Ga naar inhoud
NEVIIM

Habakuk 1

חֲבַקּוּק
Hoofdstukken (3)← → toetsen
123
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
הַ/מַּשָׂא֙ אֲשֶׁ֣ר חָזָ֔ה חֲבַקּ֖וּק הַ/נָּבִֽיא׃
STATEN

De last, welken Hábakuk, de profeet, gezien heeft.

2
עַד אָ֧נָה יְהוָ֛ה שִׁוַּ֖עְתִּי וְ/לֹ֣א תִשְׁמָ֑ע אֶזְעַ֥ק אֵלֶ֛י/ךָ חָמָ֖ס וְ/לֹ֥א תוֹשִֽׁיעַ־׃
STATEN

HEERE! hoe lang schreeuw ik, en Gij hoort niet, hoe lang roep ik geweld, tot U, en Gij verlost niet!

3
לָ֣/מָּה תַרְאֵ֤/נִי אָ֨וֶן֙ וְ/עָמָ֣ל תַּבִּ֔יט וְ/שֹׁ֥ד וְ/חָמָ֖ס לְ/נֶגְדִּ֑/י וַ/יְהִ֧י רִ֦יב וּ/מָד֖וֹן יִשָּֽׂא׃
STATEN

Waarom laat Gij mij ongerechtigheid zien, en aanschouwt de kwelling? Want verwoesting en geweld is tegen mij over, en er is twist, en men neemt gekijf op.

4
עַל כֵּן֙ תָּפ֣וּג תּוֹרָ֔ה וְ/לֹֽא יֵצֵ֥א לָ/נֶ֖צַח מִשְׁפָּ֑ט כִּ֤י רָשָׁע֙ מַכְתִּ֣יר אֶת הַ/צַּדִּ֔יק עַל כֵּ֛ן יֵצֵ֥א מִשְׁפָּ֖ט מְעֻקָּֽל־־־־׃
STATEN

Daarom wordt de wet onderlaten, en het recht komt nimmermeer voort; want de goddeloze omringt den rechtvaardige; daarom komt het recht verdraaid voor.

5
רְא֤וּ בַ/גּוֹיִם֙ וְֽ/הַבִּ֔יטוּ וְ/הִֽתַּמְּה֖וּ תְּמָ֑הוּ כִּי פֹ֨עַל֙ פֹּעֵ֣ל בִּֽ/ימֵי/כֶ֔ם לֹ֥א תַאֲמִ֖ינוּ כִּ֥י יְסֻפָּֽר־׃
STATEN

Ziet onder de heidenen, en aanschouwt, en verwondert u, verwondert u, want Ik werk een werk in ulieder dagen, hetwelk gij niet geloven zult, als het verteld zal worden.

6
כִּֽי הִנְ/נִ֤י מֵקִים֙ אֶת הַ/כַּשְׂדִּ֔ים הַ/גּ֖וֹי הַ/מַּ֣ר וְ/הַ/נִּמְהָ֑ר הַֽ/הוֹלֵךְ֙ לְ/מֶרְחֲבֵי אֶ֔רֶץ לָ/רֶ֖שֶׁת מִשְׁכָּנ֥וֹת לֹּא לֽ/וֹ־־־־׃
STATEN

Want ziet, Ik verwek de Chaldeeën, een bitter en snel volk, trekkende door de breedten der aarde, om erfelijk te bezitten woningen, die de zijne niet zijn.

7
אָיֹ֥ם וְ/נוֹרָ֖א ה֑וּא מִמֶּ֕/נּוּ מִשְׁפָּט֥/וֹ וּ/שְׂאֵת֖/וֹ יֵצֵֽא׃
STATEN

Schrikkelijk en vreselijk is hetzelve; zijn recht en zijn hoogheid gaat van hemzelven uit.

8
וְ/קַלּ֨וּ מִ/נְּמֵרִ֜ים סוּסָ֗י/ו וְ/חַדּוּ֙ מִ/זְּאֵ֣בֵי עֶ֔רֶב וּ/פָ֖שׁוּ פָּֽרָשָׁ֑י/ו וּ/פָֽרָשָׁי/ו֙ מֵ/רָח֣וֹק יָבֹ֔אוּ יָעֻ֕פוּ כְּ/נֶ֖שֶׁר חָ֥שׁ לֶ/אֱכֽוֹל׃
STATEN

Want zijn paarden zijn lichter dan de luipaarden, en zij zijn scherper dan de avondwolven, en zijn ruiters verspreiden zich; ja, zijn ruiters zullen van verre komen, zij zullen vliegen als een arend, zich spoedende om te eten.

9
כֻּלֹּ/ה֙ לְ/חָמָ֣ס יָב֔וֹא מְגַמַּ֥ת פְּנֵי/הֶ֖ם קָדִ֑ימָ/ה וַ/יֶּאֱסֹ֥ף כַּ/ח֖וֹל שֶֽׁבִי׃
STATEN

Het zal geheellijk tot geweld komen, wat zij inslorpen zullen met hun aangezichten, zullen zij brengen naar het oosten; en het zal de gevangenen verzamelen als zand.

10
וְ/הוּא֙ בַּ/מְּלָכִ֣ים יִתְקַלָּ֔ס וְ/רֹזְנִ֖ים מִשְׂחָ֣ק ל֑/וֹ ה֚וּא לְ/כָל מִבְצָ֣ר יִשְׂחָ֔ק וַ/יִּצְבֹּ֥ר עָפָ֖ר וַֽ/יִּלְכְּדָֽ/הּ־׃
STATEN

En hij zal de koningen beschimpen, en de prinsen zullen hem een belaching zijn; hij zal alle vesting belachen; want hij zal stof vergaderen, en hij zal ze innemen.

11
אָ֣ז חָלַ֥ף ר֛וּחַ וַֽ/יַּעֲבֹ֖ר וְ/אָשֵׁ֑ם ז֥וּ כֹח֖/וֹ לֵ/אלֹהֽ/וֹ׃
STATEN

Dan zal hij den geest veranderen, en hij zal doortrekken, en zich schuldig maken, houdende deze zijn kracht voor zijn god.

12
הֲ/ל֧וֹא אַתָּ֣ה מִ/קֶּ֗דֶם יְהוָ֧ה אֱלֹהַ֛/י קְדֹשִׁ֖/י לֹ֣א נָמ֑וּת יְהוָה֙ לְ/מִשְׁפָּ֣ט שַׂמְתּ֔/וֹ וְ/צ֖וּר לְ/הוֹכִ֥יחַ יְסַדְתּֽ/וֹ׃
STATEN

Zijt Gij niet van ouds af de HEERE, mijn God, mijn Heilige? Wij zullen niet sterven; o HEERE! tot een oordeel hebt Gij hem gesteld, en o Rots! om te straffen, hebt Gij hem gegrondvest.

Op De Naamdragers

Blogs over Habakuk 1

Nog geen artikelen die specifiek naar Habakuk 1 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →