, (Manetho, FlJ, al.): , .† the chief men nobles Mk 6:21 Re 6:15 18:23
Strong G3175
grandees
grandees
Glosses per perspectief
Bijbels4 glosses
groten
a great one, a lord; a courtier, satrap, nobleman.
great man
Traditioneel-Christelijk2 glosses
grandees
great men, lords
Vergelijkend-wetenschappelijk1 gloss
μεγιστάν, -ᾶνος, ὁ (μέγιστος) [in LXX chiefly for שַׂר, Jer.24:8, al.; רַבְרְבָן, Dan LXX TH Dan.5:23, al.; frequently in Sir (sing., Sir.4:7) ;] usually pl., οἱ μ., the chief men, nobles (Manetho, FlJ, al.): Mrk.6:21, Rev.6:15 18:23.† (AS)
Verwante woorden
Woorden met dezelfde consonantale wortel. Vink aan om hun vindplaatsen mee te tellen.
Vindplaatsen per boek
52× totaalVerdeling over Bijbelboeken
Studie
……
Notities laden…