Ga naar inhoud
KETUVIM

Prediker 4

קֹהֶלֶת
Hoofdstukken (12)← → toetsen
123456789101112
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
וְ/שַׁ֣בְתִּֽי אֲנִ֗י וָ/אֶרְאֶה֙ אֶת כָּל הָ֣/עֲשֻׁקִ֔ים אֲשֶׁ֥ר נַעֲשִׂ֖ים תַּ֣חַת הַ/שָּׁ֑מֶשׁ וְ/הִנֵּ֣ה דִּמְעַ֣ת הָ/עֲשֻׁקִ֗ים וְ/אֵ֤ין לָ/הֶם֙ מְנַחֵ֔ם וּ/מִ/יַּ֤ד עֹֽשְׁקֵי/הֶם֙ כֹּ֔חַ וְ/אֵ֥ין לָ/הֶ֖ם מְנַחֵֽם־־׀׃
STATEN

Daarna wende ik mij, en zag aan al de onderdrukkingen, die onder de zon geschieden; en ziet, er waren de tranen der verdrukten, en dergenen, die geen trooster hadden; en aan de zijde hunner verdrukkers was macht, zij daarentegen hadden geen vertrooster.

2
וְ/שַׁבֵּ֧חַ אֲנִ֛י אֶת הַ/מֵּתִ֖ים שֶׁ/כְּבָ֣ר מֵ֑תוּ מִן הַ֣/חַיִּ֔ים אֲשֶׁ֛ר הֵ֥מָּה חַיִּ֖ים עֲדֶֽנָ/ה־־׃
STATEN

Dies prees ik de doden, die alrede gestorven waren, boven de levenden, die tot nog toe levend zijn.

3
וְ/טוֹב֙ מִ/שְּׁנֵי/הֶ֔ם אֵ֥ת אֲשֶׁר עֲדֶ֖ן לֹ֣א הָיָ֑ה אֲשֶׁ֤ר לֹֽא רָאָה֙ אֶת הַ/מַּעֲשֶׂ֣ה הָ/רָ֔ע אֲשֶׁ֥ר נַעֲשָׂ֖ה תַּ֥חַת הַ/שָּֽׁמֶשׁ־־־׃
STATEN

Ja, hij is beter dan die beiden, die nog niet geweest is, die niet gezien heeft het boze werk, dat onder de zon geschiedt.

4
וְ/רָאִ֨יתִֽי אֲנִ֜י אֶת כָּל עָמָ֗ל וְ/אֵת֙ כָּל כִּשְׁר֣וֹן הַֽ/מַּעֲשֶׂ֔ה כִּ֛י הִ֥יא קִנְאַת אִ֖ישׁ מֵ/רֵעֵ֑/הוּ גַּם זֶ֥ה הֶ֖בֶל וּ/רְע֥וּת רֽוּחַ־־־־־׃
STATEN

Verder zag ik al den arbeid en alle geschikkelijkheid des werks, dat het den mens nijd van zijn naaste aanbrengt. Dat is ook ijdelheid en kwelling des geestes.

5
הַ/כְּסִיל֙ חֹבֵ֣ק אֶת יָדָ֔י/ו וְ/אֹכֵ֖ל אֶת בְּשָׂרֽ/וֹ־־׃
STATEN

De zot vouwt zijn handen samen, en eet zijn eigen vlees.

6
ט֕וֹב מְלֹ֥א כַ֖ף נָ֑חַת מִ/מְּלֹ֥א חָפְנַ֛יִם עָמָ֖ל וּ/רְע֥וּת רֽוּחַ׃
STATEN

Een hand vol met rust is beter, dan beide de vuisten vol met arbeid en kwelling des geestes.

7
וְ/שַׁ֧בְתִּי אֲנִ֛י וָ/אֶרְאֶ֥ה הֶ֖בֶל תַּ֥חַת הַ/שָּֽׁמֶשׁ׃
STATEN

Ik wendde mij wederom, en ik zag een ijdelheid onder de zon;

8
יֵ֣שׁ אֶחָד֩ וְ/אֵ֨ין שֵׁנִ֜י גַּ֣ם בֵּ֧ן וָ/אָ֣ח אֵֽין ל֗/וֹ וְ/אֵ֥ין קֵץ֙ לְ/כָל עֲמָל֔/וֹ גַּם עיני/ו לֹא תִשְׂבַּ֣ע עֹ֑שֶׁר וּ/לְ/מִ֣י אֲנִ֣י עָמֵ֗ל וּ/מְחַסֵּ֤ר אֶת נַפְשִׁ/י֙ מִ/טּוֹבָ֔ה גַּם זֶ֥ה הֶ֛בֶל וְ/עִנְיַ֥ן רָ֖ע הֽוּא־־־־׀־־׃ עֵינ֖/וֹ
STATEN

Daar is er een, en geen tweede; hij heeft ook geen kind, noch broeder; nochtans is van al zijn arbeid geen einde; ook wordt zijn oog niet verzadigd van den rijkdom, en zegt niet: Voor wien arbeide ik toch, en doe mijn ziel gebrek hebben van het goede? Dit is ook ijdelheid, en het is een moeilijke bezigheid.

9
טוֹבִ֥ים הַ/שְּׁנַ֖יִם מִן הָ/אֶחָ֑ד אֲשֶׁ֧ר יֵשׁ לָ/הֶ֛ם שָׂכָ֥ר ט֖וֹב בַּ/עֲמָלָֽ/ם־־׃
STATEN

Twee zijn beter dan één; want zij hebben een goede beloning van hun arbeid;

10
כִּ֣י אִם יִפֹּ֔לוּ הָ/אֶחָ֖ד יָקִ֣ים אֶת חֲבֵר֑/וֹ וְ/אִ֣י/ל֗/וֹ הָֽ/אֶחָד֙ שֶׁ/יִּפּ֔וֹל וְ/אֵ֥ין שֵׁנִ֖י לַ/הֲקִימֽ/וֹ־־׃
STATEN

Want indien zij vallen, de een richt zijn metgezel op; maar wee den ene, die gevallen is, want er is geen tweede om hem op te helpen.

11
גַּ֛ם אִם יִשְׁכְּב֥וּ שְׁנַ֖יִם וְ/חַ֣ם לָ/הֶ֑ם וּ/לְ/אֶחָ֖ד אֵ֥יךְ יֵחָֽם־׃
STATEN

Ook, indien twee te zamen liggen, zo hebben zij warmte; maar hoe zou een alleen warm worden?

12
וְ/אִֽם יִתְקְפ/וֹ֙ הָ/אֶחָ֔ד הַ/שְּׁנַ֖יִם יַעַמְד֣וּ נֶגְדּ֑/וֹ וְ/הַ/חוּט֙ הַֽ/מְשֻׁלָּ֔שׁ לֹ֥א בִ/מְהֵרָ֖ה יִנָּתֵֽק־׃
STATEN

En indien iemand den een mocht overweldigen, zo zullen de twee tegen hem bestaan; en een drievoudig snoer wordt niet haast gebroken.

Op De Naamdragers

Blogs over Prediker 4

Nog geen artikelen die specifiek naar Prediker 4 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →