Ik ben de HEERE uw God, Die u uit Egypteland, uit het diensthuis, uitgeleid heb.
Toen sprak God al deze woorden, zeggende:
Ik ben de HEERE uw God, Die u uit Egypteland, uit het diensthuis, uitgeleid heb.
אָֽנֹכִ֖י יְהוָ֣ה אֱלֹהֶ֑י/ךָ אֲשֶׁ֧ר הוֹצֵאתִ֛י/ךָ מֵ/אֶ֥רֶץ מִצְרַ֖יִם מִ/בֵּ֥ית עֲבָדִֽים׃
Gij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben.
Gij zult u geen gesneden beeld, noch enige gelijkenis maken, van hetgeen boven in den hemel is, noch van hetgeen onder op de aarde is, noch van hetgeen in de wateren onder de aarde is.
Wat onthult dit vers over de mens en zijn behoefte aan God?
Hoe past dit vers in het verbondsverhaal van de Bijbel?
Welke last kunt u vandaag bij God brengen naar aanleiding van dit vers?
Neem de tijd. Laat het Woord tot u spreken. Stil uw hart voor God.
Lees het vers langzaam, drie keer. Eerst in de Statenvertaling, dan in de grondtekst. Laat de woorden tot u doordringen.
Wat valt u op? Let op sleutelwoorden, herhalingen, contrasten en verbindingen met andere teksten.
Wat betekent dit vers in zijn oorspronkelijke context? Wat wilde de auteur overbrengen aan de eerste lezers?
Hoe raakt dit vers aan uw leven vandaag? Welke waarheid, belofte, opdracht of waarschuwing spreekt u aan?
Maak van het vers een gebed. Spreek God aan met de woorden die Hij u gegeven heeft.
Schrijf hier uw gedachten, gebeden en inzichten op. Uw notities worden lokaal opgeslagen in uw browser.