En Mijn tabernakel zal bij hen zijn, en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn.
En zij zullen wonen in het land, dat Ik Mijn knecht Jakob gegeven heb, waarin uw vaders gewoond hebben; ja, daarin zullen zij wonen, zij en hun kinderen, en hun kindskinderen tot in eeuwigheid, en Mijn Knecht David zal hunlieder Vorst zijn tot in eeuwigheid.
En Ik zal een verbond des vredes met hen maken, het zal een eeuwig verbond met hen zijn; en Ik zal ze inzetten en zal ze vermenigvuldigen, en Ik zal Mijn heiligdom in het midden van hen zetten tot in eeuwigheid.
En Mijn tabernakel zal bij hen zijn, en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn.
וְ/הָיָ֤ה מִשְׁכָּנִ/י֙ עֲלֵי/הֶ֔ם וְ/הָיִ֥יתִי לָ/הֶ֖ם לֵֽ/אלֹהִ֑ים וְ/הֵ֖מָּה יִֽהְיוּ לִ֥/י לְ/עָֽם־׃
En de heidenen zullen weten, dat Ik de HEERE ben, Die Israël heilige, als Mijn heiligdom in het midden van hen zal zijn tot in eeuwigheid.
Waarom denkt u dat de Heilige Geest juist deze woorden heeft laten opschrijven?
Wat zegt dit vers over Gods genade?
Met wie zou u dit vers vandaag willen delen, en waarom?
Neem de tijd. Laat het Woord tot u spreken. Stil uw hart voor God.
Lees het vers langzaam, drie keer. Eerst in de Statenvertaling, dan in de grondtekst. Laat de woorden tot u doordringen.
Wat valt u op? Let op sleutelwoorden, herhalingen, contrasten en verbindingen met andere teksten.
Wat betekent dit vers in zijn oorspronkelijke context? Wat wilde de auteur overbrengen aan de eerste lezers?
Hoe raakt dit vers aan uw leven vandaag? Welke waarheid, belofte, opdracht of waarschuwing spreekt u aan?
Maak van het vers een gebed. Spreek God aan met de woorden die Hij u gegeven heeft.
Schrijf hier uw gedachten, gebeden en inzichten op. Uw notities worden lokaal opgeslagen in uw browser.