Hoofdstukken (10)← → toetsen
Patronen in dit hoofdstuk▾ Getuigen
WLC i ALEPPO i LXX-RAHLFS i TAHOT i STATEN i KJV i VULGATE i LUTHER i ULT i UST i WEB i ASV i DARBY i YLT i JPS1917 i
וְ/אֵ֛לֶּה רָאשֵׁ֥י אֲבֹתֵי/הֶ֖ם וְ/הִתְיַחְשָׂ֑/ם הָ/עֹלִ֣ים עִמִּ֗/י בְּ/מַלְכ֛וּת אַרְתַּחְשַׁ֥סְתְּא הַ/מֶּ֖לֶךְ מִ/בָּבֶֽל׃ס
STATEN
Dit nu zijn de hoofden hunner vaderen, met hun geslachtsrekening, die met mij uit Babel optogen, onder het koninkrijk van den koning Arthahsasta.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
מִ/בְּנֵ֤י פִֽינְחָס֙ גֵּֽרְשֹׁ֔ם מִ/בְּנֵ֥י אִיתָמָ֖ר דָּנִיֵּ֑אל מִ/בְּנֵ֥י דָוִ֖יד חַטּֽוּשׁסס׃ס
STATEN
Van de kinderen van Pínehas, Gersom; van de kinderen van Ithamar, Daniël; van de kinderen van David, Hattus.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
מִ/בְּנֵ֣י שְׁכַנְיָ֔ה מִ/בְּנֵ֥י פַרְעֹ֖שׁ זְכַרְיָ֑ה וְ/עִמּ֛/וֹ הִתְיַחֵ֥שׂ לִ/זְכָרִ֖ים מֵאָ֥ה וַ/חֲמִשִּֽׁיםס׃ס
STATEN
Van de kinderen van Sechánja, van de kinderen van Paros, Zachárja; en met hem werden bij geslachtsregisters gerekend, aan manspersonen, honderd en vijftig.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
מִ/בְּנֵי֙ פַּחַ֣ת מוֹאָ֔ב אֶלְיְהֽוֹעֵינַ֖י בֶּן זְרַֽחְיָ֑ה וְ/עִמּ֖/וֹ מָאתַ֥יִם הַ/זְּכָרִֽים־׃ס
STATEN
Van de kinderen van Pahath-Moab, Eljehóënai, de zoon van Zeráhja; en met hem tweehonderd manspersonen.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
מִ/בְּנֵ֥י שְׁכַנְיָ֖ה בֶּן יַחֲזִיאֵ֑ל וְ/עִמּ֕/וֹ שְׁלֹ֥שׁ מֵא֖וֹת הַ/זְּכָרִֽים־׃ס
STATEN
Van de kinderen van Sechánja, de zoon van Jaháziël; en met hem driehonderd manspersonen.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
וּ/מִ/בְּנֵ֣י עָדִ֔ין עֶ֖בֶד בֶּן יוֹנָתָ֑ן וְ/עִמּ֖/וֹ חֲמִשִּׁ֥ים הַ/זְּכָרִֽים־׃ס
STATEN
En van de kinderen van Adin, Ebed, de zoon van Jónathan; en met hem vijftig manspersonen.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
וּ/מִ/בְּנֵ֣י עֵילָ֔ם יְשַֽׁעְיָ֖ה בֶּן עֲתַלְיָ֑ה וְ/עִמּ֖/וֹ שִׁבְעִ֥ים הַ/זְּכָרִֽים־׃ס
STATEN
En van de kinderen van Elam, Jesája, de zoon van Athálja; en met hem zeventig manspersonen.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
וּ/מִ/בְּנֵ֣י שְׁפַטְיָ֔ה זְבַדְיָ֖ה בֶּן מִֽיכָאֵ֑ל וְ/עִמּ֖/וֹ שְׁמֹנִ֥ים הַ/זְּכָרִֽים־׃ס
STATEN
En van de kinderen van Sefátja, Zebádja, de zoon van Michaël; en met hem tachtig manspersonen.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
מִ/בְּנֵ֣י יוֹאָ֔ב עֹבַדְיָ֖ה בֶּן יְחִיאֵ֑ל וְ/עִמּ֕/וֹ מָאתַ֛יִם וּ/שְׁמֹנָ֥ה עָשָׂ֖ר הַ/זְּכָרִֽים־׃ס
STATEN
Van de kinderen van Joab, Obádja, de zoon van Jehíël; en met hem tweehonderd en achttien manspersonen.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
וּ/מִ/בְּנֵ֥י שְׁלוֹמִ֖ית בֶּן יוֹסִפְיָ֑ה וְ/עִמּ֕/וֹ מֵאָ֥ה וְ/שִׁשִּׁ֖ים הַ/זְּכָרִֽים־׃ס
STATEN
En van de kinderen van Selómith, de zoon van Josífja; en met hem honderd en zestig manspersonen.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
וּ/מִ/בְּנֵ֣י בֵבַ֔י זְכַרְיָ֖ה בֶּן בֵּבָ֑י וְ/עִמּ֕/וֹ עֶשְׂרִ֥ים וּ/שְׁמֹנָ֖ה הַ/זְּכָרִֽים־׃ס
STATEN
En van de kinderen van Babai, Zachárja, de zoon van Bebai; en met hem acht en twintig manspersonen.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
וּ/מִ/בְּנֵ֣י עַזְגָּ֔ד יוֹחָנָ֖ן בֶּן הַ/קָּטָ֑ן וְ/עִמּ֕/וֹ מֵאָ֥ה וַ/עֲשָׂרָ֖ה הַ/זְּכָרִֽים־׃ס
STATEN
En van de kinderen van Azgad, Jóhanan, de zoon van Katan; en met hem honderd en tien manspersonen.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
← Hoofdstuk 7 ← → navigeer Hoofdstuk 9 →