Ga naar inhoud
NEVIIM

Hosea 7

הוֹשֵׁעַ
Hoofdstukken (14)← → toetsen
1234567891011121314
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
כְּ/רָפְאִ֣/י לְ/יִשְׂרָאֵ֗ל וְ/נִגְלָ֞ה עֲוֺ֤ן אֶפְרַ֨יִם֙ וְ/רָע֣וֹת שֹֽׁמְר֔וֹן כִּ֥י פָעֲל֖וּ שָׁ֑קֶר וְ/גַנָּ֣ב יָב֔וֹא פָּשַׁ֥ט גְּד֖וּד בַּ/חֽוּץ׃
STATEN

Terwijl Ik Israël genees, zo wordt Efraïms ongerechtigheid ontdekt, mitsgaders de boosheden van Samaria; want zij werken valsheid; en de dief gaat er in, de bende der straatschenders stroopt daar buiten.

2
וּ/בַל יֹֽאמְרוּ֙ לִ/לְבָבָ֔/ם כָּל רָעָתָ֖/ם זָכָ֑רְתִּי עַתָּה֙ סְבָב֣וּ/ם מַֽעַלְלֵי/הֶ֔ם נֶ֥גֶד פָּנַ֖/י הָיֽוּ־־׃
STATEN

En zij zeggen niet in hun hart, dat Ik al hunner boosheid gedachtig ben; nu omsingelen hen hun handelingen, zij zijn voor Mijn aangezicht.

3
בְּ/רָעָתָ֖/ם יְשַׂמְּחוּ מֶ֑לֶךְ וּ/בְ/כַחֲשֵׁי/הֶ֖ם שָׂרִֽים־׃
STATEN

Zij verblijden den koning met hun boosheid, en de vorsten met hun leugenen.

4
כֻּלָּ/ם֙ מְנָ֣אֲפִ֔ים כְּמ֣וֹ תַנּ֔וּר בֹּעֵ֖רָה מֵֽ/אֹפֶ֑ה יִשְׁבּ֣וֹת מֵעִ֔יר מִ/לּ֥וּשׁ בָּצֵ֖ק עַד חֻמְצָתֽ/וֹ־׃
STATEN

Zij bedrijven al te zamen overspel, zij zijn gelijk een bakoven, die heet gemaakt is van den bakker; die ophoudt van wakker te zijn, nadat hij het deeg heeft gekneed, totdat het doorgezuurd zij.

5
י֣וֹם מַלְכֵּ֔/נוּ הֶחֱל֥וּ שָׂרִ֖ים חֲמַ֣ת מִ/יָּ֑יִן מָשַׁ֥ךְ יָד֖/וֹ אֶת לֹצְצִֽים־׃
STATEN

Het is de dag onzes konings; de vorsten maken hem krank door verhitting van den wijn; hij strekt zijn hand voort met de spotters.

6
כִּֽי קֵרְב֧וּ כַ/תַּנּ֛וּר לִבָּ֖/ם בְּ/אָרְבָּ֑/ם כָּל הַ/לַּ֨יְלָה֙ יָשֵׁ֣ן אֹֽפֵ/הֶ֔ם בֹּ֕קֶר ה֥וּא בֹעֵ֖ר כְּ/אֵ֥שׁ לֶהָבָֽה־־׃
STATEN

Want zij voeren hun hart aan, als een bakoven, tot hun lagen; hunlieder bakker slaapt den gansen nacht; 's morgens brandt hij als een vlammend vuur.

7
כֻּלָּ֤/ם יֵחַ֨מּוּ֙ כַּ/תַּנּ֔וּר וְ/אָכְל֖וּ אֶת שֹֽׁפְטֵי/הֶ֑ם כָּל מַלְכֵי/הֶ֣ם נָפָ֔לוּ אֵין קֹרֵ֥א בָ/הֶ֖ם אֵלָֽ/י־־־׃
STATEN

Zij zijn allen te zamen verhit als een bakoven, en zij verteren hun rechters; al hun koningen vallen; er is niemand onder hen, die tot Mij roept.

8
אֶפְרַ֕יִם בָּ/עַמִּ֖ים ה֣וּא יִתְבּוֹלָ֑ל אֶפְרַ֛יִם הָיָ֥ה עֻגָ֖ה בְּלִ֥י הֲפוּכָֽה׃
STATEN

Efraïm, die verwart zich met de volken; Efraïm is een koek, die niet is omgekeerd;

9
אָכְל֤וּ זָרִים֙ כֹּח֔/וֹ וְ/ה֖וּא לֹ֣א יָדָ֑ע גַּם שֵׂיבָה֙ זָ֣רְקָה בּ֔/וֹ וְ/ה֖וּא לֹ֥א יָדָֽע־׃
STATEN

Vreemden verteren zijn kracht, en hij merkt het niet; ook is de grauwigheid op hem verspreid, en hij merkt het niet.

10
וְ/עָנָ֥ה גְאֽוֹן יִשְׂרָאֵ֖ל בְּ/פָנָ֑י/ו וְ/לֹֽא שָׁ֨בוּ֙ אֶל יְהוָ֣ה אֱלֹֽהֵי/הֶ֔ם וְ/לֹ֥א בִקְשֻׁ֖/הוּ בְּ/כָל זֹֽאת־־־־׃
STATEN

Dies zal de hovaardij van Israël in zijn aangezicht getuigen; dewijl zij zich niet bekeren tot den HEERE, hun God, noch Hem zoeken in alle deze.

11
וַ/יְהִ֣י אֶפְרַ֔יִם כְּ/יוֹנָ֥ה פוֹתָ֖ה אֵ֣ין לֵ֑ב מִצְרַ֥יִם קָרָ֖אוּ אַשּׁ֥וּר הָלָֽכוּ׃
STATEN

Want Efraïm is als een botte duif, zonder hart; zij roepen Egypte aan, zij gaan henen tot Assur.

12
כַּ/אֲשֶׁ֣ר יֵלֵ֗כוּ אֶפְר֤וֹשׂ עֲלֵי/הֶם֙ רִשְׁתִּ֔/י כְּ/ע֥וֹף הַ/שָּׁמַ֖יִם אֽוֹרִידֵ֑/ם אַיְסִרֵ֕/ם כְּ/שֵׁ֖מַע לַ/עֲדָתָֽ/ם׃ס
STATEN

Wanneer zij zullen henengaan, zal Ik Mijn net over hen uitspreiden, Ik zal ze als vogelen des hemels doen nederdalen. Ik zal ze tuchtigen, gelijk gehoord is in hun vergadering.

Op De Naamdragers

Blogs over Hosea 7

Nog geen artikelen die specifiek naar Hosea 7 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →