Ga naar inhoud
← gisteren
dagelijkse overdenking
vrijdag 22 mei 2026
6 Tammoez 5786
morgen →
וַ/יֹּ֤אמֶר אֱלֹהִים֙ אֶל מֹשֶׁ֔ה אֶֽהְיֶ֖ה אֲשֶׁ֣ר אֶֽהְיֶ֑ה וַ/יֹּ֗אמֶר כֹּ֤ה תֹאמַר֙ לִ/בְנֵ֣י יִשְׂרָאֵ֔ל אֶֽהְיֶ֖ה שְׁלָחַ֥/נִי אֲלֵי/כֶֽם־׃
Westminster Leningrad Codex (morphhb)

En God zeide tot Mozes: IK ZAL ZIJN, DIE IK ZIJN ZAL! Ook zeide Hij: Alzo zult gij tot de kinderen Israëls zeggen: IK ZAL ZIJN heeft mij tot ulieden gezonden!

Statenvertaling
Sleutelwoord
הָיָה
H1961
hâyâh
be (become)

fall out

Bekijk in lexicon →
Context
12

Hij dan zeide: Ik zal voorzeker met u zijn, en dit zal u een teken zijn, dat Ik u gezonden heb: wanneer gij dit volk uit Egypte geleid hebt, zult gijlieden God dienen op dezen berg.

13

Toen zeide Mozes tot God: Zie, wanneer ik kom tot de kinderen Israëls, en zeg tot hen: De God uwer vaderen heeft mij tot ulieden gezonden; en zij mij zeggen: Hoe is Zijn naam? wat zal ik tot hen zeggen?

14

En God zeide tot Mozes: IK ZAL ZIJN, DIE IK ZIJN ZAL! Ook zeide Hij: Alzo zult gij tot de kinderen Israëls zeggen: IK ZAL ZIJN heeft mij tot ulieden gezonden!

וַ/יֹּ֤אמֶר אֱלֹהִים֙ אֶל מֹשֶׁ֔ה אֶֽהְיֶ֖ה אֲשֶׁ֣ר אֶֽהְיֶ֑ה וַ/יֹּ֗אמֶר כֹּ֤ה תֹאמַר֙ לִ/בְנֵ֣י יִשְׂרָאֵ֔ל אֶֽהְיֶ֖ה שְׁלָחַ֥/נִי אֲלֵי/כֶֽם־׃

15

Toen zeide God verder tot Mozes: Aldus zult gij tot de kinderen Israëls zeggen: De HEERE, de God uwer vaderen, de God van Abraham, de God van Izak, en de God van Jakob, heeft mij tot ulieden gezonden; dat is Mijn Naam eeuwiglijk, en dat is Mijn gedachtenis van geslacht tot geslacht.

16

Ga heen, en verzamel de oudsten van Israël, en zeg tot hen: De HEERE, de God uwer vaderen, is mij verschenen, de God van Abraham, Izak en Jakob, zeggende: Ik heb ulieden getrouwelijk bezocht, en hetgeen ulieden in Egypte is aangedaan;

Kanttekening bij de Statenvertaling
IK ZAL ZIJN, DIE IK ZIJN ZAL)Anders, Ik ben die Ik ben, of, Ik zal zijn die Ik was; komende in den grond overeen met den naam JHWH. Dit betekent, dat God, die Mozes zond, eeuwig is in wezen, getrouw in zijn beloften, en alvermogend in haar uitvoering; vergelijk Rev 1:4, Rev 1:8, en Rev 16:5; Heb 13:8.
Kanttekeningen bij de Statenvertaling (1637)
Kruisverwijzingen
Studievragen
1

Hoe zou u reageren als iemand dit vers in twijfel trekt?

2

Wat leert dit vers over Gods voorzienigheid?

3

Welke zegen kunt u vandaag verwachten op basis van dit vers?

Meditatiegids

Neem de tijd. Laat het Woord tot u spreken. Stil uw hart voor God.

1
Lees

Lees het vers langzaam, drie keer. Eerst in de Statenvertaling, dan in de grondtekst. Laat de woorden tot u doordringen.

2
Observeer

Wat valt u op? Let op sleutelwoorden, herhalingen, contrasten en verbindingen met andere teksten.

3
Begrijp

Wat betekent dit vers in zijn oorspronkelijke context? Wat wilde de auteur overbrengen aan de eerste lezers?

4
Pas toe

Hoe raakt dit vers aan uw leven vandaag? Welke waarheid, belofte, opdracht of waarschuwing spreekt u aan?

5
Bid

Maak van het vers een gebed. Spreek God aan met de woorden die Hij u gegeven heeft.

Uw notities

Schrijf hier uw gedachten, gebeden en inzichten op. Uw notities worden lokaal opgeslagen in uw browser.

Vers van de dagExodus 3