Ga naar inhoud
KETUVIM

Nehemia 5

נְחֶמְיָה
Hoofdstukken (13)← → toetsen
12345678910111213
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
וַ/תְּהִ֨י צַעֲקַ֥ת הָ/עָ֛ם וּ/נְשֵׁי/הֶ֖ם גְּדוֹלָ֑ה אֶל אֲחֵי/הֶ֖ם הַ/יְּהוּדִֽים־׃
STATEN

Maar het geroep des volks en hunner vrouwen was groot, tegen hun broederen, de Joden.

2
וְ/יֵשׁ֙ אֲשֶׁ֣ר אֹמְרִ֔ים בָּנֵ֥י/נוּ וּ/בְנֹתֵ֖י/נוּ אֲנַ֣חְנוּ רַבִּ֑ים וְ/נִקְחָ֥ה דָגָ֖ן וְ/נֹאכְלָ֥ה וְ/נִחְיֶֽה׃
STATEN

Want er waren, die zeiden: Onze zonen, en onze dochteren, wij zijn velen; daarom hebben wij koren opgenomen, opdat wij eten en leven.

3
וְ/יֵשׁ֙ אֲשֶׁ֣ר אֹמְרִ֔ים שְׂדֹתֵ֛י/נוּ וּ/כְרָמֵ֥י/נוּ וּ/בָתֵּ֖י/נוּ אֲנַ֣חְנוּ עֹרְבִ֑ים וְ/נִקְחָ֥ה דָגָ֖ן בָּ/רָעָֽב׃
STATEN

Ook waren er, die zeiden: Wij verpanden onze akkers, en onze wijngaarden, en onze huizen, opdat wij in dezen honger koren mogen opnemen.

4
וְ/יֵשׁ֙ אֲשֶׁ֣ר אֹמְרִ֔ים לָוִ֥ינוּ כֶ֖סֶף לְ/מִדַּ֣ת הַ/מֶּ֑לֶךְ שְׂדֹתֵ֖י/נוּ וּ/כְרָמֵֽי/נוּ׃
STATEN

Desgelijks waren er, die zeiden: Wij hebben geld ontleend tot des konings cijns, op onze akkers en onze wijngaarden.

5
וְ/עַתָּ֗ה כִּ/בְשַׂ֤ר אַחֵ֨י/נוּ֙ בְּשָׂרֵ֔/נוּ כִּ/בְנֵי/הֶ֖ם בָּנֵ֑י/נוּ וְ/הִנֵּ֣ה אֲנַ֣חְנוּ כֹ֠בְשִׁים אֶת בָּנֵ֨י/נוּ וְ/אֶת בְּנֹתֵ֜י/נוּ לַ/עֲבָדִ֗ים וְ/יֵ֨שׁ מִ/בְּנֹתֵ֤י/נוּ נִכְבָּשׁוֹת֙ וְ/אֵ֣ין לְ/אֵ֣ל יָדֵ֔/נוּ וּ/שְׂדֹתֵ֥י/נוּ וּ/כְרָמֵ֖י/נוּ לַ/אֲחֵרִֽים־־׃
STATEN

Nu is toch ons vlees als het vlees onzer broederen, onze kinderen zijn als hun kinderen; en ziet, wij onderwerpen onze zonen en onze dochteren tot dienstknechten; ja, er zijn enige van onze dochteren onderworpen, dat zij in de macht onzer handen niet zijn; en anderen hebben onze akkers en onze wijngaarden.

6
וַ/יִּ֥חַר לִ֖/י מְאֹ֑ד כַּ/אֲשֶׁ֤ר שָׁמַ֨עְתִּי֙ אֶת זַֽעֲקָתָ֔/ם וְ/אֵ֖ת הַ/דְּבָרִ֥ים הָ/אֵֽלֶּה־׃
STATEN

Toen ik nu hun geroep en deze woorden hoorde, ontstak ik zeer.

7
וַ/יִּמָּלֵ֨ךְ לִבִּ֜/י עָלַ֗/י וָ/אָרִ֨יבָ/ה֙ אֶת הַ/חֹרִ֣ים וְ/אֶת הַ/סְּגָנִ֔ים וָ/אֹמְרָ֣/ה לָ/הֶ֔ם מַשָּׁ֥א אִישׁ בְּ/אָחִ֖י/ו אַתֶּ֣ם נשאים וָ/אֶתֵּ֥ן עֲלֵי/הֶ֖ם קְהִלָּ֥ה גְדוֹלָֽה־־־׃ נֹשִׁ֑ים
STATEN

En mijn hart beraadslaagde in mij; daarna twistte ik met de edelen, en met de overheden, en zeide tot hen: Gijlieden vordert een last, een iegelijk van zijn broeder. Voorts belegde ik een grote vergadering tegen hen.

8
וָ/אֹמְרָ֣/ה לָ/הֶ֗ם אֲנַ֣חְנוּ קָ֠נִינוּ אֶת אַחֵ֨י/נוּ הַ/יְּהוּדִ֜ים הַ/נִּמְכָּרִ֤ים לַ/גּוֹיִם֙ כְּ/דֵ֣י בָ֔/נוּ וְ/גַם אַתֶּ֛ם תִּמְכְּר֥וּ אֶת אֲחֵי/כֶ֖ם וְ/נִמְכְּרוּ לָ֑/נוּ וַֽ/יַּחֲרִ֔ישׁוּ וְ/לֹ֥א מָצְא֖וּ דָּבָֽר־־־־׃ס
STATEN

En ik zeide tot hen: Wij hebben onze broederen, de Joden, die aan de heidenen verkocht waren, naar ons vermogen wedergekocht; en zoudt gijlieden ook uw broederen verkopen, of zouden zij aan ons verkocht worden? Toen zwegen zij, en vonden geen antwoord.

9
ו/יאמר לֹא ט֥וֹב הַ/דָּבָ֖ר אֲשֶׁר אַתֶּ֣ם עֹשִׂ֑ים הֲ/ל֞וֹא בְּ/יִרְאַ֤ת אֱלֹהֵ֨י/נוּ֙ תֵּלֵ֔כוּ מֵ/חֶרְפַּ֖ת הַ/גּוֹיִ֥ם אוֹיְבֵֽי/נוּ וָ/אוֹמַ֕ר־־׃
STATEN

Voorts zeide ik: De zaak is niet goed, die gijlieden doet; zoudt gij niet wandelen in de vreze onzes Gods, om de versmading der heidenen, onze vijanden?

10
וְ/גַם אֲנִי֙ אַחַ֣/י וּ/נְעָרַ֔/י נֹשִׁ֥ים בָּ/הֶ֖ם כֶּ֣סֶף וְ/דָגָ֑ן נַֽעַזְבָה נָּ֖א אֶת הַ/מַּשָּׁ֥א הַ/זֶּֽה־־־׃
STATEN

Ik, mijn broederen, en mijn jongens, vorderen wij ook geld en koren van hen? Laat ons toch dezen last nalaten.

11
הָשִׁיבוּ֩ נָ֨א לָ/הֶ֜ם כְּ/הַ/יּ֗וֹם שְׂדֹתֵי/הֶ֛ם כַּרְמֵי/הֶ֥ם זֵיתֵי/הֶ֖ם וּ/בָתֵּי/הֶ֑ם וּ/מְאַ֨ת הַ/כֶּ֤סֶף וְ/הַ/דָּגָן֙ הַ/תִּיר֣וֹשׁ וְ/הַ/יִּצְהָ֔ר אֲשֶׁ֥ר אַתֶּ֖ם נֹשִׁ֥ים בָּ/הֶֽם׃
STATEN

Geeft hun toch als heden weder hun akkers, hun wijngaarden, hun olijfgaarden en hun huizen; en het honderdste deel van het geld, en van het koren, den most en de olie, die gij hun hebt afgevorderd.

12
וַ/יֹּאמְר֣וּ נָשִׁ֗יב וּ/מֵ/הֶם֙ לֹ֣א נְבַקֵּ֔שׁ כֵּ֣ן נַעֲשֶׂ֔ה כַּ/אֲשֶׁ֖ר אַתָּ֣ה אוֹמֵ֑ר וָ/אֶקְרָא֙ אֶת הַ/כֹּ֣הֲנִ֔ים וָֽ/אַשְׁבִּיעֵ֔/ם לַ/עֲשׂ֖וֹת כַּ/דָּבָ֥ר הַ/זֶּֽה־׃
STATEN

Toen zeiden zij: Wij zullen het wedergeven, en van hen niets zoeken; wij zullen alzo doen, als gij zegt. En ik riep de priesteren, en deed hen zweren, dat zij doen zouden naar dit woord.

Op De Naamdragers

Blogs over Nehemia 5

Nog geen artikelen die specifiek naar Nehemia 5 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →