En gelijk gij wilt, dat u de mensen doen zullen, doet gij hun ook desgelijks.
the reflexive pronoun self, used (alone or in the comparative G1438 (ἑαυτοῦ)) of the third person , and (with the proper personal pronoun) of the other persons
Bekijk in lexicon →Dengene, die u aan de wang slaat, biedt ook de andere; en dengene, die u den mantel neemt, verhindert ook den rok niet te nemen.
Maar geeft een iegelijk, die van u begeert; en van dengene, die het uwe neemt, eist niet weder.
En gelijk gij wilt, dat u de mensen doen zullen, doet gij hun ook desgelijks.
και καθως θελετε ινα ποιωσιν υμιν οι ανθρωποι και υμεις ποιειτε αυτοις ομοιως
En indien gij liefhebt, die u liefhebben, wat dank hebt gij? Want ook de zondaars hebben lief degenen, die hen liefhebben.
En indien gij goed doet dengenen, die u goed doen, wat dank hebt gij? Want ook de zondaars doen hetzelfde.
Welke theologische waarheid wordt hier samengevat?
Hoe raakt dit vers aan het thema van hoop?
Welke gewoonte zou u willen vormen op basis van dit vers?
Neem de tijd. Laat het Woord tot u spreken. Stil uw hart voor God.
Lees het vers langzaam, drie keer. Eerst in de Statenvertaling, dan in de grondtekst. Laat de woorden tot u doordringen.
Wat valt u op? Let op sleutelwoorden, herhalingen, contrasten en verbindingen met andere teksten.
Wat betekent dit vers in zijn oorspronkelijke context? Wat wilde de auteur overbrengen aan de eerste lezers?
Hoe raakt dit vers aan uw leven vandaag? Welke waarheid, belofte, opdracht of waarschuwing spreekt u aan?
Maak van het vers een gebed. Spreek God aan met de woorden die Hij u gegeven heeft.
Schrijf hier uw gedachten, gebeden en inzichten op. Uw notities worden lokaal opgeslagen in uw browser.