BRIEVEN

1 Timotheüs 3

Πρὸς Τιμόθεον Αʹ
Hoofdstukken (6)
123456
Getuigen
Interlineair
1
πιστοςολογοςειτιςεπισκοπηςορεγεταικαλουεργουεπιθυμει
STATEN

Dit is een getrouw woord: zo iemand tot eens opzieners ambt lust heeft, die begeert een treffelijk werk.

2
δειουντονεπισκοπονανεπιληπτονειναιμιαςγυναικοςανδρανηφαλιονσωφρονακοσμιονφιλοξενονδιδακτικον
STATEN

Een opziener dan moet onberispelijk zijn, éner vrouwe man, wakker, matig, eerbaar, gaarne herbergende, bekwaam om te leren;

3
μηπαροινονμηπληκτηνμηαισχροκερδηαλλεπιεικηαμαχοναφιλαργυρον
STATEN

Niet genegen tot den wijn, geen smijter, geen vuil-gewinzoeker; maar bescheiden, geen vechter, niet geldgierig.

4
τουιδιουοικουκαλωςπροισταμενοντεκναεχονταενυποταγημεταπασηςσεμνοτητος
STATEN

Die zijn eigen huis wel regeert, zijn kinderen in onderdanigheid houdende, met alle stemmigheid;

5
ειδετιςτουιδιουοικουπροστηναιουκοιδενπωςεκκλησιαςθεουεπιμελησεται
STATEN

(Want zo iemand zijn eigen huis niet weet te regeren, hoe zal hij voor de Gemeente Gods zorg dragen?)

6
μηνεοφυτονιναμητυφωθειςειςκριμαεμπεσητουδιαβολου
STATEN

Geen nieuweling, opdat hij niet opgeblazen worde, en in het oordeel des duivels valle.

7
δειδεαυτονκαιμαρτυριανκαληνεχειναποτωνεξωθενιναμηειςονειδισμονεμπεσηκαιπαγιδατουδιαβολου
STATEN

En hij moet ook een goede getuigenis hebben van degenen, die buiten zijn, opdat hij niet valle in smaadheid, en in den strik des duivels.

8
διακονουςωσαυτωςσεμνουςμηδιλογουςμηοινωπολλωπροσεχονταςμηαισχροκερδεις
STATEN

De diakenen insgelijks moeten eerbaar zijn, niet tweetongig, niet die zich tot veel wijns begeven, geen vuil-gewinzoekers;

9
εχονταςτομυστηριοντηςπιστεωςενκαθαρασυνειδησει
STATEN

Houdende de verborgenheid des geloofs in een rein geweten.

10
καιουτοιδεδοκιμαζεσθωσανπρωτονειταδιακονειτωσανανεγκλητοιοντες
STATEN

En dat deze ook eerst beproefd worden, en dat zij daarna dienen, zo zij onbestraffelijk zijn.

11
γυναικαςωσαυτωςσεμναςμηδιαβολουςνηφαλιουςπισταςενπασιν
STATEN

De vrouwen insgelijks moeten eerbaar zijn, geen lasteraarster, wakker, getrouw in alles.

12
διακονοιεστωσανμιαςγυναικοςανδρεςτεκνωνκαλωςπροισταμενοικαιτωνιδιωνοικων
STATEN

Dat de diakenen éner vrouwe mannen zijn, die hun kinderen en hun eigen huizen wel regeren.

13
οιγαρκαλωςδιακονησαντεςβαθμονεαυτοιςκαλονπεριποιουνταικαιπολληνπαρρησιανενπιστειτηενχριστωιησου
STATEN

Want die wel gediend hebben, verkrijgen zichzelven een goeden opgang, en vele vrijmoedigheid in het geloof, hetwelk is in Christus Jezus.

14
ταυτασοιγραφωελπιζωνελθεινπροςσεταχιον
STATEN

Deze dingen schrijf ik u, hopende zeer haast tot u te komen;

15
εανδεβραδυνωιναειδηςπωςδειενοικωθεουαναστρεφεσθαιητιςεστινεκκλησιαθεουζωντοςστυλοςκαιεδραιωματηςαληθειας
STATEN

Maar zo ik vertoef, opdat gij moogt weten, hoe men in het huis Gods moet verkeren, hetwelk is de Gemeente des levenden Gods, een pilaar en vastigheid der waarheid.

16
καιομολογουμενωςμεγαεστιντοτηςευσεβειαςμυστηριονθεοςεφανερωθηενσαρκιεδικαιωθηενπνευματιωφθηαγγελοιςεκηρυχθηενεθνεσινεπιστευθηενκοσμωανεληφθηενδοξη
STATEN

En buiten allen twijfel, de verborgenheid der godzaligheid is groot; God is geopenbaard in het vlees, is gerechtvaardigd in den Geest, is gezien van de engelen, is gepredikt onder de heidenen, is geloofd in de wereld, is opgenomen in heerlijkheid.