Ga naar inhoud
TORAH

Leviticus 26

וַיִּקְרָא
Hoofdstukken (27)← → toetsen
123456789101112131415161718192021222324252627
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
לֹֽא תַעֲשׂ֨וּ לָ/כֶ֜ם אֱלִילִ֗ם וּ/פֶ֤סֶל וּ/מַצֵּבָה֙ לֹֽא תָקִ֣ימוּ לָ/כֶ֔ם וְ/אֶ֣בֶן מַשְׂכִּ֗ית לֹ֤א תִתְּנוּ֙ בְּ/אַרְצְ/כֶ֔ם לְ/הִֽשְׁתַּחֲוֺ֖ת עָלֶ֑י/הָ כִּ֛י אֲנִ֥י יְהוָ֖ה אֱלֹהֵי/כֶֽם־־׃
STATEN

Gij zult ulieden geen afgoden maken; noch gesneden beeld, noch opgericht beeld zult gij u stellen, noch gebeelden steen in uw land zetten, om u daarvoor te buigen; want Ik ben de HEERE, uw God!

2
אֶת שַׁבְּתֹתַ֣/י תִּשְׁמֹ֔רוּ וּ/מִקְדָּשִׁ֖/י תִּירָ֑אוּ אֲנִ֖י יְהוָֽה־׃ס
STATEN

Mijn sabbatten zult gij houden, en Mijn heiligdom zult gij vrezen; Ik ben de HEERE!

3
אִם בְּ/חֻקֹּתַ֖/י תֵּלֵ֑כוּ וְ/אֶת מִצְוֺתַ֣/י תִּשְׁמְר֔וּ וַ/עֲשִׂיתֶ֖ם אֹתָֽ/ם־־׃
STATEN

Indien gij in Mijn inzettingen wandelen, en Mijn geboden houden, en die doen zult;

4
וְ/נָתַתִּ֥י גִשְׁמֵי/כֶ֖ם בְּ/עִתָּ֑/ם וְ/נָתְנָ֤ה הָ/אָ֨רֶץ֙ יְבוּלָ֔/הּ וְ/עֵ֥ץ הַ/שָּׂדֶ֖ה יִתֵּ֥ן פִּרְיֽ/וֹ׃
STATEN

Zo zal Ik uw regens geven op hun tijd; en het land zal zijn inkomst geven, en het geboomte des velds zal zijn vrucht geven;

5
וְ/הִשִּׂ֨יג לָ/כֶ֥ם דַּ֨יִשׁ֙ אֶת בָּצִ֔יר וּ/בָצִ֖יר יַשִּׂ֣יג אֶת זָ֑רַע וַ/אֲכַלְתֶּ֤ם לַחְמְ/כֶם֙ לָ/שֹׂ֔בַע וִֽ/ישַׁבְתֶּ֥ם לָ/בֶ֖טַח בְּ/אַרְצְ/כֶֽם־־׃
STATEN

En de dorstijd zal u reiken tot den wijnoogst, en de wijnoogst zal reiken tot den zaaitijd; en gij zult uw brood eten tot verzadiging toe, en gij zult zeker in uw land wonen.

6
וְ/נָתַתִּ֤י שָׁלוֹם֙ בָּ/אָ֔רֶץ וּ/שְׁכַבְתֶּ֖ם וְ/אֵ֣ין מַחֲרִ֑יד וְ/הִשְׁבַּתִּ֞י חַיָּ֤ה רָעָה֙ מִן הָ/אָ֔רֶץ וְ/חֶ֖רֶב לֹא תַעֲבֹ֥ר בְּ/אַרְצְ/כֶֽם־־׃
STATEN

Ook zal Ik vrede geven in het land, dat gij zult te slapen liggen, en niemand zij, die verschrikke; en Ik zal het boos gedierte uit het land doen ophouden, en het zwaard zal door uw land niet doorgaan.

7
וּ/רְדַפְתֶּ֖ם אֶת אֹיְבֵי/כֶ֑ם וְ/נָפְל֥וּ לִ/פְנֵי/כֶ֖ם לֶ/חָֽרֶב־
STATEN

En gij zult uw vijanden vervolgen; en zij zullen voor uw aangezicht door het zwaard vallen.

8
וְ/רָדְפ֨וּ מִ/כֶּ֤ם חֲמִשָּׁה֙ מֵאָ֔ה וּ/מֵאָ֥ה מִ/כֶּ֖ם רְבָבָ֣ה יִרְדֹּ֑פוּ וְ/נָפְל֧וּ אֹיְבֵי/כֶ֛ם לִ/פְנֵי/כֶ֖ם לֶ/חָֽרֶב׃
STATEN

Vijf uit u zullen honderd vervolgen, en honderd uit u zullen tien duizend vervolgen; en uw vijanden zullen voor uw aangezicht door het zwaard vallen.

9
וּ/פָנִ֣יתִי אֲלֵי/כֶ֔ם וְ/הִפְרֵיתִ֣י אֶתְ/כֶ֔ם וְ/הִרְבֵּיתִ֖י אֶתְ/כֶ֑ם וַ/הֲקִימֹתִ֥י אֶת בְּרִיתִ֖/י אִתְּ/כֶֽם־׃
STATEN

En Ik zal Mij tot u wenden, en zal u vruchtbaar maken, en u vermenigvuldigen; en Mijn verbond zal Ik met u bevestigen.

10
וַ/אֲכַלְתֶּ֥ם יָשָׁ֖ן נוֹשָׁ֑ן וְ/יָשָׁ֕ן מִ/פְּנֵ֥י חָדָ֖שׁ תּוֹצִֽיאוּ׃
STATEN

En gij zult het oude, dat verouderd is, eten; en het oude zult gij vanwege het nieuwe uitbrengen.

11
וְ/נָתַתִּ֥י מִשְׁכָּנִ֖/י בְּ/תוֹכְ/כֶ֑ם וְ/לֹֽא תִגְעַ֥ל נַפְשִׁ֖/י אֶתְ/כֶֽם־׃
STATEN

En Ik zal Mijn tabernakel in het midden van u zetten; en Mijn ziel zal van u niet walgen.

12
וְ/הִתְהַלַּכְתִּי֙ בְּ/ת֣וֹכְ/כֶ֔ם וְ/הָיִ֥יתִי לָ/כֶ֖ם לֵֽ/אלֹהִ֑ים וְ/אַתֶּ֖ם תִּהְיוּ לִ֥/י לְ/עָֽם־׃
STATEN

En Ik zal in het midden van u wandelen, en zal u tot een God zijn, en gij zult Mij tot een volk zijn.

Op De Naamdragers

Blogs over Leviticus 26

Nog geen artikelen die specifiek naar Leviticus 26 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →