Sleutelwoord
Context
Kanttekening bij de Statenvertaling
“
ruisenden)Hebr. kuil, of, put van het geruisch; waar de wateren steeds opwellene en opbobbelende bruisen en groot en vele waren, dat er menselijk geen uitkomen was.
modderig)Hebr. uit slijk der modder. Verg. Psa 69:3 . Jer 38:6 , Jer 38:10 . idem Job 30:19 .
Kanttekeningen bij de Statenvertaling (1637)
Kruisverwijzingen
Studievragen
Meditatiegids
Uw notities