BRIEVEN

Efeze 2

Πρὸς Ἐφεσίους
Hoofdstukken (6)
123456
Getuigen
Interlineair
1
καιυμαςονταςνεκρουςτοιςπαραπτωμασινκαιταιςαμαρτιαις
STATEN

En u heeft Hij mede levend gemaakt, daar gij dood waart door de misdaden en de zonden;

2
εναιςποτεπεριεπατησατεκατατοναιωνατουκοσμουτουτουκατατοναρχοντατηςεξουσιαςτουαεροςτουπνευματοςτουνυνενεργουντοςεντοιςυιοιςτηςαπειθειας
STATEN

In welke gij eertijds gewandeld hebt, naar de eeuw dezer wereld, naar den overste van de macht der lucht, van den geest, die nu werkt in de kinderen der ongehoorzaamheid;

3
ενοιςκαιημειςπαντεςανεστραφημενποτεενταιςεπιθυμιαιςτηςσαρκοςημωνποιουντεςταθεληματατηςσαρκοςκαιτωνδιανοιωνκαιημεντεκναφυσειοργηςωςκαιοιλοιποι
STATEN

Onder dewelke ook wij allen eertijds verkeerd hebben in de begeerlijkheden onzes vleses, doende den wil des vleses en der gedachten; en wij waren van nature kinderen des toorns, gelijk ook de anderen;

4
οδεθεοςπλουσιοςωνενελεειδιατηνπολληναγαπηναυτουηνηγαπησενημας
STATEN

Maar God, Die rijk is in barmhartigheid door Zijn grote liefde, waarmede Hij ons liefgehad heeft,

5
καιονταςημαςνεκρουςτοιςπαραπτωμασινσυνεζωοποιησεντωχριστωχαριτιεστεσεσωσμενοι
STATEN

Ook toen wij dood waren door de misdaden, heeft ons levend gemaakt met Christus; (uit genade zijt gij zalig geworden)

6
καισυνηγειρενκαισυνεκαθισενεντοιςεπουρανιοιςενχριστωιησου
STATEN

En heeft ons mede opgewekt, en heeft ons mede gezet in den hemel in Christus Jezus;

7
ιναενδειξηταιεντοιςαιωσιντοιςεπερχομενοιςτονυπερβαλλονταπλουτοντηςχαριτοςαυτουενχρηστοτητιεφημαςενχριστωιησου
STATEN

Opdat Hij zou betonen in de toekomende eeuwen den uitnemenden rijkdom Zijner genade, door de goedertierenheid over ons in Christus Jezus.

8
τηγαρχαριτιεστεσεσωσμενοιδιατηςπιστεωςκαιτουτοουκεξυμωνθεουτοδωρον
STATEN

Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave;

9
ουκεξεργωνιναμητιςκαυχησηται
STATEN

Niet uit de werken, opdat niemand roeme.

10
αυτουγαρεσμενποιημακτισθεντεςενχριστωιησουεπιεργοιςαγαθοιςοιςπροητοιμασενοθεοςιναεναυτοιςπεριπατησωμεν
STATEN

Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus tot goede werken, welke God voorbereid heeft, opdat wij in dezelve zouden wandelen.

11
διομνημονευετεοτιυμειςποτεταεθνηενσαρκιοιλεγομενοιακροβυστιαυποτηςλεγομενηςπεριτομηςενσαρκιχειροποιητου
STATEN

Daarom gedenkt, dat gij, die eertijds heidenen waart in het vlees, en die voorhuid genaamd werdt van degenen, die genaamd zijn besnijdenis in het vlees, die met handen geschiedt;

12
οτιητεεντωκαιρωεκεινωχωριςχριστουαπηλλοτριωμενοιτηςπολιτειαςτουισραηλκαιξενοιτωνδιαθηκωντηςεπαγγελιαςελπιδαμηεχοντεςκαιαθεοιεντωκοσμω
STATEN

Dat gij in dien tijd waart zonder Christus, vervreemd van het burgerschap Israëls, en vreemdelingen van de verbonden der belofte, geen hoop hebbende, en zonder God in de wereld.

13
νυνιδεενχριστωιησουυμειςοιποτεοντεςμακρανεγγυςεγενηθητεεντωαιματιτουχριστου
STATEN

Maar nu in Christus Jezus, zijt gij, die eertijds verre waart, nabij geworden door het bloed van Christus.

14
αυτοςγαρεστινηειρηνηημωνοποιησαςτααμφοτεραενκαιτομεσοτοιχοντουφραγμουλυσας
STATEN

Want Hij is onze vrede, Die deze beiden één gemaakt heeft, en den middelmuur des afscheidsels gebroken hebbende,

15
τηνεχθρανεντησαρκιαυτουτοννομοντωνεντολωνενδογμασινκαταργησαςινατουςδυοκτισηενεαυτωειςενακαινονανθρωπονποιωνειρηνην
STATEN

Heeft Hij de vijandschap in Zijn vlees te niet gemaakt, namelijk de wet der geboden in inzettingen bestaande; opdat Hij die twee in Zichzelven tot een nieuwen mens zou scheppen, vrede makende;

16
καιαποκαταλλαξητουςαμφοτερουςενενισωματιτωθεωδιατουσταυρουαποκτειναςτηνεχθρανεναυτω
STATEN

En opdat Hij die beiden met God in één lichaam zou verzoenen door het kruis, de vijandschap aan hetzelve gedood hebbende.

17
καιελθωνευηγγελισατοειρηνηνυμιντοιςμακρανκαιτοιςεγγυς
STATEN

En komende, heeft Hij door het Evangelie vrede verkondigd u, die verre waart, en dien, die nabij waren.

18
οτιδιαυτουεχομεντηνπροσαγωγηνοιαμφοτεροιενενιπνευματιπροςτονπατερα
STATEN

Want door Hem hebben wij beiden den toegang door één Geest tot den Vader.

19
αραουνουκετιεστεξενοικαιπαροικοιαλλασυμπολιταιτωναγιωνκαιοικειοιτουθεου
STATEN

Zo zijt gij dan niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers der heiligen, en huisgenoten Gods;

20
εποικοδομηθεντεςεπιτωθεμελιωτωναποστολωνκαιπροφητωνοντοςακρογωνιαιουαυτουιησουχριστου
STATEN

Gebouwd op het fondament der apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus is de uiterste Hoeksteen;

21
ενωπασαηοικοδομησυναρμολογουμενηαυξειειςναοναγιονενκυριω
STATEN

Op Welken het gehele gebouw, bekwamelijk samengevoegd zijnde, opwast tot een heiligen tempel in den Heere;

22
ενωκαιυμειςσυνοικοδομεισθεειςκατοικητηριοντουθεουενπνευματι
STATEN

Op Welken ook gij mede gebouwd wordt tot een woonstede Gods in den Geest.