Ga naar inhoud
NEVIIM

Habakuk 3

חֲבַקּוּק
Hoofdstukken (3)← → toetsen
123
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
תְּפִלָּ֖ה לַ/חֲבַקּ֣וּק הַ/נָּבִ֑יא עַ֖ל שִׁגְיֹנֽוֹת׃
STATEN

Een gebed van Hábakuk, den profeet, op Sjigjónôth.

2
יְהוָ֗ה שָׁמַ֣עְתִּי שִׁמְעֲ/ךָ֮ יָרֵאתִי֒ יְהוָ֗ה פָּֽעָלְ/ךָ֙ בְּ/קֶ֤רֶב שָׁנִים֙ חַיֵּ֔י/הוּ בְּ/קֶ֥רֶב שָׁנִ֖ים תּוֹדִ֑יעַ בְּ/רֹ֖גֶז רַחֵ֥ם תִּזְכּֽוֹר׃
STATEN

HEERE! als ik Uw rede gehoord heb, heb ik gevreesd; Uw werk, o HEERE! behoud dat in het leven in het midden der jaren, maak het bekend in het midden der jaren; in den toorn gedenk des ontfermens.

3
אֱל֨וֹהַ֙ מִ/תֵּימָ֣ן יָב֔וֹא וְ/קָד֥וֹשׁ מֵֽ/הַר פָּארָ֖ן סֶ֑לָה כִּסָּ֤ה שָׁמַ֨יִם֙ הוֹד֔/וֹ וּ/תְהִלָּת֖/וֹ מָלְאָ֥ה הָ/אָֽרֶץ־׃
STATEN

God kwam van Theman, en de Heilige van den berg Paran. Sela. Zijn heerlijkheid bedekte de hemelen, en het aardrijk was vol van Zijn lof.

4
וְ/נֹ֨גַהּ֙ כָּ/א֣וֹר תִּֽהְיֶ֔ה קַרְנַ֥יִם מִ/יָּד֖/וֹ ל֑/וֹ וְ/שָׁ֖ם חֶבְי֥וֹן עֻזֹּֽ/ה׃
STATEN

En er was een glans als des lichts, Hij had hoornen aan Zijn hand, en aldaar was Zijn sterkte verborgen.

5
לְ/פָנָ֖י/ו יֵ֣לֶךְ דָּ֑בֶר וְ/יֵצֵ֥א רֶ֖שֶׁף לְ/רַגְלָֽי/ו׃
STATEN

Voor Zijn aangezicht ging de pestilentie, en de vurige kool ging voor Zijn voeten henen.

6
עָמַ֣ד וַ/יְמֹ֣דֶד אֶ֗רֶץ רָאָה֙ וַ/יַּתֵּ֣ר גּוֹיִ֔ם וַ/יִּתְפֹּֽצְצוּ֙ הַרְרֵי עַ֔ד שַׁח֖וּ גִּבְע֣וֹת עוֹלָ֑ם הֲלִיכ֥וֹת עוֹלָ֖ם לֽ/וֹ׀־׃
STATEN

Hij stond, en mat het land, Hij zag toe, en maakte de heidenen los, en de gedurige bergen zijn verstrooid geworden; de heuvelen der eeuwigheid hebben zich gebogen; de gangen der eeuw zijn Zijne.

7
תַּ֣חַת אָ֔וֶן רָאִ֖יתִי אָהֳלֵ֣י כוּשָׁ֑ן יִרְגְּז֕וּ/ן יְרִיע֖וֹת אֶ֥רֶץ מִדְיָֽן׃ס
STATEN

Ik zag de tenten van Kusan onder de ijdelheid; de gordijnen des lands van Midian schudden.

8
הֲ/בִ/נְהָרִים֙ חָרָ֣ה יְהוָ֔ה אִ֤ם בַּ/נְּהָרִים֙ אַפֶּ֔/ךָ אִם בַּ/יָּ֖ם עֶבְרָתֶ֑/ךָ כִּ֤י תִרְכַּב֙ עַל סוּסֶ֔י/ךָ מַרְכְּבֹתֶ֖י/ךָ יְשׁוּעָֽה־־׃
STATEN

Was de HEERE ontstoken tegen de rivieren? Was Uw toorn tegen de rivieren, was Uw verbolgenheid tegen de zee, toen Gij op Uw paarden reedt? Uw wagens waren heil.

9
עֶרְיָ֤ה תֵעוֹר֙ קַשְׁתֶּ֔/ךָ שְׁבֻע֥וֹת מַטּ֖וֹת אֹ֣מֶר סֶ֑לָה נְהָר֖וֹת תְּבַקַּע אָֽרֶץ־׃
STATEN

De naakte grond werd ontbloot door Uw boog, om de eden, aan de stammen gedaan door het woord. Sela. Gij hebt de rivieren der aarde gekloofd.

10
רָא֤וּ/ךָ יָחִ֨ילוּ֙ הָרִ֔ים זֶ֥רֶם מַ֖יִם עָבָ֑ר נָתַ֤ן תְּהוֹם֙ קוֹל֔/וֹ ר֖וֹם יָדֵ֥י/הוּ נָשָֽׂא׃
STATEN

De bergen zagen U, en leden smart; de waterstroom ging door, de afgrond gaf zijn stem, hij hief zijn zijden op in de hoogte.

11
שֶׁ֥מֶשׁ יָרֵ֖חַ עָ֣מַד זְבֻ֑לָ/ה לְ/א֤וֹר חִצֶּ֨י/ךָ֙ יְהַלֵּ֔כוּ לְ/נֹ֖גַהּ בְּרַ֥ק חֲנִיתֶֽ/ךָ׃
STATEN

De zon en de maan stonden stil in haar woning; met het licht gingen Uw pijlen daarhenen, met glans Uw bliksemende spies.

12
בְּ/זַ֖עַם תִּצְעַד אָ֑רֶץ בְּ/אַ֖ף תָּד֥וּשׁ גּוֹיִֽם־׃
STATEN

Met gramschap tradt Gij door het land, met toorn dorstet Gij de heidenen.

Op De Naamdragers

Blogs over Habakuk 3

Nog geen artikelen die specifiek naar Habakuk 3 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →