Ga naar inhoud
KETUVIM

Hooglied 2

שִׁיר הַשִּׁירִים
Hoofdstukken (8)← → toetsen
12345678
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
אֲנִי֙ חֲבַצֶּ֣לֶת הַ/שָּׁר֔וֹן שֽׁוֹשַׁנַּ֖ת הָ/עֲמָקִֽים׃
STATEN

Ik ben een Roos van Saron, een Lelie der dalen.

2
כְּ/שֽׁוֹשַׁנָּה֙ בֵּ֣ין הַ/חוֹחִ֔ים כֵּ֥ן רַעְיָתִ֖/י בֵּ֥ין הַ/בָּנֽוֹת׃
STATEN

Gelijk een lelie onder de doornen, alzo is Mijn vriendin onder de dochteren.

3
כְּ/תַפּ֨וּחַ֙ בַּ/עֲצֵ֣י הַ/יַּ֔עַר כֵּ֥ן דּוֹדִ֖/י בֵּ֣ין הַ/בָּנִ֑ים בְּ/צִלּ/וֹ֙ חִמַּ֣דְתִּי וְ/יָשַׁ֔בְתִּי וּ/פִרְי֖/וֹ מָת֥וֹק לְ/חִכִּֽ/י׃
STATEN

Als een appelboom onder de bomen des wouds, zo is mijn Liefste onder de zonen; ik heb groten lust in Zijn schaduw, en zit er onder, en Zijn vrucht is mijn gehemelte zoet.

4
הֱבִיאַ֨/נִי֙ אֶל בֵּ֣ית הַ/יָּ֔יִן וְ/דִגְל֥/וֹ עָלַ֖/י אַהֲבָֽה־׃
STATEN

Hij voert mij in het wijnhuis, en de liefde is Zijn banier over mij.

5
סַמְּכ֨וּ/נִי֙ בָּֽ/אֲשִׁישׁ֔וֹת רַפְּד֖וּ/נִי בַּ/תַּפּוּחִ֑ים כִּי חוֹלַ֥ת אַהֲבָ֖ה אָֽנִי־׃
STATEN

Ondersteunt gijlieden mij met de flessen, versterkt mij met de appelen, want ik ben krank van liefde.

6
שְׂמֹאל/וֹ֙ תַּ֣חַת לְ/רֹאשִׁ֔/י וִ/ימִינ֖/וֹ תְּחַבְּקֵֽ/נִי׃
STATEN

Zijn linkerhand zij onder mijn hoofd, en Zijn rechterhand omhelze mij.

7
הִשְׁבַּ֨עְתִּי אֶתְ/כֶ֜ם בְּנ֤וֹת יְרוּשָׁלִַ֨ם֙ בִּ/צְבָא֔וֹת א֖וֹ בְּ/אַיְל֣וֹת הַ/שָּׂדֶ֑ה אִם תָּעִ֧ירוּ וְֽ/אִם תְּעֽוֹרְר֛וּ אֶת הָ/אַהֲבָ֖ה עַ֥ד שֶׁ/תֶּחְפָּֽץ־׀־־׃ס
STATEN

Ik bezweer u, gij, dochteren van Jeruzalem! die bij de reeën, of bij de hinden des velds zijt, dat gij die liefde niet opwekt, noch wakker maakt, totdat het dezelve luste!

8
ק֣וֹל דּוֹדִ֔/י הִנֵּה זֶ֖ה בָּ֑א מְדַלֵּג֙ עַל הֶ֣/הָרִ֔ים מְקַפֵּ֖ץ עַל הַ/גְּבָעֽוֹת־־־׃
STATEN

Dat is de stem mijns Liefsten, ziet Hem, Hij komt, springende op de bergen, huppelende op de heuvelen!

9
דּוֹמֶ֤ה דוֹדִ/י֙ לִ/צְבִ֔י א֖וֹ לְ/עֹ֣פֶר הָֽ/אַיָּלִ֑ים הִנֵּה זֶ֤ה עוֹמֵד֙ אַחַ֣ר כָּתְלֵ֔/נוּ מַשְׁגִּ֨יחַ֙ מִן הַֽ/חֲלֹּנ֔וֹת מֵצִ֖יץ מִן הַֽ/חֲרַכִּֽים־־־׃
STATEN

Mijn Liefste is gelijk een ree, of een welp der herten; ziet, Hij staat achter onzen muur, kijkende uit de vensteren, blinkende uit de traliën.

10
עָנָ֥ה דוֹדִ֖/י וְ/אָ֣מַר לִ֑/י ק֥וּמִי לָ֛/ךְ רַעְיָתִ֥/י יָפָתִ֖/י וּ/לְכִי לָֽ/ךְ־׃
STATEN

Mijn Liefste antwoordt, en zegt tot mij: Sta op, Mijn vriendin, Mijn schone, en kom!

11
כִּֽי הִנֵּ֥ה ה/סתו עָבָ֑ר הַ/גֶּ֕שֶׁם חָלַ֖ף הָלַ֥ךְ לֽ/וֹ־׃ הַ/סְּתָ֖יו
STATEN

Want zie, de winter is voorbij, de plasregen is over, hij is overgegaan;

12
הַ/נִּצָּנִים֙ נִרְא֣וּ בָ/אָ֔רֶץ עֵ֥ת הַ/זָּמִ֖יר הִגִּ֑יעַ וְ/ק֥וֹל הַ/תּ֖וֹר נִשְׁמַ֥ע בְּ/אַרְצֵֽ/נוּ׃
STATEN

De bloemen worden gezien in het land, de zangtijd genaakt, en de stem der tortelduif wordt gehoord in ons land.

Op De Naamdragers

Blogs over Hooglied 2

Nog geen artikelen die specifiek naar Hooglied 2 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →