BRIEVEN

Romeinen 1

Πρὸς Ῥωμαίους
Hoofdstukken (16)
12345678910111213141516
Getuigen
Interlinear
1
παυλοςδουλοςιησουχριστουκλητοςαποστολοςαφωρισμενοςειςευαγγελιονθεου
STATEN

Paulus, een dienstknecht van Jezus Christus, een geroepen apostel, afgezonderd tot het Evangelie van God,

2
οπροεπηγγειλατοδιατωνπροφητωναυτουενγραφαιςαγιαις
STATEN

(Hetwelk Hij te voren beloofd had door Zijn profeten, in de heilige Schriften)

3
περιτουυιουαυτουτουγενομενουεκσπερματοςδαβιδκατασαρκα
STATEN

Van Zijn Zoon, (Die geworden is uit het zaad van David, naar het vlees;

4
τουορισθεντοςυιουθεουενδυναμεικαταπνευμααγιωσυνηςεξαναστασεωςνεκρωνιησουχριστουτουκυριουημων
STATEN

Die krachtelijk bewezen is te zijn de Zoon van God, naar den Geest der heiligmaking, uit de opstanding der doden) namelijk Jezus Christus, onzen Heere:

5
διουελαβομενχαρινκαιαποστοληνειςυπακοηνπιστεωςενπασιντοιςεθνεσινυπερτουονοματοςαυτου
STATEN

(Door Welken wij hebben ontvangen genade en het apostelschap, tot gehoorzaamheid des geloofs onder al de heidenen, voor Zijn Naam;

6
ενοιςεστεκαιυμειςκλητοιιησουχριστου
STATEN

Onder welken gij ook zijt, geroepenen van Jezus Christus!)

7
πασιντοιςουσινενρωμηαγαπητοιςθεουκλητοιςαγιοιςχαριςυμινκαιειρηνηαποθεουπατροςημωνκαικυριουιησουχριστου
STATEN

Allen, die te Rome zijt, geliefden Gods, en geroepen heiligen, genade zij u, en vrede van God, onzen Vader, en den Heere Jezus Christus.

8
πρωτονμενευχαριστωτωθεωμουδιαιησουχριστουυπερπαντωνυμωνοτιηπιστιςυμωνκαταγγελλεταιενολωτωκοσμω
STATEN

Eerstelijk dank ik mijn God door Jezus Christus over u allen, dat uw geloof verkondigd wordt in de gehele wereld.

9
μαρτυςγαρμουεστινοθεοςωλατρευωεντωπνευματιμουεντωευαγγελιωτουυιουαυτουωςαδιαλειπτωςμνειανυμωνποιουμαι
STATEN

Want God is mijn Getuige, Welken ik diene in mijn geest, in het Evangelie Zijns Zoons, hoe ik zonder nalaten uwer gedenke;

10
παντοτεεπιτωνπροσευχωνμουδεομενοςειπωςηδηποτεευοδωθησομαιεντωθεληματιτουθεουελθεινπροςυμας
STATEN

Allen tijd in mijn gebeden biddende, of mogelijk mij nog te eniger tijd goede gelegenheid gegeven werd, door den wil van God, om tot ulieden te komen.

11
επιποθωγαριδεινυμαςινατιμεταδωχαρισμαυμινπνευματικονειςτοστηριχθηναιυμας
STATEN

Want ik verlang om u te zien, opdat ik u enige geestelijke gave mocht mededelen, ten einde gij versterkt zoudt worden;

12
τουτοδεεστινσυμπαρακληθηναιενυμινδιατηςεναλληλοιςπιστεωςυμωντεκαιεμου
STATEN

Dat is, om mede vertroost te worden onder u, door het onderlinge geloof, zo het uwe als het mijne.

13
ουθελωδευμαςαγνοειναδελφοιοτιπολλακιςπροεθεμηνελθεινπροςυμαςκαιεκωλυθηναχριτουδευροινακαρποντινασχωκαιενυμινκαθωςκαιεντοιςλοιποιςεθνεσιν
STATEN

Doch ik wil niet, dat u onbekend zij, broeders, dat ik menigmaal voorgenomen heb tot u te komen (en ben tot nog toe verhinderd geweest), opdat ik ook onder u enige vrucht zou hebben, gelijk als ook onder de andere heidenen.

14
ελλησιντεκαιβαρβαροιςσοφοιςτεκαιανοητοιςοφειλετηςειμι
STATEN

Beiden Grieken en Barbaren, beiden wijzen en onwijzen ben ik een schuldenaar.

15
ουτωςτοκατεμεπροθυμονκαιυμιντοιςενρωμηευαγγελισασθαι
STATEN

Alzo hetgeen in mij is, dat is volvaardig, om u ook, die te Rome zijt, het Evangelie te verkondigen.

16
ουγαρεπαισχυνομαιτοευαγγελιοντουχριστουδυναμιςγαρθεουεστινειςσωτηριανπαντιτωπιστευοντιιουδαιωτεπρωτονκαιελληνι
STATEN

Want ik schaam mij des Evangelies van Christus niet; want het is een kracht Gods tot zaligheid een iegelijk, die gelooft, eerst den Jood, en ook den Griek.

17
δικαιοσυνηγαρθεουεναυτωαποκαλυπτεταιεκπιστεωςειςπιστινκαθωςγεγραπταιοδεδικαιοςεκπιστεωςζησεται
STATEN

Want de rechtvaardigheid Gods wordt in hetzelve geopenbaard uit geloof tot geloof; gelijk geschreven is: Maar de rechtvaardige zal uit het geloof leven.

18
αποκαλυπτεταιγαροργηθεουαπουρανουεπιπασανασεβειανκαιαδικιανανθρωπωντωντηναληθειανεναδικιακατεχοντων
STATEN

Want de toorn Gods wordt geopenbaard van den hemel over alle goddeloosheid, en ongerechtigheid der mensen, als die de waarheid in ongerechtigheid ten onder houden.

19
διοτιτογνωστοντουθεουφανερονεστινεναυτοιςογαρθεοςαυτοιςεφανερωσεν
STATEN

Overmits hetgeen van God kennelijk is, in hen openbaar is; want God heeft het hun geopenbaard.

20
ταγαραορατααυτουαποκτισεωςκοσμουτοιςποιημασιννοουμενακαθοραταιητεαιδιοςαυτουδυναμιςκαιθειοτηςειςτοειναιαυτουςαναπολογητους
STATEN

Want Zijn onzienlijke dingen worden, van de schepping der wereld aan, uit de schepselen verstaan en doorzien, beide Zijn eeuwige kracht en Goddelijkheid, opdat zij niet te verontschuldigen zouden zijn.

21
διοτιγνοντεςτονθεονουχωςθεονεδοξασανηευχαριστησαναλλεματαιωθησανεντοιςδιαλογισμοιςαυτωνκαιεσκοτισθηηασυνετοςαυτωνκαρδια
STATEN

Omdat zij, God kennende, Hem als God niet hebben verheerlijkt of gedankt; maar zijn verijdeld geworden in hun overleggingen en hun onverstandig hart is verduisterd geworden;

22
φασκοντεςειναισοφοιεμωρανθησαν
STATEN

Zich uitgevende voor wijzen, zijn zij dwaas geworden;

23
καιηλλαξαντηνδοξαντουαφθαρτουθεουενομοιωματιεικονοςφθαρτουανθρωπουκαιπετεινωνκαιτετραποδωνκαιερπετων
STATEN

En hebben de heerlijkheid des onverderfelijken Gods veranderd in de gelijkenis eens beelds van een verderfelijk mens, en van gevogelte, en van viervoetige en kruipende gedierten.

24
διοκαιπαρεδωκεναυτουςοθεοςενταιςεπιθυμιαιςτωνκαρδιωναυτωνειςακαθαρσιαντουατιμαζεσθαιτασωματααυτωνενεαυτοις
STATEN

Daarom heeft God hen ook overgegeven in de begeerlijkheden hunner harten tot onreinigheid, om hun lichamen onder elkander te onteren;

25
οιτινεςμετηλλαξαντηναληθειαντουθεουεντωqευδεικαιεσεβασθησανκαιελατρευσαντηκτισειπαρατονκτισανταοςεστινευλογητοςειςτουςαιωναςαμην
STATEN

Als die de waarheid Gods veranderd hebben in de leugen, en het schepsel geëerd en gediend hebben boven den Schepper, Die te prijzen is in der eeuwigheid, amen.

26
διατουτοπαρεδωκεναυτουςοθεοςειςπαθηατιμιαςαιτεγαρθηλειαιαυτωνμετηλλαξαντηνφυσικηνχρησινειςτηνπαραφυσιν
STATEN

Daarom heeft God hen overgegeven tot oneerlijke bewegingen; want ook hun vrouwen hebben het natuurlijk gebruik veranderd in het gebruik tegen nature;

27
ομοιωςτεκαιοιαρσενεςαφεντεςτηνφυσικηνχρησιντηςθηλειαςεξεκαυθησανεντηορεξειαυτωνειςαλληλουςαρσενεςεναρσεσιντηνασχημοσυνηνκατεργαζομενοικαιτηναντιμισθιανηνεδειτηςπλανηςαυτωνενεαυτοιςαπολαμβανοντες
STATEN

En insgelijks ook de mannen, nalatende het natuurlijk gebruik der vrouw, zijn verhit geworden in hun lust tegen elkander, mannen met mannen schandelijkheid bedrijvende, en de vergelding van hun dwaling, die daartoe behoorde, in zichzelven ontvangende.

28
καικαθωςουκεδοκιμασαντονθεονεχεινενεπιγνωσειπαρεδωκεναυτουςοθεοςειςαδοκιμοννουνποιεινταμηκαθηκοντα
STATEN

En gelijk het hun niet goed gedacht heeft God in erkentenis te houden, zo heeft God hen overgegeven in een verkeerden zin, om te doen dingen, die niet betamen;

29
πεπληρωμενουςπασηαδικιαπορνειαπονηριαπλεονεξιακακιαμεστουςφθονουφονουεριδοςδολουκακοηθειαςqιθυριστας
STATEN

Vervuld zijnde met alle ongerechtigheid, hoererij, boosheid, gierigheid, kwaadheid, vol van nijdigheid, moord, twist, bedrog, kwaadaardigheid;

30
καταλαλουςθεοστυγειςυβρισταςυπερηφανουςαλαζοναςεφευρεταςκακωνγονευσιναπειθεις
STATEN

Oorblazers, achterklappers, haters Gods, smaders, hovaardigen, laatdunkenden, vinders van kwade dingen, den ouderen ongehoorzaam;

31
ασυνετουςασυνθετουςαστοργουςασπονδουςανελεημονας
STATEN

Onverstandigen, verbondbrekers, zonder natuurlijke liefde, onverzoenlijken, onbarmhartigen;

32
οιτινεςτοδικαιωματουθεουεπιγνοντεςοτιοιτατοιαυταπρασσοντεςαξιοιθανατουεισινουμονοναυταποιουσιναλλακαισυνευδοκουσιντοιςπρασσουσιν
STATEN

Dewelken, daar zij het recht Gods weten, (namelijk, dat degenen, die zulke dingen doen, des doods waardig zijn) niet alleen dezelve doen, maar ook mede een welgevallen hebben in degenen, die ze doen.