Schaduwbeelden & Vervullingen
Typologie Het Oude Testament is een door God ontworpen blauwdruk — personen, gebeurtenissen, voorwerpen, offers en feesten die als schaduwen vooruitwijzen naar hun vervulling in Christus.
Wat is bijbelse typologie? ▾
Alle Personen(12) Gebeurtenissen(11) Voorwerpen(10) Offers(6) Feesten(9)
48 typologieen48 totaalKlik een kaart om verzen te lezen
personen Adam → Christus ▾
OT TYPE
Adam, de eerste mens, hoofd van de oude schepping. Door zijn ongehoorzaamheid kwam de zonde en de dood in de wereld.
Genesis 2:7 Genesis 3:19
→
NT VERVULLING
Christus is de "laatste Adam" (1 Kor. 15:45), hoofd van de nieuwe schepping. Door Zijn gehoorzaamheid kwam gerechtigheid en...
Romeinen 5:14 1 Korinthe 15:45
personen Jozef → Christus ▾
OT TYPE
Jozef werd verworpen door zijn broeders, verkocht als slaaf, onschuldig gevangengenomen, en verhoogd tot heerser over Egyp...
Genesis 37:28 Genesis 41:41
→
NT VERVULLING
Christus werd verworpen door Zijn eigen volk, overgeleverd aan de heidenen, onschuldig veroordeeld, en verhoogd tot Koni...
Handelingen 7:9 Filippenzen 2:9
personen Mozes → Christus ▾
OT TYPE
Mozes was de middelaar van het Oude Verbond, profeet, wetgever en bevrijder van Israël uit Egypte.
Deuteronomium 18:15
→
NT VERVULLING
Christus is de Middelaar van het Nieuwe Verbond, de Profeet van Deut. 18:15, en de ware Bevrijder uit de slavernij van de...
Handelingen 3:22 Hebreeen 3:3
personen Melchizedek → Christus ▾
OT TYPE
Melchizedek was koning van Salem en priester des Allerhoogsten Gods. Hij zegende Abraham en ontving tienden van hem.
Genesis 14:18 Psalmen 110:4
→
NT VERVULLING
Christus is "Priester in eeuwigheid naar de ordening van Melchizedek" — tegelijk Koning en Priester, zonder begin of einde.
Hebreeen 7:1 Hebreeen 7:17
personen David → Christus ▾
OT TYPE
David was de herder-koning, de man naar Gods hart, gezalfd door Samuël, die Goliath versloeg en Israël regeerde.
2 Samuel 7:12
→
NT VERVULLING
Christus is de "Zoon van David", de ware Herder-Koning Die op Davids troon zit in eeuwigheid.
Mattheus 1:1 Lukas 1:32
personen Izak → Christus ▾
OT TYPE
Izak was de beloofde zoon, door zijn vader Abraham als offer op de berg Moria gelegd.
Genesis 22:2
→
NT VERVULLING
Christus is de eniggeboren Zoon van de Vader, geofferd op dezelfde berg, en werkelijk opgestaan uit de doden.
Hebreeen 11:17 Johannes 3:16
personen Jona → Christus ▾
OT TYPE
Jona was drie dagen en drie nachten in de buik van de grote vis, waarna hij werd uitgeworpen.
Jona 1:17
→
NT VERVULLING
Christus was drie dagen en drie nachten in het hart der aarde, waarna Hij opstond uit de doden.
Mattheus 12:40
personen Jozua → Christus ▾
OT TYPE
Jozua (Jehoshua = "JHWH redt") leidde het volk het Beloofde Land binnen na de dood van Mozes.
Jozua 1:2
→
NT VERVULLING
Jezus (= Jehoshua) leidt Zijn volk het hemelse erfgoed binnen. Wat de Wet niet kon, deed de Genade.
Hebreeen 4:8
personen Boaz → Christus ▾
OT TYPE
Boaz was de losser (goël) van Ruth en Naomi — hij kocht het erfgoed terug en nam de Moabitische vrouw tot bruid.
Ruth 4:9
→
NT VERVULLING
Christus is de hemelse Losser Die Zijn gemeente koopt met Zijn bloed en haar tot Bruid aanneemt.
Efeze 5:25 1 Petrus 1:18
personen Elia → Johannes de Doper ▾
OT TYPE
Elia was de profeet die Israël opriep tot bekering en leefde in de woestijn.
Maleachi 4:5
→
NT VERVULLING
Johannes de Doper kwam "in de geest en kracht van Elia", predikte bekering en bereidde de weg voor de Messias.
Mattheus 11:14 Lukas 1:17
personen Hogepriester → Christus ▾
OT TYPE
De hogepriester droeg de namen van de twaalf stammen. Hij alleen mocht het Heilige der Heiligen binnengaan.
Leviticus 16:3
→
NT VERVULLING
Christus is "de grote Hogepriester Die door de hemelen is doorgegaan", voor eeuwig ingegaan in het hemelse Heiligdom.
Hebreeen 4:14 Hebreeen 9:24
personen Abraham → God de Vader ▾
OT TYPE
Abraham was bereid zijn enige, geliefde zoon Izak te offeren op de berg Moria.
Genesis 22:2
→
NT VERVULLING
God de Vader gaf Zijn eniggeboren Zoon: "Alzo lief heeft God de wereld gehad" (Joh. 3:16).
Johannes 3:16 Romeinen 8:32
gebeurtenissen Uittocht → Verlossing in Christus ▾
OT TYPE
Israël was slaaf in Egypte. God bevrijdde het volk door het bloed van het Paaslam.
Exodus 12:13
→
NT VERVULLING
De gelovige is slaaf van de zonde. God bevrijdt door het bloed van Christus, het ware Paaslam.
1 Korinthe 5:7
gebeurtenissen Zondvloed → Doop ▾
OT TYPE
De zondvloed vernietigde de oude wereld. Noach en zijn gezin werden door het water heen gered in de ark.
Genesis 7:17
→
NT VERVULLING
De doop is het tegenbeeld (antitypon) van de vloed: de oude mens sterft, de gelovige wordt opgewekt.
1 Petrus 3:21 Romeinen 6:4
gebeurtenissen Manna → Brood des Levens ▾
OT TYPE
In de woestijn gaf God het manna — "brood uit den hemel" — om Israël dagelijks te voeden.
Exodus 16:15
→
NT VERVULLING
Jezus zegt: "Ik ben het Brood des levens" — het ware Brood dat uit den hemel nederdaalt.
Johannes 6:48
gebeurtenissen Rots in de woestijn → Christus ▾
OT TYPE
Mozes sloeg op de rots bij Horeb en er kwam water uit voor het dorstige volk.
Exodus 17:6
→
NT VERVULLING
Paulus schrijft: "De steenrots was Christus" — Hij geeft het levende water van de Heilige Geest.
1 Korinthe 10:4 Johannes 7:38
gebeurtenissen Doortocht Rode Zee → Doop ▾
OT TYPE
Israël trok door de Rode Zee op droge grond — de vijand verdronk in datzelfde water.
Exodus 14:22
→
NT VERVULLING
Paulus noemt de doortocht een doop: "Zij zijn allen in Mozes gedoopt in de wolk en in de zee."
1 Korinthe 10:2
gebeurtenissen Jakobs ladder → Christus als Weg ▾
OT TYPE
Jakob zag in een droom een ladder van de aarde tot de hemel, met engelen die erop klommen.
Genesis 28:12
→
NT VERVULLING
Jezus identificeert Zichzelf met de ladder: "Gij zult de engelen Gods zien opklimmende op den Zoon des mensen."
Johannes 1:51
gebeurtenissen Jona in de vis → Opstanding ▾
OT TYPE
Jona was drie dagen en nachten in de buik van de vis — als in een graf — waarna hij werd uitgeworpen.
Jona 1:17
→
NT VERVULLING
Christus was drie dagen en nachten in het graf, waarna Hij opstond — het "teken van Jona".
Mattheus 12:40
gebeurtenissen Schepping → Nieuwe Schepping ▾
OT TYPE
In den beginne schiep God de hemel en de aarde. In zes dagen maakte Hij alles.
Genesis 1:1
→
NT VERVULLING
"Wie in Christus is, is een nieuw schepsel; het oude is voorbijgegaan, het is alles nieuw geworden."
2 Korinthe 5:17 Openbaring 21:5
gebeurtenissen Sinaï → Hemels Sion ▾
OT TYPE
Bij de berg Sinaï ontving Mozes de wet te midden van vuur, rook, donder en bazuingeschal.
Exodus 19:18
→
NT VERVULLING
"Gij zijt gekomen tot den berg Sion, en tot de stad des levenden Gods, tot het hemelse Jeruzalem."
Hebreeen 12:22
gebeurtenissen Brandende braamstruik → Gods aanwezigheid ▾
OT TYPE
Mozes zag een braamstruik die brandde maar niet verteerde. God sprak: "Ik ben Die Ik ben."
Exodus 3:14
→
NT VERVULLING
Jezus eigende Zich dezelfde "Ik ben"-naam toe (Joh. 8:58) — Gods volle openbaring in Christus.
Johannes 8:58
gebeurtenissen Wolk- en vuurkolom → Heilige Geest ▾
OT TYPE
God leidde Israël met een wolkkolom overdag en een vuurkolom 's nachts door de woestijn.
Exodus 13:21
→
NT VERVULLING
De Heilige Geest leidt de gemeente, woont in de gelovige, en verscheen als vuur op de Pinksterdag.
Handelingen 2:3 Romeinen 8:14
voorwerpen Tabernakel → Christus' lichaam ▾
OT TYPE
De tabernakel was de tent der samenkomst waar God woonde te midden van Zijn volk.
Exodus 25:8
→
NT VERVULLING
"Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons getabernakeld" (Joh. 1:14).
Johannes 1:14 Hebreeen 9:11
voorwerpen Koperen slang → Het Kruis ▾
OT TYPE
Mozes maakte een koperen slang op een stang. Ieder die opzag, bleef leven.
Numeri 21:8
→
NT VERVULLING
"Gelijkerwijs Mozes de slang verhoogd heeft, alzo moet de Zoon des mensen verhoogd worden" (Joh. 3:14).
Johannes 3:14
voorwerpen Ark van Noach → Christus als Schuilplaats ▾
OT TYPE
De ark was het enige middel tot behoud in het oordeel van de zondvloed.
Genesis 6:14
→
NT VERVULLING
Christus is de enige Schuilplaats: "Er is geen behoudenis in iemand anders" (Hand. 4:12).
Johannes 10:9 Handelingen 4:12
voorwerpen Ark des Verbonds → Gods troon van genade ▾
OT TYPE
De ark des verbonds stond in het Heilige der Heiligen met het verzoendeksel (kapporeth).
Exodus 25:22
→
NT VERVULLING
Christus is het ware Verzoendeksel (hilasterion, Rom. 3:25), ingegaan met Zijn eigen bloed.
Romeinen 3:25 Hebreeen 9:12
voorwerpen Gouden kandelaar → Licht der wereld ▾
OT TYPE
De zevenarmige menora stond in het Heilige en verlichtte de tabernakel.
Exodus 25:31
→
NT VERVULLING
Jezus zegt: "Ik ben het Licht der wereld; die Mij volgt zal in de duisternis niet wandelen."
Johannes 8:12
voorwerpen Toonbroden → Brood des Levens ▾
OT TYPE
Twaalf broden lagen op de gouden tafel in het Heilige, elke sabbat vernieuwd.
Exodus 25:30
→
NT VERVULLING
"Ik ben het levende Brood dat uit den hemel nedergedaald is" (Joh. 6:51).
Johannes 6:51
voorwerpen Voorhangsel → Christus' vlees ▾
OT TYPE
Het voorhangsel scheidde het Heilige van het Heilige der Heiligen. Niemand mocht erdoor.
Exodus 26:33
→
NT VERVULLING
"Het voorhangsel des tempels scheurde van boven tot beneden" — de weg tot God geopend (Hebr. 10:20).
Mattheus 27:51 Hebreeen 10:20
voorwerpen Besnijdenis → Besnijdenis des harten ▾
OT TYPE
De besnijdenis was het teken van het verbond met Abraham, op de achtste dag.
Genesis 17:10
→
NT VERVULLING
"De besnijdenis des harten, in den geest, niet in de letter" (Rom. 2:29).
Romeinen 2:29 Kolossenzen 2:11
voorwerpen Reukofferaltaar → Gebeden der heiligen ▾
OT TYPE
Het gouden reukofferaltaar stond vlak voor het voorhangsel. Elke morgen en avond werd wierook gebrand.
Exodus 30:1
→
NT VERVULLING
"De reukwerken zijn de gebeden der heiligen" (Openb. 5:8).
Openbaring 5:8 Openbaring 8:3
voorwerpen Koperen wasvat → Reiniging door het Woord ▾
OT TYPE
Het koperen wasvat stond tussen het altaar en het Heilige. De priesters moesten zich wassen.
Exodus 30:18
→
NT VERVULLING
"Christus heeft de gemeente gereinigd met het bad des waters door het Woord" (Ef. 5:26).
Efeze 5:26 Johannes 13:10
offers Paaslam → Lam Gods ▾
OT TYPE
Op de 14e Nisan werd een gaaf lam geslacht. Het bloed aan de deurposten beschermde tegen de verderfengel.
Exodus 12:3 Exodus 12:13
→
NT VERVULLING
"Zie het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt!" Christus stierf op de 14e Nisan, zonder beenbreuk.
Johannes 1:29 1 Korinthe 5:7
offers Brandoffer → Christus' volkomen overgave ▾
OT TYPE
Het brandoffer (olah) werd geheel verbrand op het altaar — "een lieflijke reuk den HEERE."
Leviticus 1:3
→
NT VERVULLING
"Christus heeft Zichzelven overgegeven tot een offerande, Gode tot een welriekenden reuk" (Ef. 5:2).
Efeze 5:2 Hebreeen 10:10
offers Zondoffer → Christus als Plaatsvervanger ▾
OT TYPE
Bij het zondoffer werden handen op het hoofd van het dier gelegd — de zonde werd overgedragen.
Leviticus 4:4
→
NT VERVULLING
"Dien Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij zonde voor ons gemaakt" (2 Kor. 5:21).
2 Korinthe 5:21 1 Petrus 2:24
offers Grote Verzoendag → Christus' verzoening ▾
OT TYPE
Op Jom Kippoer ging de hogepriester het Heilige der Heiligen binnen met bloed. Twee bokken: één geslacht, één weggestuurd.
Leviticus 16:15
→
NT VERVULLING
Christus is ingegaan in het hemelse Heiligdom "door Zijn eigen bloed, een eeuwige verlossing teweeggebracht."
Hebreeen 9:12
offers Rode vaars → Reiniging door Christus ▾
OT TYPE
De rode vaars werd buiten het leger verbrand. Haar as reinigde van dodenverontreiniging.
Numeri 19:2
→
NT VERVULLING
"Hoeveel te meer zal het bloed van Christus uw consciëntie reinigen van dode werken" (Hebr. 9:14).
Hebreeen 9:13 Hebreeen 13:12
offers Schuldoffer → Christus draagt onze schuld ▾
OT TYPE
Het schuldoffer (asham) was voor overtredingen waarbij herstel nodig was — plus een vijfde deel extra.
Leviticus 5:15 Jesaja 53:10
→
NT VERVULLING
Jesaja profeteerde: "Als Zijn ziel Zich tot een schuldoffer gesteld zal hebben" (Jes. 53:10).
Romeinen 5:20
feesten Pesach → Kruisiging ▾
OT TYPE
Pesach (14 Nisan): het paaslam wordt geslacht, het bloed beschermt, Israël wordt bevrijd.
Exodus 12:6 Leviticus 23:5
→
NT VERVULLING
Christus stierf op precies de 14e Nisan, het uur dat de paaslammeren geslacht werden.
1 Korinthe 5:7 Johannes 19:14
feesten Ongezuurde broden → Zondeloos leven ▾
OT TYPE
Direct na Pesach: zeven dagen lang werd al het zuurdeeg uit de huizen verwijderd.
Leviticus 23:6
→
NT VERVULLING
"Zuivert den ouden zuurdesem uit... want ons Pascha is voor ons geslacht" (1 Kor. 5:7-8).
1 Korinthe 5:7
feesten Eerstelingen → Opstanding ▾
OT TYPE
De eerste gersteschoof werd als beweegoffer gebracht — de eerstelingen van de oogst.
Leviticus 23:10
→
NT VERVULLING
"Christus is opgewekt, de Eersteling dergenen die ontslapen zijn" (1 Kor. 15:20).
1 Korinthe 15:20
feesten Sjavoeot → Pinksteren ▾
OT TYPE
Vijftig dagen na Eerstelingen: het Wekenfeest. Traditie: de dag dat de Torah gegeven werd.
Leviticus 23:16
→
NT VERVULLING
Vijftig dagen na de opstanding: de uitstorting van de Heilige Geest op de Pinksterdag.
Handelingen 2:1
feesten Bazuinenfeest → Wederkomst ▾
OT TYPE
Jom Teruah (1 Tishri): de dag van het bazuingeschal, oproep tot bekering.
Leviticus 23:24
→
NT VERVULLING
"De Heere Zelf zal met de bazuin Gods nederdalen van den hemel" (1 Thess. 4:16).
1 Thessalonicenzen 4:16 1 Korinthe 15:52
feesten Jom Kippoer → Definitieve verzoening ▾
OT TYPE
De heiligste dag: de hogepriester ging het Heilige der Heiligen binnen voor verzoening.
Leviticus 23:27
→
NT VERVULLING
Christus' definitieve verschijning als Hogepriester: "Om de zonde teniet te doen" (Hebr. 9:26).
Hebreeen 9:28
feesten Loofhuttenfeest → God woont bij de mensen ▾
OT TYPE
Soekot: het vrolijkste feest. Israël woonde zeven dagen in loofhutten.
Leviticus 23:34
→
NT VERVULLING
"De tabernakel Gods is bij de mensen, en Hij zal bij hen wonen" (Openb. 21:3).
Openbaring 21:3 Johannes 7:37
feesten Sabbatsjaar → Christus' vrijlating ▾
OT TYPE
Elk zevende jaar: het land rustte, schulden werden kwijtgescholden, slaven werden vrijgelaten.
Leviticus 25:4
→
NT VERVULLING
Jezus las Jesaja 61: "Hij heeft Mij gezalfd om uit te roepen het aangename jaar des HEEREN."
Lukas 4:18 Galaten 5:1
feesten Jubeljaar → Volledig herstel ▾
OT TYPE
Na 7x7 sabbatsjaren: het 50e jaar. Alle grond keerde terug, alle slaven werden vrij.
Leviticus 25:10
→
NT VERVULLING
Christus kondigt het ultieme jubeljaar aan: volledig herstel van alle dingen (Hand. 3:21).
Handelingen 3:21 Romeinen 8:21
Versteksten uit de Statenvertaling. Klik op een versverwijzing om de volledige leespagina te openen. Strong's-nummers linken naar het lexicon.