BRIEVEN

1 Timotheüs 4

Πρὸς Τιμόθεον Αʹ
Hoofdstukken (6)
123456
Getuigen
Interlineair
1
τοδεπνευμαρητωςλεγειοτιενυστεροιςκαιροιςαποστησονταιτινεςτηςπιστεωςπροσεχοντεςπνευμασινπλανοιςκαιδιδασκαλιαιςδαιμονιων
STATEN

Doch de Geest zegt duidelijk, dat in de laatste tijden sommigen zullen afvallen van het geloof, zich begevende tot verleidende geesten, en leringen der duivelen,

2
ενυποκρισειqευδολογωνκεκαυτηριασμενωντηνιδιανσυνειδησιν
STATEN

Door geveinsdheid der leugensprekers, hebbende hun eigen geweten als met een brandijzer toegeschroeid;

3
κωλυοντωνγαμειναπεχεσθαιβρωματωναοθεοςεκτισενειςμεταληqινμεταευχαριστιαςτοιςπιστοιςκαιεπεγνωκοσιντηναληθειαν
STATEN

Verbiedende te huwelijken, gebiedende van spijzen te onthouden, die God geschapen heeft, tot nuttiging met dankzegging, voor de gelovigen, en die de waarheid hebben bekend.

4
οτιπανκτισμαθεουκαλονκαιουδεναποβλητονμεταευχαριστιαςλαμβανομενον
STATEN

Want alle schepsel Gods is goed, en er is niets verwerpelijk, met dankzegging genomen zijnde;

5
αγιαζεταιγαρδιαλογουθεουκαιεντευξεως
STATEN

Want het wordt geheiligd door het Woord van God, en door het gebed.

6
ταυταυποτιθεμενοςτοιςαδελφοιςκαλοςεσηδιακονοςιησουχριστουεντρεφομενοςτοιςλογοιςτηςπιστεωςκαιτηςκαληςδιδασκαλιαςηπαρηκολουθηκας
STATEN

Als gij deze dingen den broederen voorstelt, zo zult gij een goed dienaar van Jezus Christus zijn, opgevoed in de woorden des geloofs en der goede leer, welke gij achtervolgd hebt.

7
τουςδεβεβηλουςκαιγραωδειςμυθουςπαραιτουγυμναζεδεσεαυτονπροςευσεβειαν
STATEN

Maar verwerp de ongoddelijke en oudwijfse fabelen; en oefen uzelven tot godzaligheid.

8
ηγαρσωματικηγυμνασιαπροςολιγονεστινωφελιμοςηδεευσεβειαπροςπανταωφελιμοςεστινεπαγγελιανεχουσαζωηςτηςνυνκαιτηςμελλουσης
STATEN

Want de lichamelijke oefening is tot weinig nut; maar de godzaligheid is tot alle dingen nut, hebbende de belofte des tegenwoordigen en des toekomenden levens.

9
πιστοςολογοςκαιπασηςαποδοχηςαξιος
STATEN

Dit is een getrouw woord, en alle aanneming waardig.

10
ειςτουτογαρκαικοπιωμενκαιονειδιζομεθαοτιηλπικαμενεπιθεωζωντιοςεστινσωτηρπαντωνανθρωπωνμαλισταπιστων
STATEN

Want hiertoe arbeiden wij ook, en worden versmaad, omdat wij gehoopt hebben op den levenden God, Die een Behouder is aller mensen, maar allermeest der gelovigen.

11
παραγγελλεταυτακαιδιδασκε
STATEN

Beveel deze dingen, en leer ze.

12
μηδειςσουτηςνεοτητοςκαταφρονειτωαλλατυποςγινουτωνπιστωνενλογωεναναστροφηεναγαπηενπνευματιενπιστειεναγνεια
STATEN

Niemand verachte uw jonkheid, maar zijt een voorbeeld der gelovigen in woord, in wandel, in liefde, in den geest, in geloof, in reinheid.

13
εωςερχομαιπροσεχετηαναγνωσειτηπαρακλησειτηδιδασκαλια
STATEN

Houd aan in het lezen, in het vermanen, in het leren, totdat ik kome.

14
μηαμελειτουενσοιχαρισματοςοεδοθησοιδιαπροφητειαςμεταεπιθεσεωςτωνχειρωντουπρεσβυτεριου
STATEN

Verzuim de gave niet, die in u is, die u gegeven is door de profetie, met oplegging der handen des ouderlingschaps.

15
ταυταμελεταεντουτοιςισθιινασουηπροκοπηφανεραηενπασιν
STATEN

Bedenk deze dingen, wees hierin bezig, opdat uw toenemen openbaar zij in alles.

16
επεχεσεαυτωκαιτηδιδασκαλιαεπιμενεαυτοιςτουτογαρποιωνκαισεαυτονσωσειςκαιτουςακουονταςσου
STATEN

Heb acht op uzelven en op de leer; volhard daarin; want dat doende, zult gij en uzelven behouden, en die u horen.