OPENBARING

Openbaring 16

Ἀποκάλυψις Ἰωάννου
Hoofdstukken (22)
12345678910111213141516171819202122
Getuigen
Interlineair
1
καιηκουσαφωνηςμεγαληςεκτουναουλεγουσηςτοιςεπτααγγελοιςυπαγετεκαιεκχεατεταςφιαλαςτουθυμουτουθεουειςτηνγην
STATEN

En ik hoorde een grote stem uit den tempel, zeggende tot de zeven engelen: Gaat henen, en giet de zeven fiolen van den toorn Gods uit op de aarde.

2
καιαπηλθενοπρωτοςκαιεξεχεεντηνφιαληναυτουεπιτηνγηνκαιεγενετοελκοςκακονκαιπονηρονειςτουςανθρωπουςτουςεχονταςτοχαραγματουθηριουκαιτουςτηεικονιαυτουπροσκυνουντας
STATEN

En de eerste ging henen, en goot zijn fiool uit op de aarde; en er werd een kwaad en boos gezweer aan de mensen, die het merkteken van het beest hadden, en die zijn beeld aanbaden.

3
καιοδευτεροςαγγελοςεξεχεεντηνφιαληναυτουειςτηνθαλασσανκαιεγενετοαιμαωςνεκρουκαιπασαqυχηζωσααπεθανενεντηθαλασση
STATEN

En de tweede engel goot zijn fiool uit in de zee, en zij werd bloed als van een dode; en alle levende ziel is gestorven in de zee.

4
καιοτριτοςαγγελοςεξεχεεντηνφιαληναυτουειςτουςποταμουςκαιειςταςπηγαςτωνυδατωνκαιεγενετοαιμα
STATEN

En de derde engel goot zijn fiool uit in de rivieren en in de fonteinen der wateren; en de wateren werden bloed.

5
καιηκουσατουαγγελουτωνυδατωνλεγοντοςδικαιοςκυριεειοωνκαιοηνκαιοεσομενοςοτιταυταεκρινας
STATEN

En ik hoorde den engel der wateren zeggen: Gij zijt rechtvaardig, Heere! Die is, en Die was, en Die zijn zal, dat Gij dit geoordeeld hebt;

6
οτιαιμααγιωνκαιπροφητωνεξεχεανκαιαιμααυτοιςεδωκαςπιειναξιοιγαρεισιν
STATEN

Dewijl zij het bloed der heiligen, en der profeten vergoten hebben, zo hebt Gij hun ook bloed te drinken gegeven; want zij zijn het waardig.

7
καιηκουσααλλουεκτουθυσιαστηριουλεγοντοςναικυριεοθεοςοπαντοκρατωραληθιναικαιδικαιαιαικρισειςσου
STATEN

En ik hoorde een anderen van het altaar zeggen: Ja, Heere, Gij almachtige God! Uwe oordelen zijn waarachtig en rechtvaardig.

8
καιοτεταρτοςαγγελοςεξεχεεντηνφιαληναυτουεπιτονηλιονκαιεδοθηαυτωκαυματισαιτουςανθρωπουςενπυρι
STATEN

En de vierde engel goot zijn fiool uit op de zon; en haar is macht gegeven de mensen te verhitten door vuur.

9
καιεκαυματισθησανοιανθρωποικαυμαμεγακαιεβλασφημησαντοονοματουθεουτουεχοντοςεξουσιανεπιταςπληγαςταυταςκαιουμετενοησανδουναιαυτωδοξαν
STATEN

En de mensen werden verhit met grote hitte, en lasterden den Naam Gods, Die macht heeft over deze plagen; en zij bekeerden zich niet, om Hem heerlijkheid te geven.

10
καιοπεμπτοςαγγελοςεξεχεεντηνφιαληναυτουεπιτονθρονοντουθηριουκαιεγενετοηβασιλειααυτουεσκοτωμενηκαιεμασσωντοταςγλωσσαςαυτωνεκτουπονου
STATEN

En de vijfde engel goot zijn fiool uit op den troon van het beest; en zijn rijk is verduisterd geworden; en zij kauwden hun tongen van pijn;

11
καιεβλασφημησαντονθεοντουουρανουεκτωνπονωναυτωνκαιεκτωνελκωναυτωνκαιουμετενοησανεκτωνεργωναυτων
STATEN

En zij lasterden den God des hemels vanwege hun pijnen, en vanwege hun gezweren; en zij bekeerden zich niet van hun werken.

12
καιοεκτοςαγγελοςεξεχεεντηνφιαληναυτουεπιτονποταμοντονμεγαντονευφρατηνκαιεξηρανθητουδωραυτουιναετοιμασθηηοδοςτωνβασιλεωντωναποανατολωνηλιου
STATEN

En de zesde engel goot zijn fiool uit op de grote rivier, den Eufraat; en zijn water is uitgedroogd, opdat bereid zou worden de weg der koningen, die van den opgang der zon komen zullen.

13
καιειδονεκτουστοματοςτουδρακοντοςκαιεκτουστοματοςτουθηριουκαιεκτουστοματοςτουqευδοπροφητουπνευματατριαακαθαρταομοιαβατραχοις
STATEN

En ik zag uit den mond des draaks, en uit den mond van het beest, en uit den mond des valsen profeets, drie onreine geesten gaan, den vorsen gelijk;

14
εισινγαρπνευματαδαιμονωνποιουντασημειααεκπορευεταιεπιτουςβασιλειςτηςγηςκαιτηςοικουμενηςοληςσυναγαγειναυτουςειςτονπολεμοντηςημεραςεκεινηςτηςμεγαληςτουθεουτουπαντοκρατορος
STATEN

Want het zijn geesten der duivelen, en zij doen tekenen, welke uitgaan tot de koningen der aarde en der gehele wereld, om die te vergaderen tot den krijg van dien groten dag des almachtigen Gods.

15
ιδουερχομαιωςκλεπτηςμακαριοςογρηγορωνκαιτηρωνταιματιααυτουιναμηγυμνοςπεριπατηκαιβλεπωσιντηνασχημοσυνηναυτου
STATEN

Ziet, Ik kom als een dief. Zalig is hij, die waakt en zijn klederen bewaart, opdat hij niet naakt wandele, en men zijn schaamte niet zie.

16
καισυνηγαγεναυτουςειςτοντοποντονκαλουμενονεβραιστιαρμαγεδδων
STATEN

En zij hebben hen vergaderd in de plaats, welke in het Hebreeuws genaamd wordt Armagéddon.

17
καιοεβδομοςαγγελοςεξεχεεντηνφιαληναυτουειςτοναερακαιεξηλθενφωνημεγαληαποτουναουτουουρανουαποτουθρονουλεγουσαγεγονεν
STATEN

En de zevende engel goot zijn fiool uit in de lucht; en er kwam een grote stem uit den tempel des hemels, van den troon, zeggende: Het is geschied!

18
καιεγενοντοφωναικαιβρονταικαιαστραπαικαισεισμοςεγενετομεγαςοιοςουκεγενετοαφουοιανθρωποιεγενοντοεπιτηςγηςτηλικουτοςσεισμοςουτωςμεγας
STATEN

En er geschiedden stemmen, en donderslagen, en bliksemen; en er geschiedde een grote aardbeving, hoedanige niet is geschied van dat de mensen op de aarde geweest zijn, namelijk een zodanige aardbeving en zo groot.

19
καιεγενετοηπολιςημεγαληειςτριαμερηκαιαιπολειςτωνεθνωνεπεσονκαιβαβυλωνημεγαληεμνησθηενωπιοντουθεουδουναιαυτητοποτηριοντουοινουτουθυμουτηςοργηςαυτου
STATEN

En de grote stad is in drie delen gescheurd, en de steden der heidenen zijn gevallen; en het grote Babylon is gedacht geworden voor God, om haar te geven den drinkbeker van den wijn des toorns Zijner gramschap.

20
καιπασανησοςεφυγενκαιορηουχευρεθησαν
STATEN

En alle eiland is gevloden, en de bergen zijn niet gevonden.

21
καιχαλαζαμεγαληωςταλαντιαιακαταβαινειεκτουουρανουεπιτουςανθρωπουςκαιεβλασφημησανοιανθρωποιτονθεονεκτηςπληγηςτηςχαλαζηςοτιμεγαληεστινηπληγηαυτηςσφοδρα
STATEN

En een grote hagel, elk als een talentpond zwaar, viel neder uit den hemel op de mensen; en de mensen lasterden God vanwege de plage des hagels; want deszelfs plage was zeer groot.