Gijlieden wel, gij hebt kwaad tegen mij gedacht; doch God heeft dat ten goede gedacht; opdat Hij deed, gelijk het te dezen dage is, om een groot volk in het leven te behouden.
Daarna kwamen ook zijn broeders, en vielen voor hem neder, en zeiden: Zie, wij zijn u tot knechten!
En Jozef zeide tot hen: Vreest niet; want ben ik in de plaats van God?
Gijlieden wel, gij hebt kwaad tegen mij gedacht; doch God heeft dat ten goede gedacht; opdat Hij deed, gelijk het te dezen dage is, om een groot volk in het leven te behouden.
וְ/אַתֶּ֕ם חֲשַׁבְתֶּ֥ם עָלַ֖/י רָעָ֑ה אֱלֹהִים֙ חֲשָׁבָ֣/הּ לְ/טֹבָ֔ה לְמַ֗עַן עֲשֹׂ֛ה כַּ/יּ֥וֹם הַ/זֶּ֖ה לְ/הַחֲיֹ֥ת עַם רָֽב־׃
Nu dan, vreest niet! Ik zal u en uw kleine kinderen onderhouden. Zo troostte hij hen, en sprak naar hun hart.
Jozef dan woonde in Egypte, hij en het huis zijns vaders; en Jozef leefde honderd en tien jaren.
Wat is de centrale boodschap van dit vers in een zin?
Hoe helpt dit vers u om God beter te kennen?
Welke keuze stelt dit vers u vandaag voor?
Neem de tijd. Laat het Woord tot u spreken. Stil uw hart voor God.
Lees het vers langzaam, drie keer. Eerst in de Statenvertaling, dan in de grondtekst. Laat de woorden tot u doordringen.
Wat valt u op? Let op sleutelwoorden, herhalingen, contrasten en verbindingen met andere teksten.
Wat betekent dit vers in zijn oorspronkelijke context? Wat wilde de auteur overbrengen aan de eerste lezers?
Hoe raakt dit vers aan uw leven vandaag? Welke waarheid, belofte, opdracht of waarschuwing spreekt u aan?
Maak van het vers een gebed. Spreek God aan met de woorden die Hij u gegeven heeft.
Schrijf hier uw gedachten, gebeden en inzichten op. Uw notities worden lokaal opgeslagen in uw browser.