KETUVIM
Klaagliederen 3
אֵיכָה
Hoofdstukken (5)← → toetsen
Getuigen
אֲנִ֤י הַ/גֶּ֨בֶר֙ רָאָ֣ה עֳנִ֔י בְּ/שֵׁ֖בֶט עֶבְרָתֽ/וֹ׃
STATEN
Aleph. Ik ben de man, die ellende gezien heeft door de roede Zijner verbolgenheid.
אוֹתִ֥/י נָהַ֛ג וַ/יֹּלַ֖ךְ חֹ֥שֶׁךְ וְ/לֹא אֽוֹר־׃
STATEN
Aleph. Hij heeft mij geleid en gevoerd in de duisternis, en niet in het licht.
אַ֣ךְ בִּ֥/י יָשֻׁ֛ב יַהֲפֹ֥ךְ יָד֖/וֹ כָּל הַ/יּֽוֹם־׃ס
STATEN
Aleph. Hij heeft Zich immers tegen mij gewend, Hij heeft Zijn hand den gansen dag veranderd.
בִּלָּ֤ה בְשָׂרִ/י֙ וְ/עוֹרִ֔/י שִׁבַּ֖ר עַצְמוֹתָֽ/י׃
STATEN
Beth. Hij heeft mijn vlees en mijn huid oud gemaakt, Hij heeft mijn beenderen gebroken.
בָּנָ֥ה עָלַ֛/י וַ/יַּקַּ֖ף רֹ֥אשׁ וּ/תְלָאָֽה׃
STATEN
Beth. Hij heeft tegen mij gebouwd, en Hij heeft mij met galle en moeite omringd.
בְּ/מַחֲשַׁכִּ֥ים הוֹשִׁיבַ֖/נִי כְּ/מֵתֵ֥י עוֹלָֽם׃ס
STATEN
Beth. Hij heeft mij gezet in duistere plaatsen, als degenen, die over lang dood zijn.
גָּדַ֧ר בַּעֲדִ֛/י וְ/לֹ֥א אֵצֵ֖א הִכְבִּ֥יד נְחָשְׁתִּֽ/י׃
STATEN
Gimel. Hij heeft mij toegemuurd, dat ik er niet uit gaan kan; Hij heeft mijn koperen boeien verzwaard.
גַּ֣ם כִּ֤י אֶזְעַק֙ וַ/אֲשַׁוֵּ֔עַ שָׂתַ֖ם תְּפִלָּתִֽ/י׃
STATEN
Gimel. Ook wanneer ik roep en schreeuw, sluit Hij de oren voor mijn gebed.
גָּדַ֤ר דְּרָכַ/י֙ בְּ/גָזִ֔ית נְתִיבֹתַ֖/י עִוָּֽה׃ס
STATEN
Gimel. Hij heeft mij wegen toegemuurd met uitgehouwen stenen, Hij heeft mijn paden verkeerd.
דֹּ֣ב אֹרֵ֥ב הוּא֙ לִ֔/י אריה בְּ/מִסְתָּרִֽים אֲרִ֖י׃
STATEN
Daleth. Hij is mij een loerende beer, een leeuw in verborgen plaatsen.
דְּרָכַ֥/י סוֹרֵ֛ר וַֽ/יְפַשְּׁחֵ֖/נִי שָׂמַ֥/נִי שֹׁמֵֽם׃
STATEN
Daleth. Hij heeft mijn wegen afgewend; en Hij heeft mij in stukken gebroken; Hij heeft mij woest gemaakt.
דָּרַ֤ךְ קַשְׁת/וֹ֙ וַ/יַּצִּיבֵ֔/נִי כַּ/מַּטָּרָ֖א לַ/חֵֽץ׃ס
STATEN
Daleth. Hij heeft Zijn boog gespannen, en Hij heeft mij den pijl als ten doel gesteld.
Op De NaamdragersBlogs over Klaagliederen 3
Nog geen artikelen die specifiek naar Klaagliederen 3 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →