Ga naar inhoud
NEVIIM

Hosea 5

הוֹשֵׁעַ
Hoofdstukken (14)← → toetsen
1234567891011121314
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
שִׁמְעוּ זֹ֨את הַ/כֹּהֲנִ֜ים וְ/הַקְשִׁ֣יבוּ בֵּ֣ית יִשְׂרָאֵ֗ל וּ/בֵ֤ית הַ/מֶּ֨לֶךְ֙ הַאֲזִ֔ינוּ כִּ֥י לָ/כֶ֖ם הַ/מִּשְׁפָּ֑ט כִּֽי פַח֙ הֱיִיתֶ֣ם לְ/מִצְפָּ֔ה וְ/רֶ֖שֶׁת פְּרוּשָׂ֥ה עַל תָּבֽוֹר־׀־־׃
STATEN

Hoort dit, gij priesters! en merkt op, gij huis Israëls! en neemt ter oren, gij huis des konings! want ulieden gaat dit oordeel aan, omdat gij een strik zijt geworden te Mizpa, en een uitgespannen net op Thabor.

2
וְ/שַׁחֲטָ֥ה שֵׂטִ֖ים הֶעְמִ֑יקוּ וַ/אֲנִ֖י מוּסָ֥ר לְ/כֻלָּֽ/ם׃
STATEN

En die afwijken, verdiepen zich om te slachten; maar Ik zal hun allen een tuchtmeester zijn.

3
אֲנִי֙ יָדַ֣עְתִּי אֶפְרַ֔יִם וְ/יִשְׂרָאֵ֖ל לֹֽא נִכְחַ֣ד מִמֶּ֑/נִּי כִּ֤י עַתָּה֙ הִזְנֵ֣יתָ אֶפְרַ֔יִם נִטְמָ֖א יִשְׂרָאֵֽל־׃
STATEN

Ik ken Efraïm, en Israël is voor Mij niet verborgen; dat gij, o Efraïm! nu hoereert, en Israël verontreinigd is.

4
לֹ֤א יִתְּנוּ֙ מַ֣עַלְלֵי/הֶ֔ם לָ/שׁ֖וּב אֶל אֱלֹֽהֵי/הֶ֑ם כִּ֣י ר֤וּחַ זְנוּנִים֙ בְּ/קִרְבָּ֔/ם וְ/אֶת יְהוָ֖ה לֹ֥א יָדָֽעוּ־־׃
STATEN

Zij stellen hun handelingen niet aan, om zich tot hun God te bekeren; want de geest der hoererijen is in het midden van hen, en den HEERE kennen zij niet.

5
וְ/עָנָ֥ה גְאֽוֹן יִשְׂרָאֵ֖ל בְּ/פָנָ֑י/ו וְ/יִשְׂרָאֵ֣ל וְ/אֶפְרַ֗יִם יִכָּֽשְׁלוּ֙ בַּ/עֲוֺנָ֔/ם כָּשַׁ֥ל גַּם יְהוּדָ֖ה עִמָּֽ/ם־־׃
STATEN

Dies zal Israël hovaardij in zijn aangezicht getuigen; en Israël en Efraïm zullen vallen door hun ongerechtigheid; ook zal Juda met hen vallen.

6
בְּ/צֹאנָ֣/ם וּ/בִ/בְקָרָ֗/ם יֵֽלְכ֛וּ לְ/בַקֵּ֥שׁ אֶת יְהוָ֖ה וְ/לֹ֣א יִמְצָ֑אוּ חָלַ֖ץ מֵ/הֶֽם־׃
STATEN

Met hun schapen, en met hun runderen zullen zij dan gaan, om den HEERE te zoeken, maar niet vinden; Hij heeft Zich van hen onttrokken.

7
בַּ/יהוָ֣ה בָּגָ֔דוּ כִּֽי בָנִ֥ים זָרִ֖ים יָלָ֑דוּ עַתָּ֛ה יֹאכְלֵ֥/ם חֹ֖דֶשׁ אֶת חֶלְקֵי/הֶֽם־־׃ס
STATEN

Zij hebben trouwelooslijk gehandeld tegen den HEERE; want zij hebben vreemde kinderen gewonnen; nu zal hen de nieuwe maand verteren met hun delen.

8
תִּקְע֤וּ שׁוֹפָר֙ בַּ/גִּבְעָ֔ה חֲצֹצְרָ֖ה בָּ/רָמָ֑ה הָרִ֨יעוּ֙ בֵּ֣ית אָ֔וֶן אַחֲרֶ֖י/ךָ בִּנְיָמִֽין׃
STATEN

Blaast de bazuin te Gíbea, de trompet te Rama; roept luide te Beth-Aven; achter u, Benjamin!

9
אֶפְרַ֨יִם֙ לְ/שַׁמָּ֣ה תִֽהְיֶ֔ה בְּ/י֖וֹם תּֽוֹכֵחָ֑ה בְּ/שִׁבְטֵי֙ יִשְׂרָאֵ֔ל הוֹדַ֖עְתִּי נֶאֱמָנָֽה׃
STATEN

Efraïm zal tot verwoesting worden, ten dage der straf; onder de stammen Israëls heb Ik bekend gemaakt, dat gewis is.

10
הָיוּ֙ שָׂרֵ֣י יְהוּדָ֔ה כְּ/מַסִּיגֵ֖י גְּב֑וּל עֲלֵי/הֶ֕ם אֶשְׁפּ֥וֹךְ כַּ/מַּ֖יִם עֶבְרָתִֽ/י׃
STATEN

De vorsten van Juda zijn geworden, gelijk die de landpalen verrukken; Ik zal Mijn verbolgenheid, als water, over hen uitgieten.

11
עָשׁ֥וּק אֶפְרַ֖יִם רְצ֣וּץ מִשְׁפָּ֑ט כִּ֣י הוֹאִ֔יל הָלַ֖ךְ אַחֲרֵי צָֽו־׃
STATEN

Efraïm is verdrukt, hij is verpletterd met recht; want hij heeft zo gewild; hij heeft gewandeld naar het gebod.

12
וַ/אֲנִ֥י כָ/עָ֖שׁ לְ/אֶפְרָ֑יִם וְ/כָ/רָקָ֖ב לְ/בֵ֥ית יְהוּדָֽה׃
STATEN

Daarom zal Ik Efraïm zijn als een mot, en den huize van Juda als een verrotting.

Op De Naamdragers

Blogs over Hosea 5

Nog geen artikelen die specifiek naar Hosea 5 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →