Ga naar inhoud
NEVIIM

Hosea 2

הוֹשֵׁעַ
Hoofdstukken (14)← → toetsen
1234567891011121314
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
וְֽ֠/הָיָה מִסְפַּ֤ר בְּנֵֽי יִשְׂרָאֵל֙ כְּ/ח֣וֹל הַ/יָּ֔ם אֲשֶׁ֥ר לֹֽא יִמַּ֖ד וְ/לֹ֣א יִסָּפֵ֑ר וְֽ֠/הָיָה בִּ/מְק֞וֹם אֲשֶׁר יֵאָמֵ֤ר לָ/הֶם֙ לֹֽא עַמִּ֣/י אַתֶּ֔ם יֵאָמֵ֥ר לָ/הֶ֖ם בְּנֵ֥י אֵֽל חָֽי־־־־־׃
STATEN

Twist tegen ulieder moeder, twist, omdat zij Mijn vrouw niet is, en Ik haar Man niet ben; en laat ze haar hoererijen van haar aangezicht, en haar overspelerijen van tussen haar borsten wegdoen.

2
וְ֠/נִקְבְּצוּ בְּנֵֽי יְהוּדָ֤ה וּ/בְנֵֽי יִשְׂרָאֵל֙ יַחְדָּ֔ו וְ/שָׂמ֥וּ לָ/הֶ֛ם רֹ֥אשׁ אֶחָ֖ד וְ/עָל֣וּ מִן הָ/אָ֑רֶץ כִּ֥י גָד֖וֹל י֥וֹם יִזְרְעֶֽאל־־־׃
STATEN

Opdat Ik ze niet naakt uitstrope, en zette ze als ten dage, toen zij geboren werd; ja, make ze als een woestijn, en zette ze als een dor land, en dode ze door dorst;

3
אִמְר֥וּ לַ/אֲחֵי/כֶ֖ם עַמִּ֑/י וְ/לַ/אֲחֽוֹתֵי/כֶ֖ם רֻחָֽמָה׃
STATEN

En Mij harer kinderen niet ontferme, omdat zij kinderen der hoererijen zijn.

4
רִ֤יבוּ בְ/אִמְּ/כֶם֙ רִ֔יבוּ כִּֽי הִיא֙ לֹ֣א אִשְׁתִּ֔/י וְ/אָנֹכִ֖י לֹ֣א אִישָׁ֑/הּ וְ/תָסֵ֤ר זְנוּנֶ֨י/הָ֙ מִ/פָּנֶ֔י/ה וְ/נַאֲפוּפֶ֖י/הָ מִ/בֵּ֥ין שָׁדֶֽי/הָ־׃
STATEN

Want hunlieder moeder hoereert, die henlieden ontvangen heeft, handelt schandelijk; want zij zegt: Ik zal mijn boelen nagaan, die mij mijn brood en mijn water, mijn wol en mijn vlas, mijn olie en mijn drank geven.

5
פֶּן אַפְשִׁיטֶ֣/נָּה עֲרֻמָּ֔ה וְ/הִ֨צַּגְתִּ֔י/הָ כְּ/י֖וֹם הִוָּֽלְדָ֑/הּ וְ/שַׂמְתִּ֣י/הָ כַ/מִּדְבָּ֗ר וְ/שַׁתִּ֨/הָ֙ כְּ/אֶ֣רֶץ צִיָּ֔ה וַ/הֲמִתִּ֖י/הָ בַּ/צָּמָֽא־׃
STATEN

Daarom, ziet, Ik zal uw weg met doornen betuinen, en Ik zal een heiningmuur maken, dat zij haar paden niet zal vinden.

6
וְ/אֶת בָּנֶ֖י/הָ לֹ֣א אֲרַחֵ֑ם כִּֽי בְנֵ֥י זְנוּנִ֖ים הֵֽמָּה־־׃
STATEN

En zij zal haar boelen nalopen, maar dezelve niet aantreffen; en zij zal hen zoeken, maar niet vinden; dan zal zij zeggen: Ik zal henengaan, en keren weder tot mijn vorigen Man, want toen was mij beter dan nu.

7
כִּ֤י זָֽנְתָה֙ אִמָּ֔/ם הֹבִ֖ישָׁה הֽוֹרָתָ֑/ם כִּ֣י אָמְרָ֗ה אֵלְכָ֞ה אַחֲרֵ֤י מְאַהֲבַ/י֙ נֹתְנֵ֤י לַחְמִ/י֙ וּ/מֵימַ֔/י צַמְרִ֣/י וּ/פִשְׁתִּ֔/י שַׁמְנִ֖/י וְ/שִׁקּוּיָֽ/י׃
STATEN

Zij bekent toch niet, dat Ik haar het koren, en den most, en de olie gegeven heb, en haar het zilver en goud vermenigvuldigd heb, dat zij tot den Baäl gebruikt hebben.

8
לָ/כֵ֛ן הִנְ/נִי שָׂ֥ךְ אֶת דַּרְכֵּ֖/ךְ בַּ/סִּירִ֑ים וְ/גָֽדַרְתִּי֙ אֶת גְּדֵרָ֔/הּ וּ/נְתִיבוֹתֶ֖י/הָ לֹ֥א תִמְצָֽא־־־׃
STATEN

Daarom zal Ik wederkomen, en Mijn koren wegnemen op zijn tijd, en Mijn most op zijn gezetten tijd; en Ik zal wegrukken Mijn wol en Mijn vlas, dienende om haar naaktheid te bedekken.

9
וְ/רִדְּפָ֤ה אֶת מְאַהֲבֶ֨י/הָ֙ וְ/לֹֽא תַשִּׂ֣יג אֹתָ֔/ם וּ/בִקְשָׁ֖תַ/ם וְ/לֹ֣א תִמְצָ֑א וְ/אָמְרָ֗ה אֵלְכָ֤ה וְ/אָשׁ֨וּבָה֙ אֶל אִישִׁ֣/י הָֽ/רִאשׁ֔וֹן כִּ֣י ט֥וֹב לִ֛/י אָ֖ז מֵ/עָֽתָּה־־־׃
STATEN

En nu zal Ik haar dwaasheid ontdekken voor de ogen harer boelen; en niemand zal haar uit Mijn hand verlossen.

10
וְ/הִיא֙ לֹ֣א יָֽדְעָ֔ה כִּ֤י אָֽנֹכִי֙ נָתַ֣תִּי לָ֔/הּ הַ/דָּגָ֖ן וְ/הַ/תִּיר֣וֹשׁ וְ/הַ/יִּצְהָ֑ר וְ/כֶ֨סֶף הִרְבֵּ֥יתִי לָ֛/הּ וְ/זָהָ֖ב עָשׂ֥וּ לַ/בָּֽעַל׃
STATEN

En Ik zal doen ophouden al haar vrolijkheid, haar feesten, haar nieuwe maanden en haar sabbatten, ja, al haar gezette hoogtijden.

11
לָ/כֵ֣ן אָשׁ֔וּב וְ/לָקַחְתִּ֤י דְגָנִ/י֙ בְּ/עִתּ֔/וֹ וְ/תִירוֹשִׁ֖/י בְּ/מֽוֹעֲד֑/וֹ וְ/הִצַּלְתִּי֙ צַמְרִ֣/י וּ/פִשְׁתִּ֔/י לְ/כַסּ֖וֹת אֶת עֶרְוָתָֽ/הּ־׃
STATEN

En Ik zal verwoesten haar wijnstok en haar vijgeboom, waarvan zij zegt: Deze zijn mij een hoerenloon, dat mij mijn boelen gegeven hebben; maar Ik zal ze stellen tot een woud, en het wild gedierte des velds zal ze vreten.

12
וְ/עַתָּ֛ה אֲגַלֶּ֥ה אֶת נַבְלֻתָ֖/הּ לְ/עֵינֵ֣י מְאַהֲבֶ֑י/הָ וְ/אִ֖ישׁ לֹֽא יַצִּילֶ֥/נָּה מִ/יָּדִֽ/י־־׃
STATEN

En Ik zal over haar bezoeken de dagen des Baäls, waarin zij dien gerookt heeft, en zich versierd met haar voorhoofdsiersel, en haar halssieraad, en is haar boelen nagegaan, maar heeft Mij vergeten, spreekt de HEERE.

Op De Naamdragers

Blogs over Hosea 2

Nog geen artikelen die specifiek naar Hosea 2 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →