Ga naar inhoud
KETUVIM

Esther 1

אֶסְתֵּר
Hoofdstukken (15)← → toetsen
123456789101112131415
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
וַ/יְהִ֖י בִּ/ימֵ֣י אֲחַשְׁוֵר֑וֹשׁ ה֣וּא אֲחַשְׁוֵר֗וֹשׁ הַ/מֹּלֵךְ֙ מֵ/הֹ֣דּוּ וְ/עַד כּ֔וּשׁ שֶׁ֛בַע וְ/עֶשְׂרִ֥ים וּ/מֵאָ֖ה מְדִינָֽה־׃
STATEN

Het geschiedde nu in de dagen van Ahasvéros, (hij is die Ahasvéros, dewelke regeerde van Indië af tot aan Morenland toe, honderd zeven en twintig landschappen).

2
בַּ/יָּמִ֖ים הָ/הֵ֑ם כְּ/שֶׁ֣בֶת הַ/מֶּ֣לֶךְ אֲחַשְׁוֵר֗וֹשׁ עַ֚ל כִּסֵּ֣א מַלְכוּת֔/וֹ אֲשֶׁ֖ר בְּ/שׁוּשַׁ֥ן הַ/בִּירָֽה׀׃
STATEN

In die dagen, als de koning Ahasvéros op den troon zijns koninkrijks zat, die op den burg Susan was;

3
בִּ/שְׁנַ֤ת שָׁלוֹשׁ֙ לְ/מָלְכ֔/וֹ עָשָׂ֣ה מִשְׁתֶּ֔ה לְ/כָל שָׂרָ֖י/ו וַ/עֲבָדָ֑י/ו חֵ֣יל פָּרַ֣ס וּ/מָדַ֗י הַֽ/פַּרְתְּמִ֛ים וְ/שָׂרֵ֥י הַ/מְּדִינ֖וֹת לְ/פָנָֽי/ו־׀׃
STATEN

In het derde jaar zijner regering maakte hij een maaltijd al zijn vorsten en zijn knechten; de macht van Perzië en Medië, de grootste heren en de oversten der landschappen waren voor zijn aangezicht;

4
בְּ/הַרְאֹת֗/וֹ אֶת עֹ֨שֶׁר֙ כְּב֣וֹד מַלְכוּת֔/וֹ וְ/אֶ֨ת יְקָ֔ר תִּפְאֶ֖רֶת גְּדוּלָּת֑/וֹ יָמִ֣ים רַבִּ֔ים שְׁמוֹנִ֥ים וּ/מְאַ֖ת יֽוֹם־־׃
STATEN

Als hij vertoonde den rijkdom der heerlijkheid zijns rijks, en de kostelijkheid des sieraads zijner grootheid, vele dagen lang, honderd en tachtig dagen.

5
וּ/בִ/מְל֣וֹאת הַ/יָּמִ֣ים הָ/אֵ֗לֶּה עָשָׂ֣ה הַ/מֶּ֡לֶךְ לְ/כָל הָ/עָ֣ם הַ/נִּמְצְאִים֩ בְּ/שׁוּשַׁ֨ן הַ/בִּירָ֜ה לְ/מִ/גָּ֧דוֹל וְ/עַד קָטָ֛ן מִשְׁתֶּ֖ה שִׁבְעַ֣ת יָמִ֑ים בַּ/חֲצַ֕ר גִּנַּ֥ת בִּיתַ֖ן הַ/מֶּֽלֶךְ׀־־׃
STATEN

Toen nu die dagen vervuld waren, maakte de koning een maaltijd al den volke, dat gevonden werd op den burg Susan, van den grootste tot den kleinste, zeven dagen lang, in het voorhof van den hof van het koninklijk paleis.

6
ח֣וּר כַּרְפַּ֣ס וּ/תְכֵ֗לֶת אָחוּז֙ בְּ/חַבְלֵי ב֣וּץ וְ/אַרְגָּמָ֔ן עַל גְּלִ֥ילֵי כֶ֖סֶף וְ/עַמּ֣וּדֵי שֵׁ֑שׁ מִטּ֣וֹת זָהָ֣ב וָ/כֶ֗סֶף עַ֛ל רִֽצְפַ֥ת בַּהַט וָ/שֵׁ֖שׁ וְ/דַ֥ר וְ/סֹחָֽרֶת׀־־׀־׃
STATEN

Er waren witte, groene en hemelsblauwe behangselen, gevat aan fijn linnen en purperen banden, in zilveren ringen, en aan marmeren pilaren; de bedsteden waren van goud en zilver, op een vloer van porfiersteen, en van marmer, en albast, en kostelijke stenen.

7
וְ/הַשְׁקוֹת֙ בִּ/כְלֵ֣י זָהָ֔ב וְ/כֵלִ֖ים מִ/כֵּלִ֣ים שׁוֹנִ֑ים וְ/יֵ֥ין מַלְכ֛וּת רָ֖ב כְּ/יַ֥ד הַ/מֶּֽלֶךְ׃
STATEN

En men gaf te drinken in vaten van goud, en het ene vat was anders dan het andere vat; en er was veel koninklijke wijn, naar des konings vermogen.

8
וְ/הַ/שְּׁתִיָּ֥ה כַ/דָּ֖ת אֵ֣ין אֹנֵ֑ס כִּי כֵ֣ן יִסַּ֣ד הַ/מֶּ֗לֶךְ עַ֚ל כָּל רַ֣ב בֵּית֔/וֹ לַ/עֲשׂ֖וֹת כִּ/רְצ֥וֹן אִישׁ וָ/אִֽישׁ־׀־־׃
STATEN

En het drinken geschiedde naar de wet, dat niemand dwong; want alzo had de koning vastelijk bevolen aan alle groten zijns huizes, dat zij doen zouden naar den wil van een iegelijk.

9
גַּ֚ם וַשְׁתִּ֣י הַ/מַּלְכָּ֔ה עָשְׂתָ֖ה מִשְׁתֵּ֣ה נָשִׁ֑ים בֵּ֚ית הַ/מַּלְכ֔וּת אֲשֶׁ֖ר לַ/מֶּ֥לֶךְ אֲחַשְׁוֵרֽוֹשׁ׃ס
STATEN

De koningin Vasthi maakte ook een maaltijd voor de vrouwen in het koninklijk huis, hetwelk de koning Ahasvéros had.

10
בַּ/יּוֹם֙ הַ/שְּׁבִיעִ֔י כְּ/ט֥וֹב לֵב הַ/מֶּ֖לֶךְ בַּ/יָּ֑יִן אָמַ֡ר לִ֠/מְהוּמָן בִּזְּתָ֨א חַרְבוֹנָ֜א בִּגְתָ֤א וַ/אֲבַגְתָא֙ זֵתַ֣ר וְ/כַרְכַּ֔ס שִׁבְעַת֙ הַ/סָּ֣רִיסִ֔ים הַ/מְשָׁ֣רְתִ֔ים אֶת פְּנֵ֖י הַ/מֶּ֥לֶךְ אֲחַשְׁוֵרֽוֹשׁ־־׃
STATEN

Op den zevenden dag, toen des konings hart vrolijk was van den wijn, zeide hij tot Mehúman, Biztha, Charbóna, Bigtha en Abagtha, Zethar en Charchas, de zeven kamerlingen, dienende voor het aangezicht van den koning Ahasvéros,

11
לְ֠/הָבִיא אֶת וַשְׁתִּ֧י הַ/מַּלְכָּ֛ה לִ/פְנֵ֥י הַ/מֶּ֖לֶךְ בְּ/כֶ֣תֶר מַלְכ֑וּת לְ/הַרְא֨וֹת הָֽ/עַמִּ֤ים וְ/הַ/שָּׂרִים֙ אֶת יָפְיָ֔/הּ כִּֽי טוֹבַ֥ת מַרְאֶ֖ה הִֽיא־־־׃
STATEN

Dat zij Vasthi, de koningin, zouden brengen voor het aangezicht des konings, met de koninklijke kroon, om den volken en den vorsten haar schoonheid te tonen; want zij was schoon van aangezicht.

12
וַ/תְּמָאֵ֞ן הַ/מַּלְכָּ֣ה וַשְׁתִּ֗י לָ/בוֹא֙ בִּ/דְבַ֣ר הַ/מֶּ֔לֶךְ אֲשֶׁ֖ר בְּ/יַ֣ד הַ/סָּרִיסִ֑ים וַ/יִּקְצֹ֤ף הַ/מֶּ֨לֶךְ֙ מְאֹ֔ד וַ/חֲמָת֖/וֹ בָּעֲרָ֥ה בֽ/וֹ׃
STATEN

Doch de koningin Vasthi weigerde te komen op het woord des konings, hetwelk door den dienst der kamerlingen haar aangezegd was. Toen werd de koning zeer verbolgen, en zijn grimmigheid ontstak in hem.

Op De Naamdragers

Blogs over Esther 1

Nog geen artikelen die specifiek naar Esther 1 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →