Ik loof U, omdat ik op een heel vreselijke wijze wonderbaarlijk gemaakt ben; wonderlijk zijn Uw werken, ook weet het mijn ziel zeer wel.
Ook verduistert de duisternis voor U niet; maar de nacht licht als de dag; de duisternis is als het licht.
Want Gij bezit mijn nieren; Gij hebt mij in mijner moeders buik bedekt.
Ik loof U, omdat ik op een heel vreselijke wijze wonderbaarlijk gemaakt ben; wonderlijk zijn Uw werken, ook weet het mijn ziel zeer wel.
אֽוֹדְ/ךָ֗ עַ֤ל כִּ֥י נוֹרָא֗וֹת נִ֫פְלֵ֥יתִי נִפְלָאִ֥ים מַעֲשֶׂ֑י/ךָ וְ֝/נַפְשִׁ֗/י יֹדַ֥עַת מְאֹֽד׃
Mijn gebeente was voor U niet verholen, als ik in het verborgene gemaakt ben, en als een borduursel gewrocht ben, in de nederste delen der aarde.
Uw ogen hebben mijn ongevormden klomp gezien; en al deze dingen waren in Uw boek geschreven, de dagen als zij geformeerd zouden worden, toen nog geen van die was.
Stel u voor dat u dit vers voor het eerst hoort. Wat zou u het meest raken?
Welke eigenschap van God wordt hier gepresenteerd?
Is er een zonde om te belijden, een belofte om te geloven, of een voorbeeld om te volgen?
Neem de tijd. Laat het Woord tot u spreken. Stil uw hart voor God.
Lees het vers langzaam, drie keer. Eerst in de Statenvertaling, dan in de grondtekst. Laat de woorden tot u doordringen.
Wat valt u op? Let op sleutelwoorden, herhalingen, contrasten en verbindingen met andere teksten.
Wat betekent dit vers in zijn oorspronkelijke context? Wat wilde de auteur overbrengen aan de eerste lezers?
Hoe raakt dit vers aan uw leven vandaag? Welke waarheid, belofte, opdracht of waarschuwing spreekt u aan?
Maak van het vers een gebed. Spreek God aan met de woorden die Hij u gegeven heeft.
Schrijf hier uw gedachten, gebeden en inzichten op. Uw notities worden lokaal opgeslagen in uw browser.