordeling van alle mensen en hun werken. Het Laatste Oordeel is de ultieme afrekening, waar gerechtigheid geschiedt. Wie in Christus is, komt niet in het oordeel; wie buiten Christus is, staat voor de witte troon.

Opstanding

Verlossing
ἀνάστασιςG386

Anastasis — het opstaan uit de doden. Christus' lichamelijke opstanding is het fundament van het christelijk geloof en de garantie van de toekomstige opstanding van alle gelovigen. Zonder opstanding is het geloof ijdel.

Priesterschap

Eredienst
כֹּהֵןἱερεύςH3548

Kohen — de middelaar tussen God en mens, degene die offert en zegent. Het Levitische priesterschap was tijdelijk; Christus is de eeuwige Hogepriester naar de orde van Melchizedek. Alle gelovigen zijn nu een koninklijk priesterschap.

Psalmen

Eredienst
תְּהִלִּיםH8416

Tehillim — het gebedenboek en liedboek van Israel, 150 liederen die het hele spectrum van menselijke emotie bestrijken: jubel en wanhoop, dank en klacht, vertrouwen en twijfel. Jezus bad de Psalmen; de vroege kerk zong ze.

Rechtvaardiging

Verbond
צְדָקָהδικαιοσύνηH6666

Gods rechtvaardigheid en het rechtvaardig-verklaren van de gelovige. Tsedaqah beschrijft zowel Gods eigen gerechtigheid als de toestand die Hij schenkt. Paulus leert dat rechtvaardiging door geloof komt, niet door werken der wet.

Rust

Schepping
מְנוּחָהκατάπαυσιςH4496

Menuchah — de diepe rust die meer is dan afwezigheid van werk. Het is het thuiskomen bij God, het ophouden van eigen streven. De sabbatsrust wijst vooruit naar de eschatologische rust die overblijft voor het volk van God.

Sabbat

Eredienst
שַׁבָּתH7676

Shabbat — ophouden, rusten. De zevende dag die God zegende en heiligde na de schepping. Meer dan een rustdag is de sabbat een teken van het verbond, een voorproefje van de eeuwige rust, en een wekelijkse getuigenis dat God voorziet.

Schepper

Schepping
אֱלֹהִיםH430

Elohim — de majestueuze meervoudsvorm die Gods volheid uitdrukt. Hij is de Schepper van hemel en aarde, de Maker van alles wat leeft. Alles is uit Hem, door Hem en tot Hem. Hij houdt alle dingen in stand door het woord van Zijn kracht.

Schepping

Schepping
בָּרָאκτίσιςH1254

Bara' — scheppen uit het niets (ex nihilo), een werkwoord dat alleen God als subject heeft. De schepping getuigt van Gods macht, wijsheid en heerlijkheid. Hemel en aarde zijn niet eeuwig maar gewild en gemaakt door het Woord van God.

Shekinah

Israel
שְׁכִינָהH7931

Van shakan, "wonen" — de zichtbare tegenwoordigheid van God, de wolk- en vuurkolom die Israel leidde, de heerlijkheid die de tabernakel en tempel vulde. Hoewel het woord niet in de Bijbel zelf voorkomt, beschrijft het een doorlopend bijbels thema.

Tabernakel

Eredienst
מִשְׁכָּןσκηνήH4908

Mishkan — "woonplaats" — de tent waarin God temidden van Zijn volk woonde. Elk onderdeel (ark, verzoendeksel, menora, reukaltaar) wijst profetisch naar Christus. In Hem "tabernakelt" God onder de mensen.

Tempel

Eredienst
הֵיכָלναόςH1964

Hekal — het paleis van de Koning der koningen, de permanente versie van de tabernakel. Salomo bouwde de eerste tempel; na de ballingschap kwam de tweede. Jezus noemt Zijn lichaam een tempel, en gelovigen zijn samen Gods tempel waarin de Geest woont.

Tiende

Eredienst
מַעֲשֵׂרH4643

Ma'aser — een tiende deel, al voor de wet door Abraham aan Melchizedek gegeven. De tiende erkent dat alles van God is en dat de mens rentmeester is. In het NT verschuift de nadruk naar vrijgevige, blijmoedige geefbereidheid.

Toorn

Karakter Gods
אַףὀργήH639

Aph (letterlijk "neus") — het heilig ongenoegen van God over zonde en onrecht. Gods toorn is geen onbeheerste woede maar een rechtvaardige reactie op het kwaad. Zijn toorn is traag (langmoedig) maar zeker; het kruis is waar toorn en genade samenkomen.

Trouw

Karakter Gods
אֶמֶתπιστόςH571

Emeth is waarheid, betrouwbaarheid, standvastigheid — Gods woord staat rotsvast. Hij kan niet liegen en komt elke belofte na. Zijn trouw houdt stand van geslacht tot geslacht, ook wanneer mensen ontrouw zijn.

Uitverkiezing

Israel
בָּחַרἐκλογήH977

Bachar — kiezen, uitverkiezen. God koos Israel niet om hun verdienste maar uit vrije liefde. Zijn verkiezing schept verantwoordelijkheid: "U alleen heb Ik gekend uit alle geslachten der aarde." In het NT worden ook de heidenen in dit verbond opgenomen.

Verbond

Verbond
בְּרִיתδιαθήκηH1285

Een plechtige, bindende overeenkomst tussen God en mens. God sluit verbonden met Noach, Abraham, Mozes en David, elk met specifieke beloften en voorwaarden. Het Nieuwe Verbond in Christus vervult en overstijgt de eerdere verbonden.

Vergeving

Ethiek
סָלַחἄφεσιςH5545

Salach — vergeven, loslaten. Aphesis is het vrijlaten, kwijtschelden van schuld. God vergeeft grondig ("zo ver als het oosten is van het westen"). Wie zelf vergeving ontvangt, wordt geroepen om ook anderen te vergeven — niet zeven maal maar zeventig maal zeven maal.

Verlossing

Verlossing
גְּאֻלָּהλύτρωσιςH1353

Ge'ulah is de daad van de go'el, de losser, die zijn verwant vrijkoopt uit slavernij of schuld. De uittocht uit Egypte is het oerbeeld van verlossing. In Christus worden gelovigen losgekocht van zonde en dood — niet met zilver of goud, maar met kostbaar bloed.

Verzoening

Verlossing
כָּפַרἱλασμόςH3722

Kaphar betekent letterlijk "bedekken" — het verzoenen van zonde door een plaatsvervangend offer. De Grote Verzoendag (Jom Kippoer) was de schaduw; Christus is het werkelijke Lam dat de zonde der wereld wegneemt, eens en voor altijd.

Voorzienigheid

Karakter Gods
πρόνοιαG4307

Gods voortdurende, alomvattende bestuur van de schepping en de geschiedenis. Niets gebeurt buiten Zijn wil of toelating. Hij werkt alle dingen mee ten goede voor hen die Hem liefhebben — ook lijden, tegenspoed en het kwaad van mensen.

Vrede

Ethiek
שָׁלוֹםεἰρήνηH7965

Shalom — heelheid, compleetheid, welzijn in de breedste zin. Meer dan afwezigheid van conflict: het is de toestand waarin alles is zoals God het bedoeld heeft. De Messias is de Vredevorst die shalom brengt tussen God en mens, en tussen mensen onderling.

Waarheid

Ethiek
אֶמֶתἀλήθειαH571

Emeth — wat vast en betrouwbaar is, werkelijkheid tegenover schijn. Aletheia is het "niet-verborgene." Jezus claimt de Waarheid in persoon te zijn. Waarheid is niet relatief maar gegrond in Gods karakter — Zijn Woord is waarheid.

Wedergeboorte

Verlossing
παλιγγενεσίαG3824

Letterlijk "opnieuw-wording" — de radicale innerlijke vernieuwing waardoor een mens overgaat van geestelijke dood naar leven. Jezus legt Nicodemus uit dat men "van boven geboren" moet worden om het Koninkrijk te zien. Het is een werk van de Heilige Geest.

Wederkomst

Eindtijd
παρουσίαG3952

Parousia — de aankomst, tegenwoordigheid van de Koning. De belofte dat Christus zichtbaar, lichamelijk en in heerlijkheid zal terugkeren. Elke oog zal Hem zien. De wederkomst brengt de opstanding, het oordeel en de voltooiing van Gods plan.

Wet / Torah

Ethiek
תּוֹרָהνόμοςH8451

Torah — "onderwijzing", niet louter wetgeving. De vijf boeken van Mozes bevatten Gods instructies voor het leven. De wet openbaart Gods karakter, diagnosticeert zonde, en leidt naar Christus. In Hem is de wet niet afgeschaft maar vervuld.

Wijsheid

Ethiek
חָכְמָהσοφίαH2451

Chokmah — praktisch inzicht in hoe te leven volgens Gods orde. Sophia in het NT wordt verpersoonlijkt in Christus, in wie alle schatten van wijsheid verborgen zijn. De vreze des HEEREN is het beginsel van wijsheid.

Woord

Schepping
דָּבָרλόγοςH1697

Davar — woord, zaak, daad. In het Hebreeuws zijn woord en daad onlosmakelijk verbonden: God spreekt en het is er. Logos in Johannes 1 is het Woord dat vlees werd — Christus, door wie alles geschapen is en die Gods wezen volmaakt openbaart.

Zonde

Verlossing
חַטָּאתἁμαρτίαH2403

Chata'at — het missen van het doel, afwijking van Gods norm. Hamartia in het NT is niet slechts een vergissing maar een macht die de mens gevangen houdt. Zonde is universeel (alle mensen hebben gezondigd), maar Gods genade is groter.

Zondeval

Schepping
παράπτωμαG3900

De ongehoorzaamheid van Adam en Eva in de hof van Eden, waardoor zonde en dood de wereld binnenkwamen. De zondeval verklaart de gebrokenheid van de schepping en de menselijke neiging tot kwaad. Maar in de val zit al de belofte van het zaad dat de slang zal vermorzelen.