BRIEVEN

Filippenzen 2

Πρὸς Φιλιππησίους
Hoofdstukken (4)
1234
Getuigen
Interlineair
1
ειτιςουνπαρακλησιςενχριστωειτιπαραμυθιοναγαπηςειτιςκοινωνιαπνευματοςειτινασπλαγχνακαιοικτιρμοι
STATEN

Indien er dan enige vertroosting is in Christus, indien er enige troost is der liefde, indien er enige gemeenschap is des Geestes, indien er enige innerlijke bewegingen en ontfermingen zijn;

2
πληρωσατεμουτηνχαρανινατοαυτοφρονητετηναυτηναγαπηνεχοντεςσυμqυχοιτοενφρονουντες
STATEN

Zo vervult mijn blijdschap, dat gij moogt eensgezind zijn, dezelfde liefde hebbende, van één gemoed en van één gevoelen zijnde.

3
μηδενκαταεριθειανηκενοδοξιαναλλατηταπεινοφροσυνηαλληλουςηγουμενοιυπερεχονταςεαυτων
STATEN

Doet geen ding door twisting of ijdele eer, maar door ootmoedigheid achte de een den ander uitnemender dan zichzelven.

4
μηταεαυτωνεκαστοςσκοπειτεαλλακαιταετερωνεκαστος
STATEN

Een iegelijk zie niet op het zijne, maar een iegelijk zie ook op hetgeen der anderen is.

5
τουτογαρφρονεισθωενυμινοκαιενχριστωιησου
STATEN

Want dat gevoelen zij in u, hetwelk ook in Christus Jezus was;

6
οςενμορφηθεουυπαρχωνουχαρπαγμονηγησατοτοειναιισαθεω
STATEN

Die in de gestaltenis Gods zijnde, geen roof geacht heeft Gode even gelijk te zijn;

7
αλλεαυτονεκενωσενμορφηνδουλουλαβωνενομοιωματιανθρωπωνγενομενος
STATEN

Maar heeft Zichzelven vernietigd, de gestaltenis eens dienstknechts aangenomen hebbende, en is den mensen gelijk geworden;

8
καισχηματιευρεθειςωςανθρωποςεταπεινωσενεαυτονγενομενοςυπηκοοςμεχριθανατουθανατουδεσταυρου
STATEN

En in gedaante gevonden als een mens, heeft Hij Zichzelven vernederd, gehoorzaam geworden zijnde tot den dood, ja, den dood des kruises.

9
διοκαιοθεοςαυτονυπερυqωσενκαιεχαρισατοαυτωονοματουπερπανονομα
STATEN

Daarom heeft Hem ook God uitermate verhoogd, en heeft Hem een Naam gegeven, welke boven allen naam is;

10
ιναεντωονοματιιησουπανγονυκαμqηεπουρανιωνκαιεπιγειωνκαικαταχθονιων
STATEN

Opdat in den Naam van Jezus zich zou buigen alle knie dergenen, die in den hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn.

11
καιπασαγλωσσαεξομολογησηταιοτικυριοςιησουςχριστοςειςδοξανθεουπατρος
STATEN

En alle tong zou belijden, dat Jezus Christus de Heere zij, tot heerlijkheid Gods des Vaders.

12
ωστεαγαπητοιμουκαθωςπαντοτευπηκουσατεμηωςεντηπαρουσιαμουμονοναλλανυνπολλωμαλλονεντηαπουσιαμουμεταφοβουκαιτρομουτηνεαυτωνσωτηριανκατεργαζεσθε
STATEN

Alzo dan, mijn geliefden, gelijk gij te allen tijd gehoorzaam geweest zijt, niet als in mijn tegenwoordigheid alleen, maar veelmeer nu in mijn afwezen, werkt uws zelfs zaligheid met vreze en beven;

13
οθεοςγαρεστινοενεργωνενυμινκαιτοθελεινκαιτοενεργεινυπερτηςευδοκιας
STATEN

Want het is God, Die in u werkt beide het willen en het werken, naar Zijn welbehagen.

14
πανταποιειτεχωριςγογγυσμωνκαιδιαλογισμων
STATEN

Doet alle dingen zonder murmureren en tegenspreken;

15
ιναγενησθεαμεμπτοικαιακεραιοιτεκναθεουαμωμηταενμεσωγενεαςσκολιαςκαιδιεστραμμενηςενοιςφαινεσθεωςφωστηρεςενκοσμω
STATEN

Opdat gij moogt onberispelijk en oprecht zijn, kinderen Gods zijnde, onstraffelijk in het midden van een krom en verdraaid geslacht, onder welke gij schijnt als lichten in de wereld;

16
λογονζωηςεπεχοντεςειςκαυχημαεμοιειςημερανχριστουοτιουκειςκενονεδραμονουδεειςκενονεκοπιασα
STATEN

Voorhoudende het woord des levens, mij tot een roem tegen den dag van Christus, dat ik niet tevergeefs heb gelopen, noch tevergeefs gearbeid.

17
αλλεικαισπενδομαιεπιτηθυσιακαιλειτουργιατηςπιστεωςυμωνχαιρωκαισυγχαιρωπασινυμιν
STATEN

Ja, indien ik ook tot een drankoffer geofferd worde over de offerande en bediening uws geloofs, zo verblijde ik mij, en verblijde mij met u allen.

18
τοδαυτοκαιυμειςχαιρετεκαισυγχαιρετεμοι
STATEN

En om datzelfde verblijdt gij u ook, en verblijdt ook ulieden met mij.

19
ελπιζωδεενκυριωιησουτιμοθεονταχεωςπεμqαιυμινινακαγωευqυχωγνουςταπεριυμων
STATEN

En ik hoop in den Heere Jezus Timótheüs haast tot u te zenden, opdat ik ook welgemoed moge zijn, als ik uw zaken zal verstaan hebben.

20
ουδεναγαρεχωισοqυχονοστιςγνησιωςταπεριυμωνμεριμνησει
STATEN

Want ik heb niemand, die even alzo gemoed is, dewelke oprechtelijk uw zaken zal bezorgen.

21
οιπαντεςγαρταεαυτωνζητουσινουτατουχριστουιησου
STATEN

Want zij zoeken allen het hunne, niet hetgeen van Christus Jezus is.

22
τηνδεδοκιμηναυτουγινωσκετεοτιωςπατριτεκνονσυνεμοιεδουλευσενειςτοευαγγελιον
STATEN

En gij weet zijn beproeving, dat hij, als een kind zijn vader, met mij gediend heeft in het Evangelie.

23
τουτονμενουνελπιζωπεμqαιωςαναπιδωταπεριεμεεξαυτης
STATEN

Ik hoop dan wel dezen van stonde aan te zenden, zo haast als ik in mijn zaken zal voorzien hebben;

24
πεποιθαδεενκυριωοτικαιαυτοςταχεωςελευσομαι
STATEN

Doch ik vertrouw in den Heere, dat ik ook zelf haast tot u komen zal.

25
αναγκαιονδεηγησαμηνεπαφροδιτοντοναδελφονκαισυνεργονκαισυστρατιωτηνμουυμωνδεαποστολονκαιλειτουργοντηςχρειαςμουπεμqαιπροςυμας
STATEN

Maar ik heb nodig geacht tot u te zenden Epafrodítus, mijn broeder, en medearbeider en medestrijder, en uw afgezondene, en bedienaar mijner nooddruft;

26
επειδηεπιποθωνηνπανταςυμαςκαιαδημονωνδιοτιηκουσατεοτιησθενησεν
STATEN

Dewijl hij zeer begerig was naar u allen, en zeer beangst was, omdat gij gehoord hadt, dat hij krank was.

27
καιγαρησθενησενπαραπλησιονθανατωαλλοθεοςαυτονηλεησενουκαυτονδεμονοναλλακαιεμειναμηλυπηνεπιλυπησχω
STATEN

En hij is ook krank geweest tot nabij den dood; maar God heeft Zich zijner ontfermd; en niet alleen zijner, maar ook mijner, opdat ik niet droefheid op droefheid zou hebben.

28
σπουδαιοτερωςουνεπεμqααυτονιναιδοντεςαυτονπαλινχαρητεκαγωαλυποτεροςω
STATEN

Zo heb ik dan hem te spoediger gezonden, opdat gij, hem ziende, wederom u zoudt verblijden, en ik te min zou droevig zijn.

29
προσδεχεσθεουναυτονενκυριωμεταπασηςχαραςκαιτουςτοιουτουςεντιμουςεχετε
STATEN

Ontvangt hem dan in den Heere, met alle blijdschap, en houdt dezulken in waarde.

30
οτιδιατοεργοντουχριστουμεχριθανατουηγγισενπαραβουλευσαμενοςτηqυχηινααναπληρωσητουμωνυστερηματηςπροςμελειτουργιας
STATEN

Want om het werk van Christus was hij tot nabij den dood gekomen, zijn leven niet achtende, opdat hij het gebrek uwer bediening aan mij vervullen zou.