Ga naar inhoud
NEVIIM

Hosea 8

הוֹשֵׁעַ
Hoofdstukken (14)← → toetsen
1234567891011121314
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
אֶל חִכְּ/ךָ֣ שֹׁפָ֔ר כַּ/נֶּ֖שֶׁר עַל בֵּ֣ית יְהוָ֑ה יַ֚עַן עָבְר֣וּ בְרִיתִ֔/י וְ/עַל תּוֹרָתִ֖/י פָּשָֽׁעוּ־־־׃
STATEN

De bazuin aan uw mond; hij komt als een arend tegen het huis des HEEREN; omdat zij Mijn verbond hebben overtreden, en zijn tegen Mijn wet afvallig geworden.

2
לִ֖/י יִזְעָ֑קוּ אֱלֹהַ֥/י יְֽדַעֲנ֖וּ/ךָ יִשְׂרָאֵֽל׃
STATEN

Dan zullen zij tot Mij roepen: Mijn God! wij, Israël, kennen U.

3
זָנַ֥ח יִשְׂרָאֵ֖ל ט֑וֹב אוֹיֵ֖ב יִרְדְּֽפ/וֹ׃
STATEN

Israël heeft het goede verstoten; de vijand zal hem vervolgen.

4
הֵ֤ם הִמְלִיכוּ֙ וְ/לֹ֣א מִמֶּ֔/נִּי הֵשִׂ֖ירוּ וְ/לֹ֣א יָדָ֑עְתִּי כַּסְפָּ֣/ם וּ/זְהָבָ֗/ם עָשׂ֤וּ לָ/הֶם֙ עֲצַבִּ֔ים לְמַ֖עַן יִכָּרֵֽת׃
STATEN

Zij hebben koningen gemaakt, maar niet uit Mij; zij hebben vorsten gesteld, maar Ik heb het niet gekend; van hun zilver en hun goud hebben zij voor zichzelven afgoden gemaakt, opdat zij uitgeroeid worden.

5
זָנַח֙ עֶגְלֵ֣/ךְ שֹֽׁמְר֔וֹן חָרָ֥ה אַפִּ֖/י בָּ֑/ם עַד מָתַ֕י לֹ֥א יוּכְל֖וּ נִקָּיֹֽן־׃
STATEN

Uw kalf, o Samaria! heeft u verstoten; Mijn toorn is tegen hen ontstoken; hoe lang zullen zij de reinigheid niet verdragen?

6
כִּ֤י מִ/יִּשְׂרָאֵל֙ וְ/ה֔וּא חָרָ֣שׁ עָשָׂ֔/הוּ וְ/לֹ֥א אֱלֹהִ֖ים ה֑וּא כִּֽי שְׁבָבִ֣ים יִֽהְיֶ֔ה עֵ֖גֶל שֹׁמְרֽוֹן־׃
STATEN

Want dat is ook uit Israël; een werkmeester heeft het gemaakt, en het is geen God, maar het zal tot stukken worden, het kalf van Samaria.

7
כִּ֛י ר֥וּחַ יִזְרָ֖עוּ וְ/סוּפָ֣תָ/ה יִקְצֹ֑רוּ קָמָ֣ה אֵֽין ל֗/וֹ צֶ֚מַח בְּלִ֣י יַֽעֲשֶׂה קֶּ֔מַח אוּלַ֣י יַֽעֲשֶׂ֔ה זָרִ֖ים יִבְלָעֻֽ/הוּ־־׃
STATEN

Want zij hebben wind gezaaid, en zullen een wervelwind maaien; het zal geen staande koren hebben, het uitspruitsel zal geen meel maken; of het misschien maakte, vreemden zullen het verslinden.

8
נִבְלַ֖ע יִשְׂרָאֵ֑ל עַתָּה֙ הָי֣וּ בַ/גּוֹיִ֔ם כִּ/כְלִ֖י אֵֽין חֵ֥פֶץ בּֽ/וֹ־׃
STATEN

Israël is verslonden; nu zijn zij onder de heidenen geworden, gelijk een vat, waar men geen lust toe heeft.

9
כִּֽי הֵ֨מָּה֙ עָל֣וּ אַשּׁ֔וּר פֶּ֖רֶא בּוֹדֵ֣ד ל֑/וֹ אֶפְרַ֖יִם הִתְנ֥וּ אֲהָבִֽים־
STATEN

Want zij zijn opgetogen naar Assur, een woudezel, die alleen voor zichzelven is; die van Efraïm hebben boelen om hoerenloon gehuurd.

10
גַּ֛ם כִּֽי יִתְנ֥וּ בַ/גּוֹיִ֖ם עַתָּ֣ה אֲקַבְּצֵ֑/ם וַ/יָּחֵ֣לּוּ מְּעָ֔ט מִ/מַּשָּׂ֖א מֶ֥לֶךְ שָׂרִֽים־׃
STATEN

Dewijl zij dan onder de heidenen boelen om hoerenloon gehuurd hebben, zo zal Ik die nu ook verzamelen; ja, zij hebben al een weinig begonnen, vanwege den last van den koning der vorsten.

11
כִּֽי הִרְבָּ֥ה אֶפְרַ֛יִם מִזְבְּחֹ֖ת לַ/חֲטֹ֑א הָיוּ ל֥/וֹ מִזְבְּח֖וֹת לַ/חֲטֹֽא־־׃
STATEN

Omdat Efraïm de altaren vermenigvuldigd heeft tot zondigen, zo zijn hem de altaren geworden tot zondigen.

12
אכתוב ל֔/וֹ רבו תּֽוֹרָתִ֑/י כְּמוֹ זָ֖ר נֶחְשָֽׁבוּ אֶ֨כְתָּב רֻבֵּ֖י־־׃
STATEN

Ik schrijf hem de voortreffelijkheden Mijner wet voor; maar die zijn geacht als wat vreemds.

Op De Naamdragers

Blogs over Hosea 8

Nog geen artikelen die specifiek naar Hosea 8 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →