Ga naar inhoud
NEVIIM

Hosea 4

הוֹשֵׁעַ
Hoofdstukken (14)← → toetsen
1234567891011121314
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
שִׁמְע֥וּ דְבַר יְהוָ֖ה בְּנֵ֣י יִשְׂרָאֵ֑ל כִּ֣י רִ֤יב לַֽ/יהוָה֙ עִם יוֹשְׁבֵ֣י הָ/אָ֔רֶץ כִּ֠י אֵין אֱמֶ֧ת וְֽ/אֵין חֶ֛סֶד וְ/אֵֽין דַּ֥עַת אֱלֹהִ֖ים בָּ/אָֽרֶץ־־־־־׃
STATEN

Hoort des HEEREN woord, gij kinderen Israëls! want de HEERE heeft een twist met de inwoners des lands, omdat er geen trouw, en geen weldadigheid, en geen kennis van God in het land is;

2
אָלֹ֣ה וְ/כַחֵ֔שׁ וְ/רָצֹ֥חַ וְ/גָנֹ֖ב וְ/נָאֹ֑ף פָּרָ֕צוּ וְ/דָמִ֥ים בְּ/דָמִ֖ים נָגָֽעוּ׃
STATEN

Maar vloeken en liegen, en doodslaan, en stelen, en overspel doen; zij breken door, en bloedschulden raken aan bloedschulden.

3
עַל כֵּ֣ן תֶּאֱבַ֣ל הָ/אָ֗רֶץ וְ/אֻמְלַל֙ כָּל יוֹשֵׁ֣ב בָּ֔/הּ בְּ/חַיַּ֥ת הַ/שָּׂדֶ֖ה וּ/בְ/ע֣וֹף הַ/שָּׁמָ֑יִם וְ/גַם דְּגֵ֥י הַ/יָּ֖ם יֵאָסֵֽפוּ־׀־־׃
STATEN

Daarom zal het land treuren, en een iegelijk, die daarin woont, kwelen, met het gedierte des velds, en met het gevogelte des hemels; ja, ook de vissen der zee zullen weggeraapt worden.

4
אַ֥ךְ אִ֛ישׁ אַל יָרֵ֖ב וְ/אַל יוֹכַ֣ח אִ֑ישׁ וְ/עַמְּ/ךָ֖ כִּ/מְרִיבֵ֥י כֹהֵֽן־־׃
STATEN

Doch niemand twiste noch bestraffe iemand; want uw volk is als die met den priester twisten.

5
וְ/כָשַׁלְתָּ֣ הַ/יּ֔וֹם וְ/כָשַׁ֧ל גַּם נָבִ֛יא עִמְּ/ךָ֖ לָ֑יְלָה וְ/דָמִ֖יתִי אִמֶּֽ/ךָ־׃
STATEN

Daarom zult gij vallen bij dag, ja, zelfs de profeet zal met u vallen bij nacht; en Ik zal uw moeder uitroeien.

6
נִדְמ֥וּ עַמִּ֖/י מִ/בְּלִ֣י הַ/דָּ֑עַת כִּֽי אַתָּ֞ה הַ/דַּ֣עַת מָאַ֗סְתָּ וְ/אֶמְאָֽסְא/ךָ֙ מִ/כַּהֵ֣ן לִ֔/י וַ/תִּשְׁכַּח֙ תּוֹרַ֣ת אֱלֹהֶ֔י/ךָ אֶשְׁכַּ֥ח בָּנֶ֖י/ךָ גַּם אָֽנִי־־׃
STATEN

Mijn volk is uitgeroeid, omdat het zonder kennis is; dewijl gij de kennis verworpen hebt, heb Ik u ook verworpen, dat gij Mij het priesterambt niet zult bedienen; dewijl gij de wet uws Gods vergeten hebt, zal Ik ook uw kinderen vergeten.

7
כְּ/רֻבָּ֖/ם כֵּ֣ן חָֽטְאוּ לִ֑/י כְּבוֹדָ֖/ם בְּ/קָל֥וֹן אָמִֽיר־׃
STATEN

Gelijk zij meerder geworden zijn, alzo hebben zij tegen Mij gezondigd; Ik zal hunlieder eer in schande veranderen.

8
חַטַּ֥את עַמִּ֖/י יֹאכֵ֑לוּ וְ/אֶל עֲוֺנָ֖/ם יִשְׂא֥וּ נַפְשֽׁ/וֹ־׃
STATEN

Zij eten de zonde Mijns volks, en verlangen, een ieder met zijn ziel, naar hun ongerechtigheid.

9
וְ/הָיָ֥ה כָ/עָ֖ם כַּ/כֹּהֵ֑ן וּ/פָקַדְתִּ֤י עָלָי/ו֙ דְּרָכָ֔י/ו וּ/מַעֲלָלָ֖י/ו אָשִׁ֥יב לֽ/וֹ׃
STATEN

Daarom, gelijk het volk, alzo zal de priester zijn; en Ik zal zijn wegen over hem bezoeken, en zijn handelingen hem vergelden.

10
וְ/אָֽכְלוּ֙ וְ/לֹ֣א יִשְׂבָּ֔עוּ הִזְנ֖וּ וְ/לֹ֣א יִפְרֹ֑צוּ כִּֽי אֶת יְהוָ֥ה עָזְב֖וּ לִ/שְׁמֹֽר־־׃
STATEN

En zij zullen eten, maar niet zat worden, zullen hoereren, maar niet uitbreken in menigte; want zij hebben nagelaten den HEERE in acht te nemen.

11
זְנ֛וּת וְ/יַ֥יִן וְ/תִיר֖וֹשׁ יִֽקַּֽח לֵֽב־׃
STATEN

Hoererij, en wijn, en most neemt het hart weg.

12
עַמִּ/י֙ בְּ/עֵצ֣/וֹ יִשְׁאָ֔ל וּ/מַקְל֖/וֹ יַגִּ֣יד ל֑/וֹ כִּ֣י ר֤וּחַ זְנוּנִים֙ הִתְעָ֔ה וַ/יִּזְנ֖וּ מִ/תַּ֥חַת אֱלֹהֵי/הֶֽם׃
STATEN

Mijn volk vraagt zijn hout, en zijn stok zal het hem bekend maken; want de geest der hoererijen verleidt hen, dat zij van onder hun God weghoereren.

Op De Naamdragers

Blogs over Hosea 4

Nog geen artikelen die specifiek naar Hosea 4 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →