BRIEVEN

1 Timotheüs 1

Πρὸς Τιμόθεον Αʹ
Hoofdstukken (6)
123456
Getuigen
Interlineair
1
παυλοςαποστολοςιησουχριστουκατεπιταγηνθεουσωτηροςημωνκαικυριουιησουχριστουτηςελπιδοςημων
STATEN

Paulus, een apostel van Jezus Christus, naar het bevel van God, onzen Zaligmaker, en den Heere Jezus Christus, Die onze Hope is,

2
τιμοθεωγνησιωτεκνωενπιστειχαριςελεοςειρηνηαποθεουπατροςημωνκαιιησουχριστουτουκυριουημων
STATEN

Aan Timótheüs, mijn oprechten zoon in het geloof; genade, barmhartigheid, vrede zij u van God, onzen Vader, en Christus Jezus, onzen Heere.

3
καθωςπαρεκαλεσασεπροσμειναιενεφεσωπορευομενοςειςμακεδονιανιναπαραγγειληςτισινμηετεροδιδασκαλειν
STATEN

Gelijk ik u vermaand heb, dat gij te Éfeze zoudt blijven, als ik naar Macedónië reisde, zo vermaan ik het u nog, opdat gij sommigen beveelt geen andere leer te leren;

4
μηδεπροσεχεινμυθοιςκαιγενεαλογιαιςαπεραντοιςαιτινεςζητησειςπαρεχουσινμαλλονηοικοδομιανθεουτηνενπιστει
STATEN

Noch zich te begeven tot fabelen en oneindelijke geslachtsrekeningen, welke meer twistvragen voortbrengen dan stichting Gods, die in het geloof is.

5
τοδετελοςτηςπαραγγελιαςεστιναγαπηεκκαθαραςκαρδιαςκαισυνειδησεωςαγαθηςκαιπιστεωςανυποκριτου
STATEN

Maar het einde des gebods is liefde uit een rein hart, en uit een goed geweten, en uit een ongeveinsd geloof.

6
ωντινεςαστοχησαντεςεξετραπησανειςματαιολογιαν
STATEN

Van dewelke sommigen afgeweken zijnde, zich gewend hebben tot ijdelspreking;

7
θελοντεςειναινομοδιδασκαλοιμηνοουντεςμητεαλεγουσινμητεπεριτινωνδιαβεβαιουνται
STATEN

Willende leraars der wet zijn, niet verstaande, noch wat zij zeggen, noch wat zij bevestigen.

8
οιδαμενδεοτικαλοςονομοςεαντιςαυτωνομιμωςχρηται
STATEN

Doch wij weten, dat de wet goed is, zo iemand die wettelijk gebruikt;

9
ειδωςτουτοοτιδικαιωνομοςουκειταιανομοιςδεκαιανυποτακτοιςασεβεσινκαιαμαρτωλοιςανοσιοιςκαιβεβηλοιςπατραλωαιςκαιμητραλωαιςανδροφονοις
STATEN

En hij dit weet, dat den rechtvaardigen de wet niet is gezet, maar den onrechtvaardigen en den halsstarrigen, den goddelozen en den zondaren, den onheiligen en den ongoddelijken, den vadermoorders en den moedermoorders, den doodslagers,

10
πορνοιςαρσενοκοιταιςανδραποδισταιςqευσταιςεπιορκοιςκαιειτιετεροντηυγιαινουσηδιδασκαλιααντικειται
STATEN

Den hoereerders, dien, die bij mannen liggen, den mensendieven, den leugenaars, den meinedigen, en zo er iets anders tegen de gezonde leer is;

11
κατατοευαγγελιοντηςδοξηςτουμακαριουθεουοεπιστευθηνεγω
STATEN

Naar het Evangelie der heerlijkheid des zaligen Gods, dat mij toebetrouwd is.

12
καιχαρινεχωτωενδυναμωσαντιμεχριστωιησουτωκυριωημωνοτιπιστονμεηγησατοθεμενοςειςδιακονιαν
STATEN

En ik dank Hem, Die mij bekrachtigd heeft, namelijk Christus Jezus, onzen Heere, dat Hij mij getrouw geacht heeft, mij in de bediening gesteld hebbende;

13
τονπροτερονονταβλασφημονκαιδιωκτηνκαιυβριστηναλληλεηθηνοτιαγνοωνεποιησαεναπιστια
STATEN

Die te voren een godslasteraar was, en een vervolger, en een verdrukker; maar mij is barmhartigheid geschied, dewijl ik het onwetende gedaan heb in mijn ongelovigheid.

14
υπερεπλεονασενδεηχαριςτουκυριουημωνμεταπιστεωςκαιαγαπηςτηςενχριστωιησου
STATEN

Doch de genade onzes Heeren is zeer overvloedig geweest, met geloof en liefde, die er is in Christus Jezus.

15
πιστοςολογοςκαιπασηςαποδοχηςαξιοςοτιχριστοςιησουςηλθενειςτονκοσμοναμαρτωλουςσωσαιωνπρωτοςειμιεγω
STATEN

Dit is een getrouw woord, en alle aanneming waardig, dat Christus Jezus in de wereld gekomen is, om de zondaren zalig te maken, van welke ik de voornaamste ben.

16
αλλαδιατουτοηλεηθηνιναενεμοιπρωτωενδειξηταιιησουςχριστοςτηνπασανμακροθυμιανπροςυποτυπωσιντωνμελλοντωνπιστευεινεπαυτωειςζωηναιωνιον
STATEN

Maar daarom is mij barmhartigheid geschied, opdat Jezus Christus in mij, die de voornaamste ben, al Zijn lankmoedigheid zou betonen, tot een voorbeeld dergenen, die in Hem geloven zullen ten eeuwigen leven.

17
τωδεβασιλειτωναιωνωναφθαρτωαορατωμονωσοφωθεωτιμηκαιδοξαειςτουςαιωναςτωναιωνωναμην
STATEN

Den Koning nu der eeuwen, den onverderfelijken, den onzienlijken, den alleen wijzen God, zij eer en heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen.

18
ταυτηντηνπαραγγελιανπαρατιθεμαισοιτεκνοντιμοθεεκαταταςπροαγουσαςεπισεπροφητειαςιναστρατευηεναυταιςτηνκαληνστρατειαν
STATEN

Dit gebod beveel ik u, mijn zoon Timótheüs, dat gij naar de profetieën, die van u voorgegaan zijn, in dezelve den goeden strijd strijdt;

19
εχωνπιστινκαιαγαθηνσυνειδησινηντινεςαπωσαμενοιπεριτηνπιστινεναυαγησαν
STATEN

Houdende het geloof, en een goed geweten, hetwelk sommigen verstoten hebbende, van het geloof schipbreuk geleden hebben;

20
ωνεστινυμεναιοςκαιαλεξανδροςουςπαρεδωκατωσαταναιναπαιδευθωσινμηβλασφημειν
STATEN

Onder welken is Hymenéüs en Alexander, die ik den satan overgegeven heb, opdat zij zouden leren niet meer te lasteren.