BRIEVEN

Galaten 3

Πρὸς Γαλάτας
Hoofdstukken (6)
123456
Getuigen
Interlineair
1
ωανοητοιγαλαταιτιςυμαςεβασκανεντηαληθειαμηπειθεσθαιοιςκατοφθαλμουςιησουςχριστοςπροεγραφηενυμινεσταυρωμενος
STATEN

O gij uitzinnige Galaten, wie heeft u betoverd, dat gij der waarheid niet zoudt gehoorzaam zijn; denwelken Jezus Christus voor de ogen te voren geschilderd is geweest, onder u gekruist zijnde?

2
τουτομονονθελωμαθειναφυμωνεξεργωννομουτοπνευμαελαβετεηεξακοηςπιστεως
STATEN

Dit alleen wil ik van u leren: hebt gij den Geest ontvangen uit de werken der wet, of uit de prediking des geloofs?

3
ουτωςανοητοιεστεεναρξαμενοιπνευματινυνσαρκιεπιτελεισθε
STATEN

Zijt gij zo uitzinnig? Daar gij met den Geest begonnen zijt, voleindigt gij nu met het vlees?

4
τοσαυταεπαθετεεικηειγεκαιεικη
STATEN

Hebt gij zoveel tevergeefs geleden? Indien maar ook tevergeefs!

5
οουνεπιχορηγωνυμιντοπνευμακαιενεργωνδυναμειςενυμινεξεργωννομουηεξακοηςπιστεως
STATEN

Die u dan den Geest verleent, en krachten onder u werkt, doet Hij dat uit de werken der wet, of uit de prediking des geloofs?

6
καθωςαβρααμεπιστευσεντωθεωκαιελογισθηαυτωειςδικαιοσυνην
STATEN

Gelijkerwijs Abraham Gode geloofd heeft, en het is hem tot rechtvaardigheid gerekend;

7
γινωσκετεαραοτιοιεκπιστεωςουτοιεισινυιοιαβρααμ
STATEN

Zo verstaat gij dan, dat degenen, die uit het geloof zijn, Abrahams kinderen zijn.

8
προιδουσαδεηγραφηοτιεκπιστεωςδικαιοιταεθνηοθεοςπροευηγγελισατοτωαβρααμοτιευλογηθησονταιενσοιπανταταεθνη
STATEN

En de Schrift, te voren ziende, dat God de heidenen uit het geloof zou rechtvaardigen, heeft te voren aan Abraham het Evangelie verkondigd, zeggende: In u zullen al de volken gezegend worden.

9
ωστεοιεκπιστεωςευλογουνταισυντωπιστωαβρααμ
STATEN

Zo dan, die uit het geloof zijn, worden gezegend met den gelovigen Abraham.

10
οσοιγαρεξεργωννομουεισινυποκαταρανεισινγεγραπταιγαρεπικαταρατοςπαςοςουκεμμενειενπασιντοιςγεγραμμενοιςεντωβιβλιωτουνομουτουποιησαιαυτα
STATEN

Want zovelen als er uit de werken der wet zijn, die zijn onder den vloek; want er is geschreven: Vervloekt is een iegelijk, die niet blijft in al hetgeen geschreven is in het boek der wet, om dat te doen.

11
οτιδεεννομωουδειςδικαιουταιπαρατωθεωδηλονοτιοδικαιοςεκπιστεωςζησεται
STATEN

En dat niemand door de wet gerechtvaardigd wordt voor God, is openbaar; want de rechtvaardige zal uit het geloof leven.

12
οδενομοςουκεστινεκπιστεωςαλλοποιησαςαυταανθρωποςζησεταιεναυτοις
STATEN

Doch de wet is niet uit het geloof; maar de mens, die deze dingen doet, zal door dezelve leven.

13
χριστοςημαςεξηγορασενεκτηςκαταραςτουνομουγενομενοςυπερημωνκαταραγεγραπταιγαρεπικαταρατοςπαςοκρεμαμενοςεπιξυλου
STATEN

Christus heeft ons verlost van den vloek der wet, een vloek geworden zijnde voor ons; want er is geschreven: Vervloekt is een iegelijk, die aan het hout hangt.

14
ιναειςταεθνηηευλογιατουαβρααμγενηταιενχριστωιησουινατηνεπαγγελιαντουπνευματοςλαβωμενδιατηςπιστεως
STATEN

Opdat de zegening van Abraham tot de heidenen komen zou in Christus Jezus, en opdat wij de belofte des Geestes verkrijgen zouden door het geloof.

15
αδελφοικαταανθρωπονλεγωομωςανθρωπουκεκυρωμενηνδιαθηκηνουδειςαθετειηεπιδιατασσεται
STATEN

Broeders, ik spreek naar den mens: zelfs eens mensen verbond, dat bevestigd is, doet niemand te niet, of niemand doet daartoe.

16
τωδεαβρααμερρηθησαναιεπαγγελιαικαιτωσπερματιαυτουουλεγεικαιτοιςσπερμασινωςεπιπολλωναλλωςεφενοςκαιτωσπερματισουοςεστινχριστος
STATEN

Nu zo zijn de beloftenissen tot Abraham en zijn zaad gesproken. Hij zegt niet: En den zaden, als van velen; maar als van één: En uw zade; hetwelk is Christus.

17
τουτοδελεγωδιαθηκηνπροκεκυρωμενηνυποτουθεουειςχριστονομεταετητετρακοσιακαιτριακονταγεγονωςνομοςουκακυροιειςτοκαταργησαιτηνεπαγγελιαν
STATEN

En dit zeg ik: Het verbond, dat te voren van God bevestigd is op Christus, wordt door de wet, die na vierhonderd en dertig jaren gekomen is, niet krachteloos gemaakt, om de beloftenis te niet te doen.

18
ειγαρεκνομουηκληρονομιαουκετιεξεπαγγελιαςτωδεαβρααμδιεπαγγελιαςκεχαρισταιοθεος
STATEN

Want indien de erfenis uit de wet is, zo is zij niet meer uit de beloftenis; maar God heeft ze Abraham door de beloftenis genadiglijk gegeven.

19
τιουνονομοςτωνπαραβασεωνχαρινπροσετεθηαχριςουελθητοσπερμαωεπηγγελταιδιαταγειςδιαγγελωνενχειριμεσιτου
STATEN

Waartoe is dan de wet? Zij is om der overtredingen wil daarbij gesteld, totdat het zaad zou gekomen zijn, dien het beloofd was; en zij is door de engelen besteld in de hand des Middelaars.

20
οδεμεσιτηςενοςουκεστινοδεθεοςειςεστιν
STATEN

En de Middelaar is niet Middelaar van één, maar God is één.

21
οουννομοςκατατωνεπαγγελιωντουθεουμηγενοιτοειγαρεδοθηνομοςοδυναμενοςζωοποιησαιοντωςανεκνομουηνηδικαιοσυνη
STATEN

Is dan de wet tegen de beloftenissen Gods? Dat zij verre; want indien er een wet gegeven ware, die machtig was levend te maken, zo zou waarlijk de rechtvaardigheid uit de wet zijn.

22
αλλασυνεκλεισενηγραφηταπανταυποαμαρτιανιναηεπαγγελιαεκπιστεωςιησουχριστουδοθητοιςπιστευουσιν
STATEN

Maar de Schrift heeft het alles onder de zonde besloten, opdat de belofte uit het geloof van Jezus Christus aan de gelovigen zou gegeven worden.

23
προτουδεελθειντηνπιστινυπονομονεφρουρουμεθασυγκεκλεισμενοιειςτηνμελλουσανπιστιναποκαλυφθηναι
STATEN

Doch eer het geloof kwam, waren wij onder de wet in bewaring gesteld, en zijn besloten geweest tot op het geloof, dat geopenbaard zou worden.

24
ωστεονομοςπαιδαγωγοςημωνγεγονενειςχριστονιναεκπιστεωςδικαιωθωμεν
STATEN

Zo dan, de wet is onze tuchtmeester geweest tot Christus, opdat wij uit het geloof zouden gerechtvaardigd worden.

25
ελθουσηςδετηςπιστεωςουκετιυποπαιδαγωγονεσμεν
STATEN

Maar als het geloof gekomen is, zo zijn wij niet meer onder den tuchtmeester.

26
παντεςγαρυιοιθεουεστεδιατηςπιστεωςενχριστωιησου
STATEN

Want gij zijt allen kinderen Gods door het geloof in Christus Jezus.

27
οσοιγαρειςχριστονεβαπτισθητεχριστονενεδυσασθε
STATEN

Want zovelen als gij in Christus gedoopt zijt, hebt gij Christus aangedaan.

28
ουκενιιουδαιοςουδεελληνουκενιδουλοςουδεελευθεροςουκενιαρσενκαιθηλυπαντεςγαρυμειςειςεστεενχριστωιησου
STATEN

Daarin is noch Jood noch Griek; daarin is noch dienstbare noch vrije; daarin is geen man en vrouw; want gij allen zijt één in Christus Jezus.

29
ειδευμειςχριστουαρατουαβρααμσπερμαεστεκαικατεπαγγελιανκληρονομοι
STATEN

En indien gij van Christus zijt, zo zijt gij dan Abrahams zaad, en naar de beloftenis erfgenamen.