OPENBARING

Openbaring 1

Ἀποκάλυψις Ἰωάννου
Hoofdstukken (22)
12345678910111213141516171819202122
Getuigen
Interlineair
1
αποκαλυqιςιησουχριστουηνεδωκεναυτωοθεοςδειξαιτοιςδουλοιςαυτουαδειγενεσθαιενταχεικαιεσημανεναποστειλαςδιατουαγγελουαυτουτωδουλωαυτουιωαννη
STATEN

De openbaring van Jezus Christus, die God hem gegeven heeft, om Zijn dienstknechten te tonen de dingen, die haast geschieden moeten; en die Hij door Zijn engel gezonden, en Zijn dienstknecht Johannes te kennen gegeven heeft;

2
οςεμαρτυρησεντονλογοντουθεουκαιτηνμαρτυριανιησουχριστουοσατεειδεν
STATEN

Dewelke het Woord Gods betuigd heeft, en de getuigenis van Jezus Christus, en al wat hij gezien heeft.

3
μακαριοςοαναγινωσκωνκαιοιακουοντεςτουςλογουςτηςπροφητειαςκαιτηρουντεςταεναυτηγεγραμμεναογαρκαιροςεγγυς
STATEN

Zalig is hij, die leest, en zijn zij, die horen de woorden dezer profetie, en die bewaren, hetgeen in dezelve geschreven is; want de tijd is nabij.

4
ιωαννηςταιςεπταεκκλησιαιςταιςεντηασιαχαριςυμινκαιειρηνηαποτουοωνκαιοηνκαιοερχομενοςκαιαποτωνεπταπνευματωναεστινενωπιοντουθρονουαυτου
STATEN

Johannes aan de zeven Gemeenten, die in Azië zijn: genade zij u en vrede van Hem, Die is, en Die was, en Die komen zal; en van de zeven geesten, die voor Zijn troon zijn;

5
καιαποιησουχριστουομαρτυςοπιστοςοπρωτοτοκοςεκτωννεκρωνκαιοαρχωντωνβασιλεωντηςγηςτωαγαπησαντιημαςκαιλουσαντιημαςαποτωναμαρτιωνημωνεντωαιματιαυτου
STATEN

En van Jezus Christus, Die de getrouwe Getuige is, de Eerstgeborene uit de doden, en de Overste der koningen der aarde. Hem, Die ons heeft liefgehad, en ons van onze zonden gewassen heeft in Zijn bloed.

6
καιεποιησενημαςβασιλειςκαιιερειςτωθεωκαιπατριαυτουαυτωηδοξακαιτοκρατοςειςτουςαιωναςτωναιωνωναμην
STATEN

En Die ons gemaakt heeft tot koningen en priesters Gode en Zijn Vader; Hem, zeg ik, zij de heerlijkheid en de kracht in alle eeuwigheid. Amen.

7
ιδουερχεταιμετατωννεφελωνκαιοqεταιαυτονπαςοφθαλμοςκαιοιτινεςαυτονεξεκεντησανκαικοqονταιεπαυτονπασαιαιφυλαιτηςγηςναιαμην
STATEN

Ziet, Hij komt met de wolken en alle oog zal Hem zien, ook degenen, die Hem doorstoken hebben; en alle geslachten der aarde zullen over Hem rouw bedrijven; ja, amen.

8
εγωειμιτοακαιτοωαρχηκαιτελοςλεγειοκυριοςοωνκαιοηνκαιοερχομενοςοπαντοκρατωρ
STATEN

Ik ben de Alfa en de Oméga, het Begin en het Einde, zegt de Heere, Die is, en Die was, en Die komen zal, de Almachtige.

9
εγωιωαννηςοκαιαδελφοςυμωνκαισυγκοινωνοςεντηθλιqεικαιεντηβασιλειακαιυπομονηιησουχριστουεγενομηνεντηνησωτηκαλουμενηπατμωδιατονλογοντουθεουκαιδιατηνμαρτυριανιησουχριστου
STATEN

Ik, Johannes, die ook uw broeder ben, en medegenoot in de verdrukking, en in het Koninkrijk, en in de lijdzaamheid van Jezus Christus, was op het eiland, genaamd Patmos, om het Woord Gods, en om de getuigenis van Jezus Christus.

10
εγενομηνενπνευματιεντηκυριακηημερακαιηκουσαοπισωμουφωνηνμεγαληνωςσαλπιγγος
STATEN

En ik was in den geest op den dag des Heeren; en ik hoorde achter mij een grote stem, als van een bazuin,

11
λεγουσηςεγωειμιτοακαιτοωοπρωτοςκαιοεσχατοςκαιοβλεπειςγραqονειςβιβλιονκαιπεμqονταιςεπταεκκλησιαιςταιςενασιαειςεφεσονκαιειςσμυρνανκαιειςπεργαμονκαιειςθυατειρακαιειςσαρδειςκαιειςφιλαδελφειανκαιειςλαοδικειαν
STATEN

Zeggende: Ik ben de Alfa en de Oméga, de Eerste en de Laatste; en hetgeen gij ziet, schrijf dat in een boek, en zend het aan de zeven Gemeenten, die in Azië zijn, namelijk naar Éfeze, en naar Smyrna, en naar Pérgamus, en naar Thyatíre, en naar Sardis, en naar Filadelfía, en naar Laodicéa.

12
καιεπεστρεqαβλεπειντηνφωνηνητιςελαλησενμετεμουκαιεπιστρεqαςειδονεπταλυχνιαςχρυσας
STATEN

En ik keerde mij om, om te zien de stem, die met mij gesproken had; en mij omgekeerd hebbende, zag ik zeven gouden kandelaren;

13
καιενμεσωτωνεπταλυχνιωνομοιονυιωανθρωπουενδεδυμενονποδηρηκαιπεριεζωσμενονπροςτοιςμαστοιςζωνηνχρυσην
STATEN

En in het midden van de zeven kandelaren Eén, den Zoon des mensen gelijk zijnde, bekleed met een lang kleed tot de voeten, en omgord aan de borsten met een gouden gordel;

14
ηδεκεφαληαυτουκαιαιτριχεςλευκαιωσειεριονλευκονωςχιωνκαιοιοφθαλμοιαυτουωςφλοξπυρος
STATEN

En Zijn hoofd en haar was wit, gelijk als witte wol, gelijk sneeuw; en Zijn ogen gelijk een vlam vuurs;

15
καιοιποδεςαυτουομοιοιχαλκολιβανωωςενκαμινωπεπυρωμενοικαιηφωνηαυτουωςφωνηυδατωνπολλων
STATEN

En Zijn voeten waren blinkend koper gelijk, en gloeiden als in een oven; en Zijn stem als een stem van vele wateren.

16
καιεχωνεντηδεξιααυτουχειριαστεραςεπτακαιεκτουστοματοςαυτουρομφαιαδιστομοςοξειαεκπορευομενηκαιηοqιςαυτουωςοηλιοςφαινειεντηδυναμειαυτου
STATEN

En Hij had zeven sterren in Zijn rechterhand; en uit Zijn mond ging een tweesnijdend scherp zwaard; en Zijn aangezicht was, gelijk de zon schijnt in haar kracht.

17
καιοτεειδοναυτονεπεσαπροςτουςποδαςαυτουωςνεκροςκαιεπεθηκεντηνδεξιαναυτουχειραεπεμελεγωνμοιμηφοβουεγωειμιοπρωτοςκαιοεσχατος
STATEN

En toen ik Hem zag, viel ik als dood aan Zijn voeten; en Hij legde Zijn rechterhand op mij, zeggende tot mij: Vrees niet; Ik ben de Eerste en de Laatste;

18
καιοζωνκαιεγενομηννεκροςκαιιδουζωνειμιειςτουςαιωναςτωναιωνωναμηνκαιεχωταςκλειςτουαδουκαιτουθανατου
STATEN

En Die leef, en Ik ben dood geweest; en zie, Ik ben levend in alle eeuwigheid. Amen. En Ik heb de sleutels der hel en des doods.

19
γραqοναειδεςκαιαεισινκαιαμελλειγινεσθαιμεταταυτα
STATEN

Schrijf, hetgeen gij gezien hebt, en hetgeen is, en hetgeen geschieden zal na dezen:

20
τομυστηριοντωνεπτααστερωνωνειδεςεπιτηςδεξιαςμουκαιταςεπταλυχνιαςταςχρυσαςοιεπτααστερεςαγγελοιτωνεπταεκκλησιωνεισινκαιαιεπταλυχνιαιαςειδεςεπταεκκλησιαιεισιν
STATEN

De verborgenheid der zeven sterren, die gij gezien hebt in Mijn rechterhand, en de zeven gouden kandelaren. De zeven sterren zijn de engelen der zeven Gemeenten; en de zeven kandelaren, die gij gezien hebt, zijn de zeven Gemeenten.