Verken 30 thematische woordgroepen en hun onderlinge verbindingen.
Schepping בְּרֵאשִׁית
De Schrift beschrijft schepping met drie werkwoorden die elk een andere dimensie belichten: bara (uit niets), asah (vormen) en yatsar (kneden als pottenbakker).
H1254 H6213 H3335 H7225 +2
Verbond בְּרִית
Het verbond (berit) is het hart van Gods handelen met Zijn volk — een onverbrekelijke eed (shava) gedragen door trouw (chesed) en waarheid (emet).
H1285 H7650 H2617 H571 +1
Verlossing גְּאֻלָּה
Vier werkwoorden voor verlossing: gaal (lossend familielid), padah (vrijkopen), yasha (redden in nood), qanah (verwerven als eigendom).
H1350 H1353 H6299 H3467 +2
Gebed תְּפִלָּה
Gebed in de Schrift: palal (oordeel uitspreken voor God), siach (meditatief spreken), chanan (genade smeeken), tephillah (de gebedsterm bij uitstek).
H6419 H8605 H7879 H2603 +2
Wijsheid חָכְמָה
Wijsheid (chokmah) is praktische vakkundigheid — het kennen van God en Zijn wegen. Binah is inzicht (onderscheiding), tevunah begrip, daat kennis door ervaring.
H2451 H998 H8394 H1847 +2
Liefde אַהֲבָה
Liefde overspant beide Testamenten: ahav (verbondsliefde), chesed (trouwe goedheid), racham (moederlijke tederheid), agapao en phileo in het Grieks.
H157 H2617 H7355 H160 +3
Geloof אֱמוּנָה
Geloof (aman = vast staan, vertrouwen) en batach (veilig rusten in) beschrijven de Hebreeuwse geloofservaring. Het NT gebruikt pisteuo en pistis.
H539 H982 H530 G4100 +2
Zonde חֵטְא
Het OT kent drie dimensies van zonde: chata (doel missen), avon (verdraaidheid), pesha (opstandige overtreding). Het NT hamartia omvat alle drie.
H2398 H5771 H6588 H817 +3
Gerechtigheid צְדָקָה
Tsedeq en tsedaqah betekenen rechtschapenheid in relatie — conform de verbondsnorm. Het NT dikaiosune omvat zowel rechtvaardiging als rechtvaardige levenswandel.
H6664 H6666 H4941 G1343 +2
Vrede שָׁלוֹם
Shalom is geen afwezigheid van conflict maar volheid van alles wat goed is — heelheid, welzijn, harmonie. Het NT eirene draagt dezelfde rijke lading.
H7965 H7999 G1515 G1516
Heiligheid קְדֻשָּׁה
Qadosh/qodesh betekent afgezonderd voor God — het is Gods eigen eigenschap die Hij deelt met alles wat Hem toebehoort. Het NT hagios gaat op dezelfde wortel terug.
H6918 H6944 H6942 G40 +2
Heerlijkheid כָּבוֹד
Kavod (gewicht, zwaarheid) beschrijft Gods manifest aanwezige majesteit. Tipharah is sierlijk schoon. Het NT doxa (LXX-vertaling van kavod) stond oorspronkelijk voor "mening".
H3519 H8597 H1926 G1391 +1
Waarheid אֱמֶת
Emet (vastheid, betrouwbaarheid) en emunah (trouw, geloof) zijn verwante wortels. Het NT aletheia benadrukt onverborgenheid — wat aan het licht treedt.
H571 H530 G225 G227 +1
Genade חֵן
Chen (gunst, charme voor de meerdere) en chesed (verbondstrouw) zijn de twee pijlers van Gods onverdiende goedheid. Het NT charis voegt de notie van gave toe.
H2580 H2617 G5485 G5463 +1
Kracht גְּבוּרָה
Gevurah (heldhaftige kracht), koach (vermogen, energie) en oz (sterkte, vastheid) beschrijven kracht in het OT. Het NT dunamis (krachtdaad) geeft ons het woord "dynamiet".
H1369 H3581 H5797 H2428 +3
Licht אוֹר
Or (licht als scheppingskracht), nogah (glinstering, helderheid) en het NT phos (licht als openbaring van God zelf — "God is licht").
H216 H215 H5051 H5094 +3
Water מַיִם
Water als symbool van leven, chaos, reiniging en de Geest. Mayim (altijd meervoud), nahar (rivier), yam (zee/chaos), mayan (bron).
H4325 H5104 H3220 H4599 +3
Aanbidding תְּהִלָּה
Shachah (neerbuigen, het lichaam als offer), halal (uitbundig loven — wortel van "halleluja"), proskuneo (bij de voeten neervallen in het NT).
H7812 H1984 H3034 H7623 +3
Koninkrijk מַלְכוּת
Mamlakah (koninkrijk als territorium), melek (koning als persoon), malkuth (koningschap als heerschappij). Het NT basileia is de dynamische heerschappij van God.
H4467 H4428 H4438 G932 +2
Dood & Leven חַיִּים
Mavet (dood als macht en domein), sheol (dodenrijk), chay/chayyim (leven als levenskracht). Het NT thanatos en zoe (eeuwig leven als Gods eigen leven).
H4194 H7585 H2416 H2425 +3
Offerdienst קָרְבָּן
Qorban (nadering tot God), olah (brandoffer, geheel voor God), chattath (zondoffer), asham (schuldoffer), zebach (slachtoffer/vredeoffer), dam (bloed als verzoening).
H7133 H5930 H2403 H817 +3
Tabernakel & Tempel מִשְׁכָּן
Mishkan (woonplaats Gods), ohel moed (tent der samenkomst), hekal (paleis/tempel), devir (het Heilige der Heiligen), aron (ark van het verbond).
H4908 H168 H1964 H1687 +3
Oordeel מִשְׁפָּט
Mishpat (rechterlijk oordeel), din (rechtspreken), shaphat (besturen/richten), riv (pleiten/twisten). Het NT krisis en krino dragen dezelfde juridische lading.
H4941 H1777 H8199 H7378 +3
Bekering תְּשׁוּבָה
Shuv (omkeren, terugkeren naar God), nacham (berouw/troost), metanoia (verandering van denken in het NT). Teshuvah is de Hebreeuwse term voor het proces van terugkeer.
H7725 H5162 H6437 G3340 +2
Opstanding תְּחִיַּת הַמֵּתִים
Qum (opstaan), chayah (leven/herleven), anastasis (opstanding in het NT). De belofte van lichamelijke opwekking loopt van Ezechiels dorre beenderen tot Paulus brieven.
H6965 H2421 H5782 G386 +2
Woord Gods דְּבַר יהוה
Davar (woord als daad), imrah (uitspraak, belofte), torah (onderwijzing), logos (het scheppende Woord). Gods woord is levend en krachtig.
H1697 H565 H8451 H4687 +2
Engelen & Hemelse wezens מַלְאָךְ
Malak (boodschapper), seraphim (brandende), keruvim (beschermende), bene elohim (zonen Gods). Angelos in het NT. Gabriël en Michaël bij naam.
H4397 H8314 H3742 H1121 +2
Rust מְנוּחָה
Menuchah (rustplaats), shabbat (ophouden met werken), nuach (rusten/neerzetten). De sabbatsrust als voorafschaduwing van de eschatologische rust (NT katapausis).
H4496 H7676 H5117 H7673 +2
Naam Gods שֵׁם
Shem (naam als wezen/karakter), YHWH (de Naam bij uitstek), El/Elohim/Adonai. Gods naam openbaren is Zijn karakter tonen. "In Mijn Naam" = in Mijn autoriteit.
H8034 H3068 H430 H136 +2
Bloed & Verzoening כָּפַר
Kaphar (bedekken/verzoenen), dam (bloed als leven), kipper (jom kippur), hilasmos (verzoening in het NT). Zonder bloedstorting geen vergeving.
H3722 H1818 H3725 H5545 +3