Ga naar inhoud
NEVIIM

Hosea 12

הוֹשֵׁעַ
Hoofdstukken (14)← → toetsen
1234567891011121314
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
סְבָבֻ֤/נִי בְ/כַ֨חַשׁ֙ אֶפְרַ֔יִם וּ/בְ/מִרְמָ֖ה בֵּ֣ית יִשְׂרָאֵ֑ל וִֽ/יהוּדָ֗ה עֹ֥ד רָד֙ עִם אֵ֔ל וְ/עִם קְדוֹשִׁ֖ים נֶאֱמָֽן־־׃
STATEN

Die van Efraïm hebben Mij omsingeld met leugen, en het huis Israëls met bedrog; maar Juda heerste nog met God, en was met de heiligen getrouw.

2
אֶפְרַ֜יִם רֹעֶ֥ה ר֨וּחַ֙ וְ/רֹדֵ֣ף קָדִ֔ים כָּל הַ/יּ֕וֹם כָּזָ֥ב וָ/שֹׁ֖ד יַרְבֶּ֑ה וּ/בְרִית֙ עִם אַשּׁ֣וּר יִכְרֹ֔תוּ וְ/שֶׁ֖מֶן לְ/מִצְרַ֥יִם יוּבָֽל־־׃
STATEN

Efraïm weidt zich met wind, en jaagt den oostenwind na; den gansen dag vermenigvuldigt hij leugen en verwoesting; en zij maken verbond met Assur, en de olie wordt naar Egypte gevoerd.

3
וְ/רִ֥יב לַֽ/יהוָ֖ה עִם יְהוּדָ֑ה וְ/לִ/פְקֹ֤ד עַֽל יַעֲקֹב֙ כִּ/דְרָכָ֔י/ו כְּ/מַעֲלָלָ֖י/ו יָשִׁ֥יב לֽ/וֹ־־׃
STATEN

Ook heeft de HEERE een twist met Juda, en Hij zal bezoeking doen over Jakob naar zijn wegen, naar zijn handelingen zal Hij hem vergelden.

4
בַּ/בֶּ֖טֶן עָקַ֣ב אֶת אָחִ֑י/ו וּ/בְ/אוֹנ֖/וֹ שָׂרָ֥ה אֶת אֱלֹהִֽים־־׃
STATEN

In moeders buik hield hij zijn broeder bij de verzenen; en in zijn kracht gedroeg hij zich vorstelijk met God.

5
וָ/יָּ֤שַׂר אֶל מַלְאָךְ֙ וַ/יֻּכָ֔ל בָּכָ֖ה וַ/יִּתְחַנֶּן ל֑/וֹ בֵּֽית אֵל֙ יִמְצָאֶ֔/נּוּ וְ/שָׁ֖ם יְדַבֵּ֥ר עִמָּֽ/נוּ־־־׃
STATEN

Ja, hij gedroeg zich vorstelijk tegen den Engel, en overmocht Hem; hij weende en smeekte Hem. Te Beth-El vond Hij hem, en aldaar sprak Hij met ons;

6
וַֽ/יהוָ֖ה אֱלֹהֵ֣י הַ/צְּבָא֑וֹת יְהוָ֖ה זִכְרֽ/וֹ׃
STATEN

Namelijk, de HEERE, de God der heirscharen; HEERE is Zijn gedenknaam.

7
וְ/אַתָּ֖ה בֵּ/אלֹהֶ֣י/ךָ תָשׁ֑וּב חֶ֤סֶד וּ/מִשְׁפָּט֙ שְׁמֹ֔ר וְ/קַוֵּ֥ה אֶל אֱלֹהֶ֖י/ךָ תָּמִֽיד־׃
STATEN

Gij dan, bekeer u tot uw God, bewaar weldadigheid en recht, en wacht geduriglijk op uw God.

8
כְּנַ֗עַן בְּ/יָד֛/וֹ מֹאזְנֵ֥י מִרְמָ֖ה לַ/עֲשֹׁ֥ק אָהֵֽב׃
STATEN

In des koopmans hand is een bedriegelijke weegschaal, hij bemint te verdrukken;

9
וַ/יֹּ֣אמֶר אֶפְרַ֔יִם אַ֣ךְ עָשַׁ֔רְתִּי מָצָ֥אתִי א֖וֹן לִ֑/י כָּל יְגִיעַ֕/י לֹ֥א יִמְצְאוּ לִ֖/י עָוֺ֥ן אֲשֶׁר חֵֽטְא־־־׃
STATEN

Nog zegt Efraïm: Evenwel ben ik rijk geworden, ik heb mij groot goed verkregen; in al mijn arbeid zullen zij mij geen ongerechtigheid vinden, die zonde zij.

10
וְ/אָנֹכִ֛י יְהוָ֥ה אֱלֹהֶ֖י/ךָ מֵ/אֶ֣רֶץ מִצְרָ֑יִם עֹ֛ד אוֹשִֽׁיבְ/ךָ֥ בָ/אֳהָלִ֖ים כִּ/ימֵ֥י מוֹעֵֽד׃
STATEN

Maar Ik ben de HEERE, uw God, van Egypteland af; Ik zal u nog in tenten doen wonen, als in de dagen der samenkomst;

11
וְ/דִבַּ֨רְתִּי֙ עַל הַ/נְּבִיאִ֔ים וְ/אָנֹכִ֖י חָז֣וֹן הִרְבֵּ֑יתִי וּ/בְ/יַ֥ד הַ/נְּבִיאִ֖ים אֲדַמֶּֽה־׃
STATEN

En Ik zal spreken tot de profeten, en Ik zal het gezicht vermenigvuldigen; en door den dienst der profeten zal Ik gelijkenissen voorstellen.

12
אִם גִּלְעָ֥ד אָ֨וֶן֙ אַךְ שָׁ֣וְא הָי֔וּ בַּ/גִּלְגָּ֖ל שְׁוָרִ֣ים זִבֵּ֑חוּ גַּ֤ם מִזְבְּחוֹתָ/ם֙ כְּ/גַלִּ֔ים עַ֖ל תַּלְמֵ֥י שָׂדָֽי־־׃
STATEN

Zekerlijk is Gilead ongerechtigheid, zij zijn enkel ijdelheid; te Gilgal offeren zij ossen, ja, hun altaren zijn als steenhopen op de voren der velden.

Op De Naamdragers

Blogs over Hosea 12

Nog geen artikelen die specifiek naar Hosea 12 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →