BRIEVEN

Romeinen 5

Πρὸς Ῥωμαίους
Hoofdstukken (16)
12345678910111213141516
Getuigen
Interlineair
1
δικαιωθεντεςουνεκπιστεωςειρηνηνεχομενπροςτονθεονδιατουκυριουημωνιησουχριστου
STATEN

Wij dan, gerechtvaardigd zijnde uit het geloof, hebben vrede bij God, door onzen Heere Jezus Christus;

2
διουκαιτηνπροσαγωγηνεσχηκαμεντηπιστειειςτηνχαρινταυτηνενηεστηκαμενκαικαυχωμεθαεπελπιδιτηςδοξηςτουθεου
STATEN

Door Welken wij ook de toeleiding hebben door het geloof tot deze genade, in welke wij staan, en roemen in de hoop der heerlijkheid Gods.

3
ουμονονδεαλλακαικαυχωμεθαενταιςθλιqεσινειδοτεςοτιηθλιqιςυπομονηνκατεργαζεται
STATEN

En niet alleenlijk dit, maar wij roemen ook in de verdrukkingen, wetende, dat de verdrukking lijdzaamheid werkt;

4
ηδευπομονηδοκιμηνηδεδοκιμηελπιδα
STATEN

En de lijdzaamheid bevinding, en de bevinding hoop;

5
ηδεελπιςουκαταισχυνειοτιηαγαπητουθεουεκκεχυταιενταιςκαρδιαιςημωνδιαπνευματοςαγιουτουδοθεντοςημιν
STATEN

En de hoop beschaamt niet, omdat de liefde Gods in onze harten uitgestort is door den Heiligen Geest, Die ons is gegeven.

6
ετιγαρχριστοςοντωνημωνασθενωνκατακαιρονυπερασεβωναπεθανεν
STATEN

Want Christus, als wij nog krachteloos waren, is te Zijner tijd voor de goddelozen gestorven.

7
μολιςγαρυπερδικαιουτιςαποθανειταιυπεργαρτουαγαθουταχατιςκαιτολμααποθανειν
STATEN

Want nauwelijks zal iemand voor een rechtvaardige sterven; want voor den goede zal mogelijk iemand ook bestaan te sterven.

8
συνιστησινδετηνεαυτουαγαπηνειςημαςοθεοςοτιετιαμαρτωλωνοντωνημωνχριστοςυπερημωναπεθανεν
STATEN

Maar God bevestigt Zijn liefde jegens ons, dat Christus voor ons gestorven is, als wij nog zondaars waren.

9
πολλωουνμαλλονδικαιωθεντεςνυνεντωαιματιαυτουσωθησομεθαδιαυτουαποτηςοργης
STATEN

Veel meer dan, zijnde nu gerechtvaardigd door Zijn bloed, zullen wij door Hem behouden worden van den toorn.

10
ειγαρεχθροιοντεςκατηλλαγημεντωθεωδιατουθανατουτουυιουαυτουπολλωμαλλονκαταλλαγεντεςσωθησομεθαεντηζωηαυτου
STATEN

Want indien wij, vijanden zijnde, met God verzoend zijn door den dood Zijns Zoons, veel meer zullen wij, verzoend zijnde, behouden worden door Zijn leven.

11
ουμονονδεαλλακαικαυχωμενοιεντωθεωδιατουκυριουημωνιησουχριστουδιουνυντηνκαταλλαγηνελαβομεν
STATEN

En niet alleenlijk dit, maar wij roemen ook in God, door onzen Heere Jezus Christus, door Welken wij nu de verzoening gekregen hebben.

12
διατουτοωσπερδιενοςανθρωπουηαμαρτιαειςτονκοσμονεισηλθενκαιδιατηςαμαρτιαςοθανατοςκαιουτωςειςπανταςανθρωπουςοθανατοςδιηλθενεφωπαντεςημαρτον
STATEN

Daarom, gelijk door één mens de zonde in de wereld ingekomen is, en door de zonde de dood; en alzo de dood tot alle mensen doorgegaan is, in welken allen gezondigd hebben.

13
αχριγαρνομουαμαρτιαηνενκοσμωαμαρτιαδεουκελλογειταιμηοντοςνομου
STATEN

Want tot de wet was de zonde in de wereld; maar de zonde wordt niet toegerekend, als er geen wet is.

14
αλλεβασιλευσενοθανατοςαποαδαμμεχριμωσεωςκαιεπιτουςμηαμαρτησανταςεπιτωομοιωματιτηςπαραβασεωςαδαμοςεστιντυποςτουμελλοντος
STATEN

Maar de dood heeft geheerst van Adam tot Mozes toe, ook over degenen, die niet gezondigd hadden in de gelijkheid der overtreding van Adam, welke een voorbeeld is Desgenen, Die komen zou.

15
αλλουχωςτοπαραπτωμαουτωςκαιτοχαρισμαειγαρτωτουενοςπαραπτωματιοιπολλοιαπεθανονπολλωμαλλονηχαριςτουθεουκαιηδωρεαενχαριτιτητουενοςανθρωπουιησουχριστουειςτουςπολλουςεπερισσευσεν
STATEN

Doch niet, gelijk de misdaad, alzo is ook de genadegift, want indien, door de misdaad van één, velen gestorven zijn, zo is veel meer de genade Gods, en de gave door de genade, die daar is van één mens Jezus Christus, overvloedig geweest over velen.

16
καιουχωςδιενοςαμαρτησαντοςτοδωρηματομενγαρκριμαεξενοςειςκατακριματοδεχαρισμαεκπολλωνπαραπτωματωνειςδικαιωμα
STATEN

En niet, gelijk de schuld was door den één, die gezondigd heeft, alzo is de gift; want de schuld is wel uit één misdaad tot verdoemenis, maar de genadegift is uit vele misdaden tot rechtvaardigmaking.

17
ειγαρτωτουενοςπαραπτωματιοθανατοςεβασιλευσενδιατουενοςπολλωμαλλονοιτηνπερισσειαντηςχαριτοςκαιτηςδωρεαςτηςδικαιοσυνηςλαμβανοντεςενζωηβασιλευσουσινδιατουενοςιησουχριστου
STATEN

Want indien door de misdaad van één de dood geheerst heeft door dien énen, veel meer zullen degenen, die den overvloed der genade en der gave der rechtvaardigheid ontvangen, in het leven heersen door dien Enen, namelijk Jezus Christus.

18
αραουνωςδιενοςπαραπτωματοςειςπανταςανθρωπουςειςκατακριμαουτωςκαιδιενοςδικαιωματοςειςπανταςανθρωπουςειςδικαιωσινζωης
STATEN

Zo dan, gelijk door één misdaad de schuld gekomen is over alle mensen tot verdoemenis; alzo ook door één rechtvaardigheid komt de genade over alle mensen tot rechtvaardigmaking des levens.

19
ωσπεργαρδιατηςπαρακοηςτουενοςανθρωπουαμαρτωλοικατεσταθησανοιπολλοιουτωςκαιδιατηςυπακοηςτουενοςδικαιοικατασταθησονταιοιπολλοι
STATEN

Want gelijk door de ongehoorzaamheid van dien énen mens velen tot zondaars gesteld zijn geworden, alzo zullen ook door de gehoorzaamheid van Enen velen tot rechtvaardigen gesteld worden.

20
νομοςδεπαρεισηλθενιναπλεονασητοπαραπτωμαουδεεπλεονασενηαμαρτιαυπερεπερισσευσενηχαρις
STATEN

Maar de wet is bovendien ingekomen, opdat de misdaad te meerder worde; en waar de zonde meerder geworden is, daar is de genade veel meer overvloedig geweest;

21
ιναωσπερεβασιλευσενηαμαρτιαεντωθανατωουτωςκαιηχαριςβασιλευσηδιαδικαιοσυνηςειςζωηναιωνιονδιαιησουχριστουτουκυριουημων
STATEN

Opdat, gelijk de zonde geheerst heeft tot den dood, alzo ook de genade zou heersen door rechtvaardigheid tot het eeuwige leven, door Jezus Christus onzen Heere.