EVANGELIES

Johannes 17

Κατὰ Ἰωάννην
Hoofdstukken (21)
123456789101112131415161718192021
Getuigen
Interlineair
1
ταυταελαλησενοιησουςκαιεπηρεντουςοφθαλμουςαυτουειςτονουρανονκαιειπενπατερεληλυθενηωραδοξασονσουτονυιονινακαιουιοςσουδοξασησε
STATEN

Dit heeft Jezus gesproken, en Hij hief Zijn ogen op naar den hemel, en zeide: Vader, de ure is gekomen, verheerlijk Uw Zoon, opdat ook Uw Zoon U verheerlijke.

2
καθωςεδωκαςαυτωεξουσιανπασηςσαρκοςιναπανοδεδωκαςαυτωδωσηαυτοιςζωηναιωνιον
STATEN

Gelijkerwijs Gij Hem macht gegeven hebt over alle vlees, opdat al wat Gij Hem gegeven hebt, Hij hun het eeuwige leven geve.

3
αυτηδεεστινηαιωνιοςζωηιναγινωσκωσινσετονμονοναληθινονθεονκαιοναπεστειλαςιησουνχριστον
STATEN

En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, den enigen waarachtigen God, en Jezus Christus, Dien Gij gezonden hebt.

4
εγωσεεδοξασαεπιτηςγηςτοεργονετελειωσαοδεδωκαςμοιιναποιησω
STATEN

Ik heb U verheerlijkt op de aarde; Ik heb voleindigd het werk, dat Gij Mij gegeven hebt om te doen;

5
καινυνδοξασονμεσυπατερπαρασεαυτωτηδοξηηειχονπροτουτονκοσμονειναιπαρασοι
STATEN

En nu verheerlijk Mij, Gij Vader, bij Uzelven, met de heerlijkheid, die Ik bij U had, eer de wereld was.

6
εφανερωσασουτοονοματοιςανθρωποιςουςδεδωκαςμοιεκτουκοσμουσοιησανκαιεμοιαυτουςδεδωκαςκαιτονλογονσουτετηρηκασιν
STATEN

Ik heb Uw Naam geopenbaard den mensen, die Gij Mij uit de wereld gegeven hebt. Zij waren Uw, en Gij hebt Mij dezelve gegeven; en zij hebben Uw woord bewaard.

7
νυνεγνωκανοτιπανταοσαδεδωκαςμοιπαρασουεστιν
STATEN

Nu hebben zij bekend, dat alles, wat Gij Mij gegeven hebt, van U is.

8
οτιταρηματααδεδωκαςμοιδεδωκααυτοιςκαιαυτοιελαβονκαιεγνωσαναληθωςοτιπαρασουεξηλθονκαιεπιστευσανοτισυμεαπεστειλας
STATEN

Want de woorden, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven, en zij hebben ze ontvangen, en zij hebben waarlijk bekend, dat Ik van U uitgegaan ben, en hebben geloofd, dat Gij Mij gezonden hebt.

9
εγωπεριαυτωνερωτωουπεριτουκοσμουερωτωαλλαπεριωνδεδωκαςμοιοτισοιεισιν
STATEN

Ik bid voor hen; Ik bid niet voor de wereld, maar voor degenen, die Gij Mij gegeven hebt, want zij zijn Uw.

10
καιταεμαπαντασαεστινκαιτασαεμακαιδεδοξασμαιεναυτοις
STATEN

En al het Mijne is Uw, en het Uwe is Mijn; en Ik ben in hen verheerlijkt.

11
καιουκετιειμιεντωκοσμωκαιουτοιεντωκοσμωεισινκαιεγωπροςσεερχομαιπατεραγιετηρησοναυτουςεντωονοματισουουςδεδωκαςμοιιναωσινενκαθωςημεις
STATEN

En Ik ben niet meer in de wereld, maar deze zijn in de wereld, en Ik kome tot U, Heilige Vader, bewaar ze in Uw Naam, die Gij Mij gegeven hebt, opdat zij één zijn, gelijk als Wij.

12
οτεημηνμεταυτωνεντωκοσμωεγωετηρουναυτουςεντωονοματισουουςδεδωκαςμοιεφυλαξακαιουδειςεξαυτωναπωλετοειμηουιοςτηςαπωλειαςιναηγραφηπληρωθη
STATEN

Toen Ik met hen in de wereld was, bewaarde Ik ze in Uw Naam. Die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik bewaard, en niemand uit hen is verloren gegaan, dan de zoon der verderfenis, opdat de Schrift vervuld worde.

13
νυνδεπροςσεερχομαικαιταυταλαλωεντωκοσμωιναεχωσιντηνχαραντηνεμηνπεπληρωμενηνεναυτοις
STATEN

Maar nu kom Ik tot U, en spreek dit in de wereld, opdat zij Mijn blijdschap vervuld mogen hebben in zichzelven.

14
εγωδεδωκααυτοιςτονλογονσουκαιοκοσμοςεμισησεναυτουςοτιουκεισινεκτουκοσμουκαθωςεγωουκειμιεκτουκοσμου
STATEN

Ik heb hun Uw woord gegeven; en de wereld heeft ze gehaat, omdat zij van de wereld niet zijn, gelijk als Ik van de wereld niet ben.

15
ουκερωτωινααρηςαυτουςεκτουκοσμουαλλινατηρησηςαυτουςεκτουπονηρου
STATEN

Ik bid niet, dat Gij hen uit de wereld wegneemt, maar dat Gij hen bewaart van den boze.

16
εκτουκοσμουουκεισινκαθωςεγωεκτουκοσμουουκειμι
STATEN

Zij zijn niet van de wereld, gelijkerwijs Ik van de wereld niet ben.

17
αγιασοναυτουςεντηαληθειασουολογοςοσοςαληθειαεστιν
STATEN

Heilig ze in Uw waarheid; Uw woord is de waarheid.

18
καθωςεμεαπεστειλαςειςτονκοσμονκαγωαπεστειλααυτουςειςτονκοσμον
STATEN

Gelijkerwijs Gij Mij gezonden hebt in de wereld, alzo heb Ik hen ook in de wereld gezonden.

19
καιυπεραυτωνεγωαγιαζωεμαυτονινακαιαυτοιωσινηγιασμενοιεναληθεια
STATEN

En Ik heilige Mijzelven voor hen, opdat ook zij geheiligd mogen zijn in waarheid.

20
ουπεριτουτωνδεερωτωμονοναλλακαιπεριτωνπιστευσοντωνδιατουλογουαυτωνειςεμε
STATEN

En Ik bid niet alleen voor dezen, maar ook voor degenen, die door hun woord in Mij geloven zullen.

21
ιναπαντεςενωσινκαθωςσυπατερενεμοικαγωενσοιινακαιαυτοιενημινενωσινιναοκοσμοςπιστευσηοτισυμεαπεστειλας
STATEN

Opdat zij allen één zijn, gelijkerwijs Gij, Vader, in Mij, en Ik in U, dat ook zij in Ons één zijn; opdat de wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt.

22
καιεγωτηνδοξανηνδεδωκαςμοιδεδωκααυτοιςιναωσινενκαθωςημειςενεσμεν
STATEN

En Ik heb hun de heerlijkheid gegeven, die Gij Mij gegeven hebt; opdat zij één zijn, gelijk als Wij Eén zijn;

23
εγωεναυτοιςκαισυενεμοιιναωσιντετελειωμενοιειςενκαιιναγινωσκηοκοσμοςοτισυμεαπεστειλαςκαιηγαπησαςαυτουςκαθωςεμεηγαπησας
STATEN

Ik in hen, en Gij in Mij; opdat zij volmaakt zijn in één, en opdat de wereld bekenne, dat Gij Mij gezonden hebt, en hen liefgehad hebt, gelijk Gij Mij liefgehad hebt.

24
πατερουςδεδωκαςμοιθελωιναοπουειμιεγωκακεινοιωσινμετεμουιναθεωρωσιντηνδοξαντηνεμηνηνεδωκαςμοιοτιηγαπησαςμεπροκαταβοληςκοσμου
STATEN

Vader, Ik wil, dat waar Ik ben, ook die bij Mij zijn, die Gij Mij gegeven hebt; opdat zij Mijn heerlijkheid mogen aanschouwen, die Gij Mij gegeven hebt; want Gij hebt Mij liefgehad, vóór de grondlegging der wereld.

25
πατερδικαιεκαιοκοσμοςσεουκεγνωεγωδεσεεγνωνκαιουτοιεγνωσανοτισυμεαπεστειλας
STATEN

Rechtvaardige Vader, de wereld heeft U niet gekend; maar Ik heb U gekend, en dezen hebben bekend, dat Gij Mij gezonden hebt.

26
καιεγνωρισααυτοιςτοονομασουκαιγνωρισωιναηαγαπηηνηγαπησαςμεεναυτοιςηκαγωεναυτοις
STATEN

En Ik heb hun Uw Naam bekend gemaakt, en zal Hem bekend maken; opdat de liefde, waarmede Gij Mij liefgehad hebt, in hen zij, en Ik in hen.