Ga naar inhoud
NEVIIM

Habakuk 2

חֲבַקּוּק
Hoofdstukken (3)← → toetsen
123
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
עַל מִשְׁמַרְתִּ֣/י אֶעֱמֹ֔דָה וְ/אֶֽתְיַצְּבָ֖ה עַל מָצ֑וֹר וַ/אֲצַפֶּ֗ה לִ/רְאוֹת֙ מַה יְדַבֶּר בִּ֔/י וּ/מָ֥ה אָשִׁ֖יב עַל תּוֹכַחְתִּֽ/י־־־־־׃
STATEN

Ik stond op mijn wacht, en ik stelde mij op de sterkte, en ik hield wacht om te zien, wat Hij in mij spreken zou, en wat ik antwoorden zou op mijn bestraffing.

2
וַ/יַּעֲנֵ֤/נִי יְהוָה֙ וַ/יֹּ֔אמֶר כְּת֣וֹב חָז֔וֹן וּ/בָאֵ֖ר עַל הַ/לֻּח֑וֹת לְמַ֥עַן יָר֖וּץ ק֥וֹרֵא בֽ/וֹ־׃
STATEN

Toen antwoordde mij de HEERE, en zeide: Schrijf het gezicht, en stel het duidelijk op tafelen, opdat daarin leze die voorbijloopt.

3
כִּ֣י ע֤וֹד חָזוֹן֙ לַ/מּוֹעֵ֔ד וְ/יָפֵ֥חַ לַ/קֵּ֖ץ וְ/לֹ֣א יְכַזֵּ֑ב אִם יִתְמַהְמָהּ֙ חַכֵּה ל֔/וֹ כִּֽי בֹ֥א יָבֹ֖א לֹ֥א יְאַחֵֽר־־־׃
STATEN

Want het gezicht zal nog tot een bestemden tijd zijn, dan zal Hij het op het einde voortbrengen, en niet liegen; zo Hij vertoeft, verbeid Hem, want Hij zal gewisselijk komen, Hij zal niet achterblijven.

4
הִנֵּ֣ה עֻפְּלָ֔ה לֹא יָשְׁרָ֥ה נַפְשׁ֖/וֹ בּ֑/וֹ וְ/צַדִּ֖יק בֶּ/אֱמוּנָת֥/וֹ יִחְיֶֽה־׃
STATEN

Ziet, zijn ziel verheft zich, zij is niet recht in hem; maar de rechtvaardige zal door zijn geloof leven.

5
וְ/אַף֙ כִּֽי הַ/יַּ֣יִן בּוֹגֵ֔ד גֶּ֥בֶר יָהִ֖יר וְ/לֹ֣א יִנְוֶ֑ה אֲשֶׁר֩ הִרְחִ֨יב כִּ/שְׁא֜וֹל נַפְשׁ֗/וֹ וְ/ה֤וּא כַ/מָּ֨וֶת֙ וְ/לֹ֣א יִשְׂבָּ֔ע וַ/יֶּאֱסֹ֤ף אֵלָי/ו֙ כָּל הַ/גּוֹיִ֔ם וַ/יִּקְבֹּ֥ץ אֵלָ֖י/ו כָּל הָ/עַמִּֽים־־־׃
STATEN

En ook dewijl hij trouwelooslijk handelt bij den wijn, een trots man is, en in zijn woning niet blijft; die zijn ziel wijd opendoet als het graf, en gelijk de dood is, die niet zat wordt, en tot zich verzamelt al de heidenen, en vergadert tot zich alle volken.

6
הֲ/לוֹא אֵ֣לֶּה כֻלָּ֗/ם עָלָי/ו֙ מָשָׁ֣ל יִשָּׂ֔אוּ וּ/מְלִיצָ֖ה חִיד֣וֹת ל֑/וֹ וְ/יֹאמַ֗ר ה֚וֹי הַ/מַּרְבֶּ֣ה לֹּא ל֔/וֹ עַד מָתַ֕י וּ/מַכְבִּ֥יד עָלָ֖י/ו עַבְטִֽיט־־־׃
STATEN

Zouden dan niet al dezelve van hem een spreekwoord opnemen, en een uitlegging der raadselen van hem? En men zal zeggen: Wee dien, die vermeerdert hetgeen het zijne niet is (hoe lange!), en dien, die op zich laadt dik slijk.

7
הֲ/ל֣וֹא פֶ֗תַע יָק֨וּמוּ֙ נֹשְׁכֶ֔י/ךָ וְ/יִקְצ֖וּ מְזַעְזְעֶ֑י/ךָ וְ/הָיִ֥יתָ לִ/מְשִׁסּ֖וֹת לָֽ/מוֹ׃
STATEN

Zullen niet onvoorziens opstaan, die u bijten zullen, en ontwaken, die u zullen bewegen, en zult gij hun niet tot plundering worden?

8
כִּֽי אַתָּ֤ה שַׁלּ֨וֹתָ֙ גּוֹיִ֣ם רַבִּ֔ים יְשָׁלּ֖וּ/ךָ כָּל יֶ֣תֶר עַמִּ֑ים מִ/דְּמֵ֤י אָדָם֙ וַ/חֲמַס אֶ֔רֶץ קִרְיָ֖ה וְ/כָל יֹ֥שְׁבֵי בָֽ/הּ־־־׃פ
STATEN

Omdat gij vele heidenen beroofd hebt, zo zullen alle overgeblevene volken u beroven; om het bloed der mensen, en het geweld aan het land, de stad, en alle inwoners derzelve.

9
ה֗וֹי בֹּצֵ֛עַ בֶּ֥צַע רָ֖ע לְ/בֵית֑/וֹ לָ/שׂ֤וּם בַּ/מָּרוֹם֙ קִנּ֔/וֹ לְ/הִנָּצֵ֖ל מִ/כַּף רָֽע־׃
STATEN

Wee dien, die met kwade gierigheid giert voor zijn huis, opdat hij in de hoogte zijn nest stelle, om bevrijd te zijn uit de hand des kwaads.

10
יָעַ֥צְתָּ בֹּ֖שֶׁת לְ/בֵיתֶ֑/ךָ קְצוֹת עַמִּ֥ים רַבִּ֖ים וְ/חוֹטֵ֥א נַפְשֶֽׁ/ךָ־׃
STATEN

Gij hebt schaamte beraadslaagd voor uw huis; uitroeiende vele volken, zo hebt gij gezondigd tegen uw ziel.

11
כִּי אֶ֖בֶן מִ/קִּ֣יר תִּזְעָ֑ק וְ/כָפִ֖יס מֵ/עֵ֥ץ יַעֲנֶֽ/נָּה־׃פ
STATEN

Want de steen uit den muur roept, en de balk uit het hout antwoordt dien.

12
ה֛וֹי בֹּנֶ֥ה עִ֖יר בְּ/דָמִ֑ים וְ/כוֹנֵ֥ן קִרְיָ֖ה בְּ/עַוְלָֽה׃
STATEN

Wee dien, die de stad met bloed bouwt, en die de stad met onrecht bevestigt!

Op De Naamdragers

Blogs over Habakuk 2

Nog geen artikelen die specifiek naar Habakuk 2 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →