Ga naar inhoud
NEVIIM

Ezechiël 1

יְחֶזְקֵאל
Hoofdstukken (48)← → toetsen
123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
וַ/יְהִ֣י בִּ/שְׁלֹשִׁ֣ים שָׁנָ֗ה בָּֽ/רְבִיעִי֙ בַּ/חֲמִשָּׁ֣ה לַ/חֹ֔דֶשׁ וַ/אֲנִ֥י בְ/תֽוֹךְ הַ/גּוֹלָ֖ה עַל נְהַר כְּבָ֑ר נִפְתְּחוּ֙ הַ/שָּׁמַ֔יִם וָ/אֶרְאֶ֖ה מַרְא֥וֹת אֱלֹהִֽים׀־־־׃
STATEN

In het dertigste jaar, in de vierde maand, op den vijfden derzelve maand, als ik in het midden der weggevoerden was bij de rivier Chebar, zo geschiedde het, dat de hemelen werden geopend, en ik gezichten Gods zag.

2
בַּ/חֲמִשָּׁ֖ה לַ/חֹ֑דֶשׁ הִ֚יא הַ/שָּׁנָ֣ה הַ/חֲמִישִׁ֔ית לְ/גָל֖וּת הַ/מֶּ֥לֶךְ יוֹיָכִֽין׃
STATEN

Op den vijfden derzelve maand (dit was het vijfde jaar van de wegvoering van den koning Jójachin),

3
הָיֹ֣ה הָיָ֣ה דְבַר יְ֠הוָה אֶל יְחֶזְקֵ֨אל בֶּן בּוּזִ֧י הַ/כֹּהֵ֛ן בְּ/אֶ֥רֶץ כַּשְׂדִּ֖ים עַל נְהַר כְּבָ֑ר וַ/תְּהִ֥י עָלָ֛י/ו שָׁ֖ם יַד יְהוָֽה־־־־־־׃
STATEN

Geschiedde het woord des HEEREN uitdrukkelijk tot Ezechiël, den zoon van Buzi, den priester, in het land der Chaldeeën, bij de rivier Chebar; en de hand des HEEREN was daar op hem.

4
וָ/אֵ֡רֶא וְ/הִנֵּה֩ ר֨וּחַ סְעָרָ֜ה בָּאָ֣ה מִן הַ/צָּפ֗וֹן עָנָ֤ן גָּדוֹל֙ וְ/אֵ֣שׁ מִתְלַקַּ֔חַת וְ/נֹ֥גַֽהּ ל֖/וֹ סָבִ֑יב וּ/מִ֨/תּוֹכָ֔/הּ כְּ/עֵ֥ין הַ/חַשְׁמַ֖ל מִ/תּ֥וֹךְ הָ/אֵֽשׁ־׃
STATEN

Toen zag ik, en ziet, een stormwind kwam van het noorden af, een grote wolk, en een vuur daarin vervangen, en een glans was rondom die wolk; en uit het midden daarvan was als de verf van Hasmal, uit het midden des vuurs.

5
וּ/מִ֨/תּוֹכָ֔/הּ דְּמ֖וּת אַרְבַּ֣ע חַיּ֑וֹת וְ/זֶה֙ מַרְאֵֽי/הֶ֔ן דְּמ֥וּת אָדָ֖ם לָ/הֵֽנָּה׃
STATEN

En uit het midden daarvan kwam de gelijkenis van vier dieren; en dit was hun gedaante: zij hadden de gelijkenis van een mens;

6
וְ/אַרְבָּעָ֥ה פָנִ֖ים לְ/אֶחָ֑ת וְ/אַרְבַּ֥ע כְּנָפַ֖יִם לְ/אַחַ֥ת לָ/הֶֽם׃
STATEN

En elkeen had vier aangezichten; insgelijks had elkeen van hen vier vleugelen.

7
וְ/רַגְלֵי/הֶ֖ם רֶ֣גֶל יְשָׁרָ֑ה וְ/כַ֣ף רַגְלֵי/הֶ֗ם כְּ/כַף֙ רֶ֣גֶל עֵ֔גֶל וְ/נֹ֣צְצִ֔ים כְּ/עֵ֖ין נְחֹ֥שֶׁת קָלָֽל׃
STATEN

En hun voeten waren rechte voeten, en hun voetplanten waren gelijk de voetplanten van een kalf, en glinsterden gelijk de verf van glad koper.

8
ו/יד/ו אָדָ֗ם מִ/תַּ֨חַת֙ כַּנְפֵי/הֶ֔ם עַ֖ל אַרְבַּ֣עַת רִבְעֵי/הֶ֑ם וּ/פְנֵי/הֶ֥ם וְ/כַנְפֵי/הֶ֖ם לְ/אַרְבַּעְתָּֽ/ם וִ/ידֵ֣י׃
STATEN

En mensenhanden waren onder hun vleugelen, aan hun vier zijden; en die vier hadden hun aangezichten en hun vleugelen.

9
חֹֽבְרֹ֛ת אִשָּׁ֥ה אֶל אֲחוֹתָ֖/הּ כַּנְפֵי/הֶ֑ם לֹא יִסַּ֣בּוּ בְ/לֶכְתָּ֔/ן אִ֛ישׁ אֶל עֵ֥בֶר פָּנָ֖י/ו יֵלֵֽכוּ־־־׃
STATEN

Hun vleugelen waren samengevoegd, de een aan den ander; zij keerden zich niet om, als zij gingen; zij gingen elkeen recht uit voor zijn aangezicht henen.

10
וּ/דְמ֣וּת פְּנֵי/הֶם֮ פְּנֵ֣י אָדָם֒ וּ/פְנֵ֨י אַרְיֵ֤ה אֶל הַ/יָּמִין֙ לְ/אַרְבַּעְתָּ֔/ם וּ/פְנֵי שׁ֥וֹר מֵֽ/הַ/שְּׂמֹ֖אול לְ/אַרְבַּעְתָּ֑/ן וּ/פְנֵי נֶ֖שֶׁר לְ/אַרְבַּעְתָּֽ/ן־־־׃
STATEN

De gelijkenis nu van hun aangezicht was het aangezicht eens mensen, en het aangezicht eens leeuws hadden zij vier aan de rechterzijde; en ter linkerzijde hadden die vier eens ossen aangezicht; ook hadden die vier eens arends aangezicht.

11
וּ/פְנֵי/הֶ֕ם וְ/כַנְפֵי/הֶ֥ם פְּרֻד֖וֹת מִ/לְ/מָ֑עְלָ/ה לְ/אִ֗ישׁ שְׁ֚תַּיִם חֹבְר֣וֹת אִ֔ישׁ וּ/שְׁתַּ֣יִם מְכַסּ֔וֹת אֵ֖ת גְּוִיֹתֵי/הֶֽנָה׃
STATEN

Ook waren hun aangezichten en hun vleugelen opwaarts verdeeld; elkeen had er twee samengevoegd aan de andere, en twee bedekten hun lichamen.

12
וְ/אִ֛ישׁ אֶל עֵ֥בֶר פָּנָ֖י/ו יֵלֵ֑כוּ אֶ֣ל אֲשֶׁר֩ יִֽהְיֶה שָׁ֨מָּ/ה הָ/ר֤וּחַ לָ/לֶ֨כֶת֙ יֵלֵ֔כוּ לֹ֥א יִסַּ֖בּוּ בְּ/לֶכְתָּֽ/ן־־׃
STATEN

En zij gingen elkeen rechtuit voor zijn aangezicht henen; waarhenen de geest was om te gaan, gingen zij; zij keerden zich niet om, als zij gingen.

Op De Naamdragers

Blogs over Ezechiël 1

Nog geen artikelen die specifiek naar Ezechiël 1 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →