Ga naar inhoud
NEVIIM

Joël 2

יוֹאֵל
Hoofdstukken (4)← → toetsen
1234
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
תִּקְע֨וּ שׁוֹפָ֜ר בְּ/צִיּ֗וֹן וְ/הָרִ֨יעוּ֙ בְּ/הַ֣ר קָדְשִׁ֔/י יִרְגְּז֕וּ כֹּ֖ל יֹשְׁבֵ֣י הָ/אָ֑רֶץ כִּֽי בָ֥א יוֹם יְהוָ֖ה כִּ֥י קָרֽוֹב־־׃
STATEN

Blaast de bazuin te Sion, en roept luide op den berg Mijner heiligheid; laat alle inwoners des lands beroerd zijn, want de dag des HEEREN komt, want hij is nabij.

2
י֧וֹם חֹ֣שֶׁךְ וַ/אֲפֵלָ֗ה י֤וֹם עָנָן֙ וַ/עֲרָפֶ֔ל כְּ/שַׁ֖חַר פָּרֻ֣שׂ עַל הֶֽ/הָרִ֑ים עַ֚ם רַ֣ב וְ/עָצ֔וּם כָּמֹ֗/הוּ לֹ֤א נִֽהְיָה֙ מִן הָ֣/עוֹלָ֔ם וְ/אַֽחֲרָי/ו֙ לֹ֣א יוֹסֵ֔ף עַד שְׁנֵ֖י דּ֥וֹר וָ/דֽוֹר־־־׃
STATEN

Een dag van duisternis en donkerheid, een dag van wolken en dikke duisterheid, als de dageraad uitgespreid over de bergen; een groot en machtig volk, desgelijks van ouds niet geweest is, en na hetzelve niet meer zal zijn tot in jaren van vele geslachten.

3
לְ/פָנָי/ו֙ אָ֣כְלָה אֵ֔שׁ וְ/אַחֲרָ֖י/ו תְּלַהֵ֣ט לֶֽהָבָ֑ה כְּ/גַן עֵ֨דֶן הָ/אָ֜רֶץ לְ/פָנָ֗י/ו וְ/אַֽחֲרָי/ו֙ מִדְבַּ֣ר שְׁמָמָ֔ה וְ/גַם פְּלֵיטָ֖ה לֹא הָ֥יְתָה לּֽ/וֹ־־־׃
STATEN

Voor hetzelve verteert een vuur, en achter hetzelve brandt een vlam; het land is voor hetzelve als een lusthof, maar achter hetzelve een woeste wildernis, en ook is er geen ontkomen van hetzelve.

4
כְּ/מַרְאֵ֥ה סוּסִ֖ים מַרְאֵ֑/הוּ וּ/כְ/פָרָשִׁ֖ים כֵּ֥ן יְרוּצֽוּ/ן׃
STATEN

De gedaante deszelven is als de gedaante van paarden, en als ruiters zo zullen zij lopen.

5
כְּ/ק֣וֹל מַרְכָּב֗וֹת עַל רָאשֵׁ֤י הֶֽ/הָרִים֙ יְרַקֵּד֔וּ/ן כְּ/קוֹל֙ לַ֣הַב אֵ֔שׁ אֹכְלָ֖ה קָ֑שׁ כְּ/עַ֣ם עָצ֔וּם עֱר֖וּךְ מִלְחָמָֽה־׃
STATEN

Zij zullen daarhenen springen als een gedruis van wagenen, op de hoogten der bergen; als het gedruis ener vuurvlam, die stoppelen verteert; als een machtig volk, dat in slagorde gesteld is.

6
מִ/פָּנָ֖י/ו יָחִ֣ילוּ עַמִּ֑ים כָּל פָּנִ֖ים קִבְּצ֥וּ פָארֽוּר־׃
STATEN

Van deszelfs aangezicht zullen de volken in pijn zijn; alle aangezichten zullen betrekken als een pot.

7
כְּ/גִבּוֹרִ֣ים יְרֻצ֔וּ/ן כְּ/אַנְשֵׁ֥י מִלְחָמָ֖ה יַעֲל֣וּ חוֹמָ֑ה וְ/אִ֤ישׁ בִּ/דְרָכָי/ו֙ יֵֽלֵכ֔וּ/ן וְ/לֹ֥א יְעַבְּט֖וּ/ן אֹרְחוֹתָֽ/ם׃
STATEN

Als helden zullen zij lopen, als krijgslieden zullen zij de muren beklimmen; en zij zullen daarhenen trekken, een iegelijk in zijn wegen, en zullen hun paden niet verdraaien.

8
וְ/אִ֤ישׁ אָחִי/ו֙ לֹ֣א יִדְחָק֔וּ/ן גֶּ֥בֶר בִּ/מְסִלָּת֖/וֹ יֵֽלֵכ֑וּ/ן וּ/בְעַ֥ד הַ/שֶּׁ֛לַח יִפֹּ֖לוּ לֹ֥א יִבְצָֽעוּ׃
STATEN

Ook zullen zij de een den ander niet dringen; zij zullen daarhenen trekken elk in zijn baan; en al vielen zij op een geweer, zij zouden niet verwond worden.

9
בָּ/עִ֣יר יָשֹׁ֗קּוּ בַּֽ/חוֹמָה֙ יְרֻצ֔וּ/ן בַּ/בָּתִּ֖ים יַעֲל֑וּ בְּעַ֧ד הַ/חַלּוֹנִ֛ים יָבֹ֖אוּ כַּ/גַּנָּֽב׃
STATEN

Zij zullen in de stad omlopen, zij zullen lopen op de muren, zij zullen klimmen in de huizen; zij zullen door de vensteren inkomen als een dief.

10
לְ/פָנָי/ו֙ רָ֣גְזָה אֶ֔רֶץ רָעֲשׁ֖וּ שָׁמָ֑יִם שֶׁ֤מֶשׁ וְ/יָרֵ֨חַ֙ קָדָ֔רוּ וְ/כוֹכָבִ֖ים אָסְפ֥וּ נָגְהָֽ/ם׃
STATEN

De aarde is beroerd voor deszelfs aangezicht, de hemel beeft; de zon en maan worden zwart, en de sterren trekken haar glans in.

11
וַֽ/יהוָ֗ה נָתַ֤ן קוֹל/וֹ֙ לִ/פְנֵ֣י חֵיל֔/וֹ כִּ֣י רַ֤ב מְאֹד֙ מַחֲנֵ֔/הוּ כִּ֥י עָצ֖וּם עֹשֵׂ֣ה דְבָר֑/וֹ כִּֽי גָד֧וֹל יוֹם יְהוָ֛ה וְ/נוֹרָ֥א מְאֹ֖ד וּ/מִ֥י יְכִילֶֽ/נּוּ־־׃
STATEN

En de HEERE verheft Zijn stem voor Zijn heir henen; want Zijn leger is zeer groot, want Hij is machtig, doende Zijn woord; want de dag des HEEREN is groot en zeer vreselijk, en wie zal hem verdragen?

12
וְ/גַם עַתָּה֙ נְאֻם יְהוָ֔ה שֻׁ֥בוּ עָדַ֖/י בְּ/כָל לְבַבְ/כֶ֑ם וּ/בְ/צ֥וֹם וּ/בְ/בְכִ֖י וּ/בְ/מִסְפֵּֽד־־־׃
STATEN

Nu dan ook, spreekt de HEERE, bekeert u tot Mij met uw ganse hart, en dat met vasten en met geween, en met rouwklage.

Op De Naamdragers

Blogs over Joël 2

Nog geen artikelen die specifiek naar Joël 2 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →