BRIEVEN

Jakobus 5

Ἰακώβου
Hoofdstukken (5)
12345
Getuigen
Interlineair
1
αγενυνοιπλουσιοικλαυσατεολολυζοντεςεπιταιςταλαιπωριαιςυμωνταιςεπερχομεναις
STATEN

Welaan nu, gij rijken, weent en huilt over uw ellendigheden, die over u komen.

2
οπλουτοςυμωνσεσηπενκαιταιματιαυμωνσητοβρωταγεγονεν
STATEN

Uw rijkdom is verrot, en uw klederen zijn van de motten gegeten geworden;

3
οχρυσοςυμωνκαιοαργυροςκατιωταικαιοιοςαυτωνειςμαρτυριονυμινεσταικαιφαγεταιταςσαρκαςυμωνωςπυρεθησαυρισατεενεσχαταιςημεραις
STATEN

Uw goud en zilver is verroest; en hun roest zal u zijn tot een getuigenis, en zal uw vlees als een vuur verteren; gij hebt schatten vergaderd in de laatste dagen.

4
ιδουομισθοςτωνεργατωντωναμησαντωνταςχωραςυμωνοαπεστερημενοςαφυμωνκραζεικαιαιβοαιτωνθερισαντωνειςταωτακυριουσαβαωθεισεληλυθασιν
STATEN

Ziet, het loon der werklieden, die uw landen gemaaid hebben, welke van u verkort is, roept; en het geschrei dergenen, die geoogst hebben, is gekomen tot in de oren van den Heere Sebaôth.

5
ετρυφησατεεπιτηςγηςκαιεσπαταλησατεεθρεqατεταςκαρδιαςυμωνωςενημερασφαγης
STATEN

Gij hebt lekkerlijk geleefd op de aarde, en wellusten gevolgd; gij hebt uw harten gevoed als in een dag der slachting.

6
κατεδικασατεεφονευσατετονδικαιονουκαντιτασσεταιυμιν
STATEN

Gij hebt veroordeeld, gij hebt gedood den rechtvaardige, en hij wederstaat u niet.

7
μακροθυμησατεουναδελφοιεωςτηςπαρουσιαςτουκυριουιδουογεωργοςεκδεχεταιτοντιμιονκαρποντηςγηςμακροθυμωνεπαυτωεωςανλαβηυετονπρωιμονκαιοqιμον
STATEN

Zo zijt dan lankmoedig, broeders, tot de toekomst des Heeren. Ziet, de landman verwacht de kostelijke vrucht des lands, lankmoedig zijnde over dezelve, totdat het den vroegen en spaden regen zal hebben ontvangen.

8
μακροθυμησατεκαιυμειςστηριξατεταςκαρδιαςυμωνοτιηπαρουσιατουκυριουηγγικεν
STATEN

Weest gij ook lankmoedig, versterkt uw harten; want de toekomst des Heeren genaakt.

9
μηστεναζετεκαταλληλωναδελφοιιναμηκατακριθητειδουοκριτηςπροτωνθυρωνεστηκεν
STATEN

Zucht niet tegen elkander, broeders, opdat gij niet veroordeeld wordt; ziet, de Rechter staat voor de deur.

10
υποδειγμαλαβετετηςκακοπαθειαςαδελφοιμουκαιτηςμακροθυμιαςτουςπροφηταςοιελαλησαντωονοματικυριου
STATEN

Mijn broeders, neemt tot een voorbeeld des lijdens, en der lankmoedigheid de profeten, die in den Naam des Heeren gesproken hebben.

11
ιδουμακαριζομεντουςυπομενονταςτηνυπομονηνιωβηκουσατεκαιτοτελοςκυριουειδετεοτιπολυσπλαγχνοςεστινοκυριοςκαιοικτιρμων
STATEN

Ziet, wij houden hen gelukzalig, die verdragen; gij hebt de verdraagzaamheid van Job gehoord, en gij hebt het einde des Heeren gezien, dat de Heere zeer barmhartig is en een Ontfermer.

12
προπαντωνδεαδελφοιμουμηομνυετεμητετονουρανονμητετηνγηνμητεαλλοντιναορκονητωδευμωντοναιναικαιτοουουιναμηυποκρισινπεσητε
STATEN

Doch voor alle dingen, mijn broeders, zweert niet, noch bij den hemel, noch bij de aarde, noch enigen anderen eed; maar uw ja, zij ja, en het neen, neen; opdat gij in geen oordeel valt.

13
κακοπαθειτιςενυμινπροσευχεσθωευθυμειτιςqαλλετω
STATEN

Is iemand onder u in lijden? Dat hij bidde. Is iemand goedsmoeds? Dat hij psalmzinge.

14
ασθενειτιςενυμινπροσκαλεσασθωτουςπρεσβυτερουςτηςεκκλησιαςκαιπροσευξασθωσανεπαυτοναλειqαντεςαυτονελαιωεντωονοματιτουκυριου
STATEN

Is iemand krank onder u? Dat hij tot zich roepe de ouderlingen der Gemeente, en dat zij over hem bidden, hem zalvende met olie in den Naam des Heeren.

15
καιηευχητηςπιστεωςσωσειτονκαμνοντακαιεγερειαυτονοκυριοςκαναμαρτιαςηπεποιηκωςαφεθησεταιαυτω
STATEN

En het gebed des geloofs zal den zieke behouden, en de Heere zal hem oprichten, en zo hij zonden gedaan zal hebben, het zal hem vergeven worden.

16
εξομολογεισθεαλληλοιςταπαραπτωματακαιευχεσθευπεραλληλωνοπωςιαθητεπολυισχυειδεησιςδικαιουενεργουμενη
STATEN

Belijdt elkander de misdaden, en bidt voor elkander, opdat gij gezond wordt; een krachtig gebed des rechtvaardigen vermag veel.

17
ηλιαςανθρωποςηνομοιοπαθηςημινκαιπροσευχηπροσηυξατοτουμηβρεξαικαιουκεβρεξενεπιτηςγηςενιαυτουςτρειςκαιμηναςεξ
STATEN

Elías was een mens van gelijke bewegingen als wij; en hij bad een gebed, dat het niet zou regenen; en het regende niet op de aarde in drie jaren en zes maanden.

18
καιπαλινπροσηυξατοκαιοουρανοςυετονεδωκενκαιηγηεβλαστησεντονκαρποναυτης
STATEN

En hij bad wederom, en de hemel gaf regen, en de aarde bracht haar vrucht voort.

19
αδελφοιεαντιςενυμινπλανηθηαποτηςαληθειαςκαιεπιστρεqητιςαυτον
STATEN

Broeders, indien iemand onder u van de waarheid is afgedwaald, en hem iemand bekeert,

20
γινωσκετωοτιοεπιστρεqαςαμαρτωλονεκπλανηςοδουαυτουσωσειqυχηνεκθανατουκαικαλυqειπληθοςαμαρτιων
STATEN

Die wete, dat degene, die een zondaar van de dwaling zijns wegs bekeert, een ziel van den dood zal behouden, en menigte der zonden zal bedekken.