BRIEVEN

Hebreeën 5

Πρὸς Ἑβραίους
Hoofdstukken (13)
12345678910111213
Getuigen
Interlineair
1
παςγαραρχιερευςεξανθρωπωνλαμβανομενοςυπερανθρωπωνκαθισταταιταπροςτονθεονιναπροσφερηδωρατεκαιθυσιαςυπεραμαρτιων
STATEN

Want alle hogepriester, uit de mensen genomen, wordt gesteld voor de mensen in de zaken, die bij God te doen zijn, opdat hij offere gaven en slachtofferen voor de zonden;

2
μετριοπαθεινδυναμενοςτοιςαγνοουσινκαιπλανωμενοιςεπεικαιαυτοςπερικειταιασθενειαν
STATEN

Die behoorlijk medelijden kan hebben met de onwetenden en dwalenden, overmits hij ook zelf met zwakheid omvangen is;

3
καιδιαταυτηνοφειλεικαθωςπεριτουλαουουτωςκαιπεριεαυτουπροσφερεινυπεραμαρτιων
STATEN

En om derzelver zwakheid wil moet hij gelijk voor het volk, alzo ook voor zichzelven, offeren voor de zonden.

4
καιουχεαυτωτιςλαμβανειτηντιμηναλλαοκαλουμενοςυποτουθεουκαθαπερκαιοααρων
STATEN

En niemand neemt zichzelven die eer aan, maar die van God geroepen wordt, gelijkerwijs als Aäron.

5
ουτωςκαιοχριστοςουχεαυτονεδοξασενγενηθηναιαρχιερεααλλολαλησαςπροςαυτονυιοςμουεισυεγωσημερονγεγεννηκασε
STATEN

Alzo heeft ook Christus Zichzelven niet verheerlijkt, om Hogepriester te worden, maar Die tot Hem gesproken heeft: Gij zijt Mijn Zoon, heden heb Ik U gegenereerd.

6
καθωςκαιενετερωλεγεισυιερευςειςτοναιωνακατατηνταξινμελχισεδεκ
STATEN

Gelijk Hij ook in een andere plaats zegt: Gij zijt Priester in der eeuwigheid, naar de ordening van Melchizédek.

7
οςενταιςημεραιςτηςσαρκοςαυτουδεησειςτεκαιικετηριαςπροςτονδυναμενονσωζειναυτονεκθανατουμετακραυγηςισχυραςκαιδακρυωνπροσενεγκαςκαιεισακουσθειςαποτηςευλαβειας
STATEN

Die in de dagen Zijns vleses, gebeden en smekingen tot Dengene, Die Hem uit den dood kon verlossen, met sterke roeping en tranen geofferd hebbende, en verhoord zijnde uit de vreze.

8
καιπερωνυιοςεμαθεναφωνεπαθεντηνυπακοην
STATEN

Hoewel Hij de Zoon was, nochtans gehoorzaamheid geleerd heeft, uit hetgeen Hij heeft geleden.

9
καιτελειωθειςεγενετοτοιςυπακουουσιναυτωπασιναιτιοςσωτηριαςαιωνιου
STATEN

En geheiligd zijnde, is Hij allen, die Hem gehoorzaam zijn, een oorzaak der eeuwige zaligheid geworden;

10
προσαγορευθειςυποτουθεουαρχιερευςκατατηνταξινμελχισεδεκ
STATEN

En is van God genaamd een Hogepriester, naar de ordening van Melchizédek.

11
περιουπολυςημινολογοςκαιδυσερμηνευτοςλεγεινεπεινωθροιγεγονατεταιςακοαις
STATEN

Van Denwelken wij hebben vele dingen, en zwaar om te verklaren, te zeggen, dewijl gij traag om te horen geworden zijt.

12
καιγαροφειλοντεςειναιδιδασκαλοιδιατονχρονονπαλινχρειανεχετετουδιδασκεινυμαςτιναταστοιχειατηςαρχηςτωνλογιωντουθεουκαιγεγονατεχρειανεχοντεςγαλακτοςκαιουστερεαςτροφης
STATEN

Want gij, daar gij leraars behoordet te zijn vanwege den tijd, hebt wederom van node, dat men u lere, welke de eerste beginselen zijn der woorden Gods; en gij zijt geworden, als die melk van node hebben, en niet vaste spijze.

13
παςγαρομετεχωνγαλακτοςαπειροςλογουδικαιοσυνηςνηπιοςγαρεστιν
STATEN

Want een iegelijk, die der melk deelachtig is, die is onervaren in het woord der gerechtigheid; want hij is een kind.

14
τελειωνδεεστινηστερεατροφητωνδιατηνεξιντααισθητηριαγεγυμνασμεναεχοντωνπροςδιακρισινκαλουτεκαικακου
STATEN

Maar der volmaakten is de vaste spijze, die door de gewoonheid de zinnen geoefend hebben, tot onderscheiding beide des goeds en des kwaads.