Doch zo het kwaad is in uw ogen den HEERE te dienen, kiest u heden, wien gij dienen zult; hetzij de goden, welke uw vaders, die aan de andere zijde der rivier waren, gediend hebben, of de goden der Amorieten, in welker land gij woont; maar aangaande mij, en mijn huis, wij zullen den HEERE dienen!
used very widely as demonstrative, lo!; interrogative, whether?; or conditional, if, although; also Oh that!, when; hence, as a negative, not
Bekijk in lexicon →Dus heb Ik u een land gegeven, waaraan gij niet gearbeid hebt, en steden, die gij niet gebouwd hebt, en gij woont in dezelve; gij eet van de wijngaarden en olijfbomen, die gij niet geplant hebt.
En nu, vreest den HEERE, en dient Hem in oprechtheid en in waarheid; en doet weg de goden, die uw vaders gediend hebben, aan gene zijde der rivier, en in Egypte; en dient den HEERE.
Doch zo het kwaad is in uw ogen den HEERE te dienen, kiest u heden, wien gij dienen zult; hetzij de goden, welke uw vaders, die aan de andere zijde der rivier waren, gediend hebben, of de goden der Amorieten, in welker land gij woont; maar aangaande mij, en mijn huis, wij zullen den HEERE dienen!
וְ/אִם֩ רַ֨ע בְּֽ/עֵינֵי/כֶ֜ם לַ/עֲבֹ֣ד אֶת יְהוָ֗ה בַּחֲר֨וּ לָ/כֶ֣ם הַ/יּוֹם֮ אֶת מִ֣י תַעֲבֹדוּ/ן֒ אִ֣ם אֶת אֱלֹהִ֞ים אֲשֶׁר עָבְד֣וּ אֲבוֹתֵי/כֶ֗ם אֲשֶׁר֙ ב/עבר הַ/נָּהָ֔ר וְ/אִם֙ אֶת אֱלֹהֵ֣י הָ/אֱמֹרִ֔י אֲשֶׁ֥ר אַתֶּ֖ם יֹשְׁבִ֣ים בְּ/אַרְצָ֑/ם וְ/אָנֹכִ֣י וּ/בֵיתִ֔/י נַעֲבֹ֖ד אֶת יְהוָֽה־־־־־־׃פ מֵ/עֵ֣בֶר
Toen antwoordde het volk en zeide: Het zij verre van ons, dat wij den HEERE verlaten zouden, om andere goden te dienen.
Want de HEERE is onze God; Hij is het, Die ons en onze vaderen uit het land van Egypte, uit het diensthuis heeft opgebracht, en Die deze grote tekenen voor onze ogen gedaan heeft, en ons bewaard heeft op al den weg, door welken wij getogen zijn, en onder alle volken, door welker midden wij getrokken zijn.
Welke les over gehoorzaamheid bevat dit vers?
Hoe verrijkt het grondwoord uw begrip van dit vers?
Op welke manier kunt u dit vers vandaag in gebed brengen?
Neem de tijd. Laat het Woord tot u spreken. Stil uw hart voor God.
Lees het vers langzaam, drie keer. Eerst in de Statenvertaling, dan in de grondtekst. Laat de woorden tot u doordringen.
Wat valt u op? Let op sleutelwoorden, herhalingen, contrasten en verbindingen met andere teksten.
Wat betekent dit vers in zijn oorspronkelijke context? Wat wilde de auteur overbrengen aan de eerste lezers?
Hoe raakt dit vers aan uw leven vandaag? Welke waarheid, belofte, opdracht of waarschuwing spreekt u aan?
Maak van het vers een gebed. Spreek God aan met de woorden die Hij u gegeven heeft.
Schrijf hier uw gedachten, gebeden en inzichten op. Uw notities worden lokaal opgeslagen in uw browser.