Ga naar inhoud
NEVIIM

Zacharia 9

זְכַרְיָה
Hoofdstukken (14)← → toetsen
1234567891011121314
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
מַשָּׂ֤א דְבַר יְהוָה֙ בְּ/אֶ֣רֶץ חַדְרָ֔ךְ וְ/דַמֶּ֖שֶׂק מְנֻחָת֑/וֹ כִּ֤י לַֽ/יהוָה֙ עֵ֣ין אָדָ֔ם וְ/כֹ֖ל שִׁבְטֵ֥י יִשְׂרָאֵֽל־׃
STATEN

De last van het woord des HEEREN over het land Chadrach en Damaskus, deszelfs rust; want de HEERE heeft een oog over den mens, gelijk over al de stammen Israëls.

2
וְ/גַם חֲמָ֖ת תִּגְבָּל בָּ֑/הּ צֹ֣ר וְ/צִיד֔וֹן כִּ֥י חָֽכְמָ֖ה מְאֹֽד־־׃
STATEN

En ook zal Hij Hamath met hetzelve bepalen; Tyrus en Sidon, hoewel zij zeer wijs is;

3
וַ/תִּ֥בֶן צֹ֛ר מָצ֖וֹר לָ֑/הּ וַ/תִּצְבָּר כֶּ֨סֶף֙ כֶּֽ/עָפָ֔ר וְ/חָר֖וּץ כְּ/טִ֥יט חוּצֽוֹת־׃
STATEN

En Tyrus zich sterkten gebouwd heeft, en zilver verzameld heeft als stof, en fijn goud als slijk der straten;

4
הִנֵּ֤ה אֲדֹנָ/י֙ יֽוֹרִשֶׁ֔/נָּה וְ/הִכָּ֥ה בַ/יָּ֖ם חֵילָ֑/הּ וְ/הִ֖יא בָּ/אֵ֥שׁ תֵּאָכֵֽל׃
STATEN

Ziet, de Heere zal haar uit het bezit stoten, en Hij zal haar vesting in de zee verslaan; en zij zal met vuur verteerd worden.

5
תֵּרֶ֨א אַשְׁקְל֜וֹן וְ/תִירָ֗א וְ/עַזָּה֙ וְ/תָחִ֣יל מְאֹ֔ד וְ/עֶקְר֖וֹן כִּֽי הֹבִ֣ישׁ מֶבָּטָ֑/הּ וְ/אָ֤בַד מֶ֨לֶךְ֙ מֵֽ/עַזָּ֔ה וְ/אַשְׁקְל֖וֹן לֹ֥א תֵשֵֽׁב־׃
STATEN

Askelon zal het zien, en zal vrezen; desgelijks Gaza, en zal grote smart hebben, mitsgaders Ekron, dewijl hetgeen, waar zij op zagen, hen heeft te schande gemaakt; en de koning van Gaza zal vergaan, en Askelon zal niet bewoond worden.

6
וְ/יָשַׁ֥ב מַמְזֵ֖ר בְּ/אַשְׁדּ֑וֹד וְ/הִכְרַתִּ֖י גְּא֥וֹן פְּלִשְׁתִּֽים׃
STATEN

En de bastaard zal te Asdod wonen, en Ik zal den hoogmoed der Filistijnen uitroeien.

7
וַ/הֲסִרֹתִ֨י דָמָ֜י/ו מִ/פִּ֗י/ו וְ/שִׁקֻּצָי/ו֙ מִ/בֵּ֣ין שִׁנָּ֔י/ו וְ/נִשְׁאַ֥ר גַּם ה֖וּא לֵֽ/אלֹהֵ֑י/נוּ וְ/הָיָה֙ כְּ/אַלֻּ֣ף בִּֽ/יהוּדָ֔ה וְ/עֶקְר֖וֹן כִּ/יבוּסִֽי־׃
STATEN

En Ik zal zijn bloed uit zijn mond wegdoen, en zijn verfoeiselen van tussen zijn tanden; alzo zal hij ook onzen God overblijven; ja, hij zal zijn als een vorst in Juda, en Ekron als de Jebusiet.

8
וְ/חָנִ֨יתִי לְ/בֵיתִ֤/י מִצָּבָה֙ מֵ/עֹבֵ֣ר וּ/מִ/שָּׁ֔ב וְ/לֹֽא יַעֲבֹ֧ר עֲלֵי/הֶ֛ם ע֖וֹד נֹגֵ֑שׂ כִּ֥י עַתָּ֖ה רָאִ֥יתִי בְ/עֵינָֽ/י־׃ס
STATEN

En Ik zal Mij rondom Mijn huis legeren, vanwege het heirleger, vanwege den doorgaande, en vanwege den wederkerende, opdat de drijver niet meer door hen doorga; want nu heb Ik het met Mijn ogen aangezien.

9
גִּילִ֨י מְאֹ֜ד בַּת צִיּ֗וֹן הָרִ֨יעִי֙ בַּ֣ת יְרוּשָׁלִַ֔ם הִנֵּ֤ה מַלְכֵּ/ךְ֙ יָ֣בוֹא לָ֔/ךְ צַדִּ֥יק וְ/נוֹשָׁ֖ע ה֑וּא עָנִי֙ וְ/רֹכֵ֣ב עַל חֲמ֔וֹר וְ/עַל עַ֖יִר בֶּן אֲתֹנֽוֹת־־־־׃
STATEN

Verheug u zeer, gij dochter Sions! juich, gij dochter Jeruzalems! Ziet, uw Koning zal u komen, rechtvaardig, en Hij is een Heiland; arm, en rijdende op een ezel, en op een veulen, een jong der ezelinnen.

10
וְ/הִכְרַתִּי רֶ֣כֶב מֵ/אֶפְרַ֗יִם וְ/סוּס֙ מִ/יר֣וּשָׁלִַ֔ם וְ/נִכְרְתָה֙ קֶ֣שֶׁת מִלְחָמָ֔ה וְ/דִבֶּ֥ר שָׁל֖וֹם לַ/גּוֹיִ֑ם וּ/מָשְׁל/וֹ֙ מִ/יָּ֣ם עַד יָ֔ם וּ/מִ/נָּהָ֖ר עַד אַפְסֵי אָֽרֶץ־־־־׃
STATEN

En Ik zal de wagens uit Efraïm uitroeien, en de paarden uit Jeruzalem; ook zal de strijdboog uitgeroeid worden, en Hij zal den heidenen vrede spreken; en Zijn heerschappij zal zijn van zee tot aan zee, en van de rivier tot aan de einden der aarde.

11
גַּם אַ֣תְּ בְּ/דַם בְּרִיתֵ֗/ךְ שִׁלַּ֤חְתִּי אֲסִירַ֨יִ/ךְ֙ מִ/בּ֔וֹר אֵ֥ין מַ֖יִם בּֽ/וֹ־־׃
STATEN

U ook aangaande, o Sion! door het bloed uws verbonds, heb Ik uw gebondenen uit den kuil, daar geen water in is, uitgelaten.

12
שׁ֚וּבוּ לְ/בִצָּר֔וֹן אֲסִירֵ֖י הַ/תִּקְוָ֑ה גַּם הַ/יּ֕וֹם מַגִּ֥יד מִשְׁנֶ֖ה אָשִׁ֥יב לָֽ/ךְ־׃
STATEN

Keert gijlieden weder tot de sterkte, gij gebondenen, die daar hoopt! ook heden verkondig Ik, dat Ik u dubbel zal wedergeven;

Op De Naamdragers

Blogs over Zacharia 9

Nog geen artikelen die specifiek naar Zacharia 9 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →