Ga naar inhoud
KETUVIM

Nehemia 4

נְחֶמְיָה
Hoofdstukken (13)← → toetsen
12345678910111213
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
וַ/יְהִ֣י כַ/אֲשֶׁ֣ר שָׁמַ֣ע סַנְבַלַּ֡ט וְ֠/טוֹבִיָּה וְ/הָ/עַרְבִ֨ים וְ/הָ/עַמֹּנִ֜ים וְ/הָ/אַשְׁדּוֹדִ֗ים כִּֽי עָלְתָ֤ה אֲרוּכָה֙ לְ/חֹמ֣וֹת יְרוּשָׁלִַ֔ם כִּי הֵחֵ֥לּוּ הַ/פְּרֻצִ֖ים לְ/הִסָּתֵ֑ם וַ/יִּ֥חַר לָ/הֶ֖ם מְאֹֽד־־׃
STATEN

Maar het geschiedde, als Sanballat gehoord had, dat wij den muur bouwden, zo ontstak hij, en werd zeer toornig; en hij bespotte de Joden.

2
וַ/יִּקְשְׁר֤וּ כֻלָּ/ם֙ יַחְדָּ֔ו לָ/ב֖וֹא לְ/הִלָּחֵ֣ם בִּ/ירוּשָׁלִָ֑ם וְ/לַ/עֲשׂ֥וֹת ל֖/וֹ תּוֹעָֽה׃
STATEN

En sprak in de tegenwoordigheid zijner broederen en van het heir van Samaria, en zeide: Wat doen deze amechtige Joden? Zal men hen laten geworden? Zullen zij offeren? Zullen zij het in een dag voleinden? Zullen zij de steentjes uit de stofhopen levend maken, daar zij verbrand zijn?

3
וַ/נִּתְפַּלֵּ֖ל אֶל אֱלֹהֵ֑י/נוּ וַ/נַּעֲמִ֨יד מִשְׁמָ֧ר עֲלֵי/הֶ֛ם יוֹמָ֥ם וָ/לַ֖יְלָה מִ/פְּנֵי/הֶֽם־׃
STATEN

En Tobía, de Ammoniet, was bij hem, en zeide: Al is het, dat zij bouwen, zo er een vos opkwame, hij zou hun stenen muur wel verscheuren.

4
וַ/יֹּ֣אמֶר יְהוּדָ֗ה כָּשַׁל֙ כֹּ֣חַ הַ/סַּבָּ֔ל וְ/הֶ/עָפָ֖ר הַרְבֵּ֑ה וַ/אֲנַ֨חְנוּ֙ לֹ֣א נוּכַ֔ל לִ/בְנ֖וֹת בַּ/חוֹמָֽה׃
STATEN

Hoor, o onze God! dat wij zeer veracht zijn, en keer hun versmaadheid weder op hun hoofd, en geef hen over tot een roof in een land der gevangenis.

5
וַ/יֹּאמְר֣וּ צָרֵ֗י/נוּ לֹ֤א יֵדְעוּ֙ וְ/לֹ֣א יִרְא֔וּ עַ֛ד אֲשֶׁר נָב֥וֹא אֶל תּוֹכָ֖/ם וַ/הֲרַגְנ֑וּ/ם וְ/הִשְׁבַּ֖תְנוּ אֶת הַ/מְּלָאכָֽה־־־׃
STATEN

En dek hun ongerechtigheid niet toe; en hun zonde worde niet uitgedelgd van voor Uw aangezicht, want zij hebben U getergd, staande tegenover de bouwlieden.

6
וַֽ/יְהִי֙ כַּ/אֲשֶׁר בָּ֣אוּ הַ/יְּהוּדִ֔ים הַ/יֹּשְׁבִ֖ים אֶצְלָ֑/ם וַ/יֹּ֤אמְרוּ לָ֨/נוּ֙ עֶ֣שֶׂר פְּעָמִ֔ים מִ/כָּל הַ/מְּקֹמ֖וֹת אֲשֶׁר תָּשׁ֥וּבוּ עָלֵֽי/נוּ־־־׃
STATEN

Doch wij bouwden den muur, zodat de ganse muur samengevoegd werd tot zijn helft toe; want het hart des volks was om te werken.

7
בַּ/צְּחִיחִ֑ים וָֽ/אַעֲמִ֞יד מִֽ/תַּחְתִּיּ֧וֹת לַ/מָּק֛וֹם מֵ/אַחֲרֵ֥י לַ/חוֹמָ֖ה ב/צחחיים וָֽ/אַעֲמִ֤יד אֶת הָ/עָם֙ לְ/מִשְׁפָּח֔וֹת עִם חַרְבֹתֵי/הֶ֛ם רָמְחֵי/הֶ֖ם וְ/קַשְּׁתֹתֵי/הֶֽם־־׃
STATEN

En het geschiedde, als Sanballat, en Tobía, en de Arabieren, en de Ammonieten, en de Asdodieten hoorden, dat de verbetering aan de muren van Jeruzalem toenam, dat de scheuren begonnen gestopt te worden, zo ontstaken zij zeer;

8
וָ/אֵ֣רֶא וָ/אָק֗וּם וָ/אֹמַ֞ר אֶל הַ/חֹרִ֤ים וְ/אֶל הַ/סְּגָנִים֙ וְ/אֶל יֶ֣תֶר הָ/עָ֔ם אַל תִּֽירְא֖וּ מִ/פְּנֵי/הֶ֑ם אֶת אֲדֹנָ֞/י הַ/גָּד֤וֹל וְ/הַ/נּוֹרָא֙ זְכֹ֔רוּ וְ/הִֽלָּחֲמ֗וּ עַל אֲחֵי/כֶם֙ בְּנֵי/כֶ֣ם וּ/בְנֹתֵי/כֶ֔ם נְשֵׁי/כֶ֖ם וּ/בָתֵּי/כֶֽם־־־־־־׃פ
STATEN

En zij maakten allen te zamen een verbintenis, dat zij zouden komen om tegen Jeruzalem te strijden, en een verbijstering daarin te maken.

9
וַ/נָּ֤שָׁב וַ/יְהִ֞י כַּֽ/אֲשֶׁר שָׁמְע֤וּ אוֹיְבֵ֨י/נוּ֙ כִּי נ֣וֹדַֽע לָ֔/נוּ וַ/יָּ֥פֶר הָ/אֱלֹהִ֖ים אֶת עֲצָתָ֑/ם ו/נשוב כֻּלָּ֨/נוּ֙ אֶל הַ֣/חוֹמָ֔ה אִ֖ישׁ אֶל מְלַאכְתּֽ/וֹ־־־־־׃
STATEN

Maar wij baden tot onzen God, en zetten wacht tegen hen, dag en nacht, hunnenthalve.

10
וַ/יְהִ֣י מִן הַ/יּ֣וֹם הַ/ה֗וּא חֲצִ֣י נְעָרַ/י֮ עֹשִׂ֣ים בַּ/מְּלָאכָה֒ וְ/חֶצְיָ֗/ם מַחֲזִיקִים֙ וְ/הָ/רְמָחִ֣ים הַ/מָּגִנִּ֔ים וְ/הַ/קְּשָׁת֖וֹת וְ/הַ/שִּׁרְיֹנִ֑ים וְ/הַ֨/שָּׂרִ֔ים אַחֲרֵ֖י כָּל בֵּ֥ית יְהוּדָֽה׀־־׃
STATEN

Toen zeide Juda: De kracht der dragers is vervallen, en des stofs is veel, zodat wij aan den muur niet zullen kunnen bouwen.

11
הַ/בּוֹנִ֧ים בַּ/חוֹמָ֛ה וְ/הַ/נֹּשְׂאִ֥ים בַּ/סֶּ֖בֶל עֹמְשִׂ֑ים בְּ/אַחַ֤ת יָד/וֹ֙ עֹשֶׂ֣ה בַ/מְּלָאכָ֔ה וְ/אַחַ֖ת מַחֲזֶ֥קֶת הַ/שָּֽׁלַח׃
STATEN

Nu hadden onze vijanden gezegd: Zij zullen het niet weten, noch zien, totdat wij in het midden van hen komen, en slaan hen dood; alzo zullen wij het werk doen ophouden.

12
וְ/הַ֨/בּוֹנִ֔ים אִ֥ישׁ חַרְבּ֛/וֹ אֲסוּרִ֥ים עַל מָתְנָ֖י/ו וּ/בוֹנִ֑ים וְ/הַ/תּוֹקֵ֥עַ בַּ/שּׁוֹפָ֖ר אֶצְלִֽ/י־׃
STATEN

En het geschiedde, als de Joden, die bij hen woonden, kwamen, dat zij het ons wel tienmaal zeiden, uit al de plaatsen, door dewelke gij tot ons wederkeert.

Op De Naamdragers

Blogs over Nehemia 4

Nog geen artikelen die specifiek naar Nehemia 4 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →