BRIEVEN

1 Timotheüs 2

Πρὸς Τιμόθεον Αʹ
Hoofdstukken (6)
123456
Getuigen
Interlineair
1
παρακαλωουνπρωτονπαντωνποιεισθαιδεησειςπροσευχαςεντευξειςευχαριστιαςυπερπαντωνανθρωπων
STATEN

Ik vermaan dan voor alle dingen, dat gedaan worden smekingen, gebeden, voorbiddingen, dankzeggingen, voor alle mensen;

2
υπερβασιλεωνκαιπαντωντωνενυπεροχηοντωνιναηρεμονκαιησυχιονβιονδιαγωμενενπασηευσεβειακαισεμνοτητι
STATEN

Voor koningen, en allen, die in hoogheid zijn; opdat wij een gerust en stil leven leiden mogen in alle godzaligheid en eerbaarheid.

3
τουτογαρκαλονκαιαποδεκτονενωπιοντουσωτηροςημωνθεου
STATEN

Want dat is goed en aangenaam voor God, onzen Zaligmaker;

4
οςπανταςανθρωπουςθελεισωθηναικαιειςεπιγνωσιναληθειαςελθειν
STATEN

Welke wil, dat alle mensen zalig worden, en tot kennis der waarheid komen.

5
ειςγαρθεοςειςκαιμεσιτηςθεουκαιανθρωπωνανθρωποςχριστοςιησους
STATEN

Want er is één God, er is ook één Middelaar Gods en der mensen, de Mens Christus Jezus;

6
οδουςεαυτοναντιλυτρονυπερπαντωντομαρτυριονκαιροιςιδιοις
STATEN

Die Zichzelven gegeven heeft tot een rantsoen voor allen, zijnde de getuigenis te zijner tijd;

7
ειςοετεθηνεγωκηρυξκαιαποστολοςαληθειανλεγωενχριστωουqευδομαιδιδασκαλοςεθνωνενπιστεικαιαληθεια
STATEN

Waartoe ik gesteld ben een prediker en apostel (ik zeg de waarheid in Christus, ik lieg niet), een leraar der heidenen, in geloof en waarheid.

8
βουλομαιουνπροσευχεσθαιτουςανδραςενπαντιτοπωεπαιρονταςοσιουςχειραςχωριςοργηςκαιδιαλογισμου
STATEN

Ik wil dan, dat de mannen bidden in alle plaatsen, opheffende heilige handen, zonder toorn en twisting.

9
ωσαυτωςκαιταςγυναικαςενκαταστοληκοσμιωμετααιδουςκαισωφροσυνηςκοσμεινεαυταςμηενπλεγμασινηχρυσωημαργαριταιςηιματισμωπολυτελει
STATEN

Desgelijks ook, dat de vrouwen, in een eerbaar gewaad, met schaamte en matigheid zichzelven versieren, niet in vlechtingen des haars, of goud, of paarlen, of kostelijke kleding;

10
αλλοπρεπειγυναιξινεπαγγελλομεναιςθεοσεβειανδιεργωναγαθων
STATEN

Maar (hetwelk de vrouwen betaamt, die de godvruchtigheid belijden) door goede werken.

11
γυνηενησυχιαμανθανετωενπασηυποταγη
STATEN

Een vrouw late zich leren in stilheid, in alle onderdanigheid.

12
γυναικιδεδιδασκεινουκεπιτρεπωουδεαυθεντεινανδροςαλλειναιενησυχια
STATEN

Doch ik laat de vrouw niet toe, dat zij lere, noch over den man heerse, maar wil, dat zij in stilheid zij.

13
αδαμγαρπρωτοςεπλασθηειταευα
STATEN

Want Adam is eerst gemaakt, daarna Eva.

14
καιαδαμουκηπατηθηηδεγυνηαπατηθεισαενπαραβασειγεγονεν
STATEN

En Adam is niet verleid geworden; maar de vrouw, verleid zijnde, is in overtreding geweest.

15
σωθησεταιδεδιατηςτεκνογονιαςεανμεινωσινενπιστεικαιαγαπηκαιαγιασμωμετασωφροσυνης
STATEN

Doch zij zal zalig worden in kinderen te baren, zo zij blijft in het geloof, en liefde, en heiligmaking, met matigheid.