Ga naar inhoud
NEVIIM

Micha 7

מִיכָה
Hoofdstukken (7)← → toetsen
1234567
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
אַ֣לְלַי לִ֗/י כִּ֤י הָיִ֨יתִי֙ כְּ/אָסְפֵּי קַ֔יִץ כְּ/עֹלְלֹ֖ת בָּצִ֑יר אֵין אֶשְׁכּ֣וֹל לֶ/אֱכ֔וֹל בִּכּוּרָ֖ה אִוְּתָ֥ה נַפְשִֽׁ/י־־׃
STATEN

Ai mij! want ik ben, als wanneer de zomervruchten zijn ingezameld; als wanneer de nalezingen in den wijnoogst geschied zijn; er is geen druif om te eten; mijn ziel begeert vroegrijpe vrucht.

2
אָבַ֤ד חָסִיד֙ מִן הָ/אָ֔רֶץ וְ/יָשָׁ֥ר בָּ/אָדָ֖ם אָ֑יִן כֻּלָּ/ם֙ לְ/דָמִ֣ים יֶאֱרֹ֔בוּ אִ֥ישׁ אֶת אָחִ֖י/הוּ יָצ֥וּדוּ חֵֽרֶם־־׃
STATEN

De goedertierene is vergaan uit het land, en er is niemand oprecht onder de mensen; zij loeren altemaal op bloed, zij jagen, een iegelijk zijn broeder, met een jachtgaren.

3
עַל הָ/רַ֤ע כַּפַּ֨יִם֙ לְ/הֵיטִ֔יב הַ/שַּׂ֣ר שֹׁאֵ֔ל וְ/הַ/שֹּׁפֵ֖ט בַּ/שִׁלּ֑וּם וְ/הַ/גָּד֗וֹל דֹּבֵ֨ר הַוַּ֥ת נַפְשׁ֛/וֹ ה֖וּא וַֽ/יְעַבְּתֽוּ/הָ־׃
STATEN

Om met beide handen wel dapper kwaad te doen, zo eist de vorst, en de rechter oordeelt om vergelding; en de grote spreekt de verderving zijner ziel, en zij draaien ze dicht ineen.

4
טוֹבָ֣/ם כְּ/חֵ֔דֶק יָשָׁ֖ר מִ/מְּסוּכָ֑ה י֤וֹם מְצַפֶּ֨י/ךָ֙ פְּקֻדָּתְ/ךָ֣ בָ֔אָה עַתָּ֥ה תִהְיֶ֖ה מְבוּכָתָֽ/ם׃
STATEN

De beste van hen is als een doorn; de oprechtste is scherper dan een doornheg; de dag uwer wachters, uw bezoeking, is gekomen; nu zal hunlieder verwarring wezen.

5
אַל תַּאֲמִ֣ינוּ בְ/רֵ֔עַ אַֽל תִּבְטְח֖וּ בְּ/אַלּ֑וּף מִ/שֹּׁכֶ֣בֶת חֵיקֶ֔/ךָ שְׁמֹ֖ר פִּתְחֵי פִֽי/ךָ־־־׃
STATEN

Gelooft een vriend niet, vertrouwt niet op een voornaamsten vriend; bewaar de deuren uws monds voor haar, die in uw schoot ligt.

6
כִּֽי בֵן֙ מְנַבֵּ֣ל אָ֔ב בַּ֚ת קָמָ֣ה בְ/אִמָּ֔/הּ כַּלָּ֖ה בַּ/חֲמֹתָ֑/הּ אֹיְבֵ֥י אִ֖ישׁ אַנְשֵׁ֥י בֵיתֽ/וֹ־׃
STATEN

Want de zoon veracht den vader, de dochter staat op tegen haar moeder, de schoondochter tegen haar schoonmoeder; eens mans vijanden zijn zijn huisgenoten.

7
וַ/אֲנִי֙ בַּ/יהוָ֣ה אֲצַפֶּ֔ה אוֹחִ֖ילָה לֵ/אלֹהֵ֣י יִשְׁעִ֑/י יִשְׁמָעֵ֖/נִי אֱלֹהָֽ/י׃
STATEN

Maar ik zal uitzien naar den HEERE, ik zal wachten op den God mijns heils; mijn God zal mij horen.

8
אַֽל תִּשְׂמְחִ֤י אֹיַ֨בְתִּ/י֙ לִ֔/י כִּ֥י נָפַ֖לְתִּי קָ֑מְתִּי כִּֽי אֵשֵׁ֣ב בַּ/חֹ֔שֶׁךְ יְהוָ֖ה א֥וֹר לִֽ/י־־׃ס
STATEN

Verblijd u niet over mij, o mijn vijandin! wanneer ik gevallen ben, zal ik weder opstaan; wanneer ik in duisternis zal gezeten zijn, zal de HEERE mij een licht zijn.

9
זַ֤עַף יְהוָה֙ אֶשָּׂ֔א כִּ֥י חָטָ֖אתִי ל֑/וֹ עַד֩ אֲשֶׁ֨ר יָרִ֤יב רִיבִ/י֙ וְ/עָשָׂ֣ה מִשְׁפָּטִ֔/י יוֹצִיאֵ֣/נִי לָ/א֔וֹר אֶרְאֶ֖ה בְּ/צִדְקָתֽ/וֹ׃
STATEN

Ik zal des HEEREN gramschap dragen, want ik heb tegen Hem gezondigd; totdat Hij mijn twist twiste, en mijn recht uitvoere; Hij zal mij uitbrengen aan het licht; ik zal mijn lust zien aan Zijn gerechtigheid.

10
וְ/תֵרֶ֤א אֹיַ֨בְתִּ/י֙ וּ/תְכַסֶּ֣/הָ בוּשָׁ֔ה הָ/אֹמְרָ֣ה אֵלַ֔/י אַיּ֖/וֹ יְהוָ֣ה אֱלֹהָ֑יִ/ךְ עֵינַ/י֙ תִּרְאֶ֣ינָּה בָּ֔/הּ עַתָּ֛ה תִּֽהְיֶ֥ה לְ/מִרְמָ֖ס כְּ/טִ֥יט חוּצֽוֹת׃
STATEN

En mijn vijandin zal het zien, en schaamte zal haar bedekken; die tot mij zegt: Waar is de HEERE, uw God? Mijn ogen zullen aan haar zien; nu zal zij worden tot vertreding, als slijk der straten.

11
י֖וֹם לִ/בְנ֣וֹת גְּדֵרָ֑יִ/ךְ י֥וֹם הַ/ה֖וּא יִרְחַק חֹֽק־׃
STATEN

Ten dage als Hij uw muren zal herbouwen, te dien dage zal het besluit verre heengaan.

12
י֥וֹם הוּא֙ וְ/עָדֶ֣י/ךָ יָב֔וֹא לְ/מִנִּ֥י אַשּׁ֖וּר וְ/עָרֵ֣י מָצ֑וֹר וּ/לְ/מִנִּ֤י מָצוֹר֙ וְ/עַד נָהָ֔ר וְ/יָ֥ם מִ/יָּ֖ם וְ/הַ֥ר הָ/הָֽר־׃
STATEN

Te dien dage zal het ook komen tot u toe, van Assur af, zelfs tot de vaste steden toe; en van de vestingen tot aan de rivier, en van zee tot zee, en van gebergte tot gebergte.

Op De Naamdragers

Blogs over Micha 7

Nog geen artikelen die specifiek naar Micha 7 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →