BRIEVEN

2 Petrus 1

Πέτρου Βʹ
Hoofdstukken (3)
123
Getuigen
Interlineair
1
σιμωνπετροςδουλοςκαιαποστολοςιησουχριστουτοιςισοτιμονημινλαχουσινπιστινενδικαιοσυνητουθεουημωνκαισωτηροςημωνιησουχριστου
STATEN

Simeon Petrus, een dienstknecht en apostel van Jezus Christus, aan degenen, die even dierbaar geloof met ons verkregen hebben, door de rechtvaardigheid van onzen God en Zaligmaker, Jezus Christus:

2
χαριςυμινκαιειρηνηπληθυνθειηενεπιγνωσειτουθεουκαιιησουτουκυριουημων
STATEN

Genade en vrede zij u vermenigvuldigd door de kennis van God, en van Jezus, onzen Heere;

3
ωςπανταημιντηςθειαςδυναμεωςαυτουταπροςζωηνκαιευσεβειανδεδωρημενηςδιατηςεπιγνωσεωςτουκαλεσαντοςημαςδιαδοξηςκαιαρετης
STATEN

Gelijk ons Zijn Goddelijke kracht alles, wat tot het leven en de godzaligheid behoort, geschonken heeft, door de kennis Desgenen, Die ons geroepen heeft tot heerlijkheid en deugd;

4
διωνταμεγισταημινκαιτιμιαεπαγγελματαδεδωρηταιιναδιατουτωνγενησθεθειαςκοινωνοιφυσεωςαποφυγοντεςτηςενκοσμωενεπιθυμιαφθορας
STATEN

Door welke ons de grootste en dierbare beloften geschonken zijn, opdat gij door dezelve der Goddelijke natuur deelachtig zoudt worden, nadat gij ontvloden zijt het verderf, dat in de wereld is door de begeerlijkheid.

5
καιαυτοτουτοδεσπουδηνπασανπαρεισενεγκαντεςεπιχορηγησατεεντηπιστειυμωντηναρετηνενδετηαρετητηνγνωσιν
STATEN

En gij, tot hetzelve ook alle naarstigheid toebrengende, voegt bij uw geloof deugd, en bij de deugd kennis,

6
ενδετηγνωσειτηνεγκρατειανενδετηεγκρατειατηνυπομονηνενδετηυπομονητηνευσεβειαν
STATEN

En bij de kennis matigheid, en bij de matigheid lijdzaamheid, en bij de lijdzaamheid godzaligheid,

7
ενδετηευσεβειατηνφιλαδελφιανενδετηφιλαδελφιατηναγαπην
STATEN

En bij de godzaligheid broederlijke liefde, en bij de broederlijke liefde, liefde jegens allen.

8
ταυταγαρυμινυπαρχοντακαιπλεοναζονταουκαργουςουδεακαρπουςκαθιστησινειςτηντουκυριουημωνιησουχριστουεπιγνωσιν
STATEN

Want zo deze dingen bij u zijn, en in u overvloedig zijn, zij zullen u niet ledig noch onvruchtbaar laten in de kennis van onzen Heere Jezus Christus.

9
ωγαρμηπαρεστινταυτατυφλοςεστινμυωπαζωνληθηνλαβωντουκαθαρισμουτωνπαλαιαυτουαμαρτιων
STATEN

Want bij welken deze dingen niet zijn, die is blind, van verre niet ziende, hebbende vergeten de reiniging zijner vorige zonden.

10
διομαλλοναδελφοισπουδασατεβεβαιανυμωντηνκλησινκαιεκλογηνποιεισθαιταυταγαρποιουντεςουμηπταισητεποτε
STATEN

Daarom, broeders, benaarstigt u te meer, om uw roeping en verkiezing vast te maken; want dat doende zult gij nimmermeer struikelen.

11
ουτωςγαρπλουσιωςεπιχορηγηθησεταιυμινηεισοδοςειςτηναιωνιονβασιλειαντουκυριουημωνκαισωτηροςιησουχριστου
STATEN

Want alzo zal u rijkelijk toegevoegd worden de ingang in het eeuwig Koninkrijk van onzen Heere en Zaligmaker, Jezus Christus.

12
διοουκαμελησωυμαςαειυπομιμνησκεινπεριτουτωνκαιπερειδοταςκαιεστηριγμενουςεντηπαρουσηαληθεια
STATEN

Daarom zal ik niet verzuimen u altijd daarvan te vermanen, hoewel gij het weet, en in de tegenwoordige waarheid versterkt zijt.

13
δικαιονδεηγουμαιεφοσονειμιεντουτωτωσκηνωματιδιεγειρεινυμαςενυπομνησει
STATEN

En ik acht het recht te zijn, zolang ik in dezen tabernakel ben, dat ik u opwekke door vermaning;

14
ειδωςοτιταχινηεστινηαποθεσιςτουσκηνωματοςμουκαθωςκαιοκυριοςημωνιησουςχριστοςεδηλωσενμοι
STATEN

Alzo ik weet, dat de aflegging mijns tabernakels haast zijn zal, gelijkerwijs ook onze Heere Jezus Christus mij heeft geopenbaard.

15
σπουδασωδεκαιεκαστοτεεχεινυμαςμετατηνεμηνεξοδοντηντουτωνμνημηνποιεισθαι
STATEN

Doch ik zal ook naarstigheid doen bij alle gelegenheid, dat gij na mijn uitgang van deze dingen gedachtenis moogt hebben.

16
ουγαρσεσοφισμενοιςμυθοιςεξακολουθησαντεςεγνωρισαμενυμιντηντουκυριουημωνιησουχριστουδυναμινκαιπαρουσιαναλλεποπταιγενηθεντεςτηςεκεινουμεγαλειοτητος
STATEN

Want wij zijn geen kunstelijk verdichte fabelen nagevolgd, als wij u bekend gemaakt hebben de kracht en toekomst van onzen Heere Jezus Christus, maar wij zijn aanschouwers geweest van Zijn majesteit.

17
λαβωνγαρπαραθεουπατροςτιμηνκαιδοξανφωνηςενεχθεισηςαυτωτοιασδευποτηςμεγαλοπρεπουςδοξηςουτοςεστινουιοςμουοαγαπητοςειςονεγωευδοκησα
STATEN

Want Hij heeft van God den Vader eer en heerlijkheid ontvangen, als zodanig een stem van de hoogwaardige heerlijkheid tot Hem gebracht werd: Deze is Mijn geliefde Zoon, in Denwelken Ik Mijn welbehagen heb.

18
καιταυτηντηνφωνηνημειςηκουσαμενεξουρανουενεχθεισανσυναυτωοντεςεντωορειτωαγιω
STATEN

En deze stem hebben wij gehoord, als zij van de hemel gebracht is geweest, toen wij met Hem op den heiligen berg waren.

19
καιεχομενβεβαιοτεροντονπροφητικονλογονωκαλωςποιειτεπροσεχοντεςωςλυχνωφαινοντιεναυχμηρωτοπωεωςουημεραδιαυγασηκαιφωσφοροςανατειληενταιςκαρδιαιςυμων
STATEN

En wij hebben het profetische Woord, dat zeer vast is, en gij doet wel, dat gij daarop acht hebt, als op een licht, schijnende in een duistere plaats, totdat de dag aanlichte, en de Morgenster opga in uw harten.

20
τουτοπρωτονγινωσκοντεςοτιπασαπροφητειαγραφηςιδιαςεπιλυσεωςουγινεται
STATEN

Dit eerst wetende, dat geen profetie der Schrift is van eigen uitlegging;

21
ουγαρθεληματιανθρωπουηνεχθηποτεπροφητειααλλυποπνευματοςαγιουφερομενοιελαλησαναγιοιθεουανθρωποι
STATEN

Want de profetie is voortijds niet voortgebracht door den wil eens mensen, maar de heilige mensen Gods, van den Heiligen Geest gedreven zijnde, hebben ze gesproken.