Ga naar inhoud
KETUVIM

Prediker 5

קֹהֶלֶת
Hoofdstukken (12)← → toetsen
123456789101112
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
אַל תְּבַהֵ֨ל עַל פִּ֜י/ךָ וְ/לִבְּ/ךָ֧ אַל יְמַהֵ֛ר לְ/הוֹצִ֥יא דָבָ֖ר לִ/פְנֵ֣י הָ/אֱלֹהִ֑ים כִּ֣י הָ/אֱלֹהִ֤ים בַּ/שָּׁמַ֨יִם֙ וְ/אַתָּ֣ה עַל הָ/אָ֔רֶץ עַֽל כֵּ֛ן יִהְי֥וּ דְבָרֶ֖י/ךָ מְעַטִּֽים־־־־־׃
STATEN

Wees niet te snel met uw mond, en uw hart haaste niet een woord voort te brengen voor Gods aangezicht; want God is in den hemel, en gij zijt op de aarde; daarom laat uw woorden weinig zijn.

2
כִּ֛י בָּ֥א הַ/חֲל֖וֹם בְּ/רֹ֣ב עִנְיָ֑ן וְ/ק֥וֹל כְּסִ֖יל בְּ/רֹ֥ב דְּבָרִֽים׃
STATEN

Want gelijk de droom komt door veel bezigheid, alzo de stem des zots door de veelheid der woorden.

3
כַּ/אֲשֶׁר֩ תִּדֹּ֨ר נֶ֜דֶר לֵֽ/אלֹהִ֗ים אַל תְּאַחֵר֙ לְ/שַׁלְּמ֔/וֹ כִּ֛י אֵ֥ין חֵ֖פֶץ בַּ/כְּסִילִ֑ים אֵ֥ת אֲשֶׁר תִּדֹּ֖ר שַׁלֵּֽם־־׃
STATEN

Wanneer gij een gelofte aan God zult beloofd hebben, stel niet uit dezelve te betalen; want Hij heeft geen lust aan zotten; wat gij zult beloofd hebben, betaal het.

4
ט֖וֹב אֲשֶׁ֣ר לֹֽא תִדֹּ֑ר מִ/שֶׁ/תִּדּ֖וֹר וְ/לֹ֥א תְשַׁלֵּֽם־׃
STATEN

Het is beter, dat gij niet belooft, dan dat gij belooft en niet betaalt.

5
אַל תִּתֵּ֤ן אֶת פִּ֨י/ךָ֙ לַ/חֲטִ֣יא אֶת בְּשָׂרֶ֔/ךָ וְ/אַל תֹּאמַר֙ לִ/פְנֵ֣י הַ/מַּלְאָ֔ךְ כִּ֥י שְׁגָגָ֖ה הִ֑יא לָ֣/מָּה יִקְצֹ֤ף הָֽ/אֱלֹהִים֙ עַל קוֹלֶ֔/ךָ וְ/חִבֵּ֖ל אֶת מַעֲשֵׂ֥ה יָדֶֽי/ךָ־־־־־־׃
STATEN

Laat uw mond niet toe, dat hij uw vlees zou doen zondigen; en zeg niet voor het aangezicht des engels, dat het een dwaling was; waarom zou God grotelijks toornen, om uwer stemme wille, en verderven het werk uwer handen?

6
כִּ֣י בְ/רֹ֤ב חֲלֹמוֹת֙ וַ/הֲבָלִ֔ים וּ/דְבָרִ֖ים הַרְבֵּ֑ה כִּ֥י אֶת הָ/אֱלֹהִ֖ים יְרָֽא־׃
STATEN

Want gelijk in de veelheid der dromen ijdelheden zijn, alzo in veel woorden; maar vrees gij God!

7
אִם עֹ֣שֶׁק רָ֠שׁ וְ/גֵ֨זֶל מִשְׁפָּ֤ט וָ/צֶ֨דֶק֙ תִּרְאֶ֣ה בַ/מְּדִינָ֔ה אַל תִּתְמַ֖הּ עַל הַ/חֵ֑פֶץ כִּ֣י גָבֹ֜הַּ מֵ/עַ֤ל גָּבֹ֨הַ֙ שֹׁמֵ֔ר וּ/גְבֹהִ֖ים עֲלֵי/הֶֽם־־־׃
STATEN

Indien gij de onderdrukking des armen, en de beroving des gerichts en der gerechtigheid ziet in een landschap, verwonder u niet over zulk een voornemen; want die hoger is dan de hoge, neemt er acht op; en daar zijn hogen boven henlieden.

8
ה֑וּא וְ/יִתְר֥וֹן אֶ֖רֶץ בַּ/כֹּ֣ל היא מֶ֥לֶךְ לְ/שָׂדֶ֖ה נֶעֱבָֽד׃
STATEN

Het voordeel des aardrijks is voor allen: de koning zelf wordt van het veld gediend.

9
אֹהֵ֥ב כֶּ֨סֶף֙ לֹא יִשְׂבַּ֣ע כֶּ֔סֶף וּ/מִֽי אֹהֵ֥ב בֶּ/הָמ֖וֹן לֹ֣א תְבוּאָ֑ה גַּם זֶ֖ה הָֽבֶל־־־׃
STATEN

Die het geld liefheeft, wordt van het geld niet zat; en wie den overvloed liefheeft, wordt van het inkomen niet zat. Dit is ook ijdelheid.

10
רְא֥וּת בִּ/רְבוֹת֙ הַ/טּוֹבָ֔ה רַבּ֖וּ אוֹכְלֶ֑י/הָ וּ/מַה כִּשְׁרוֹן֙ לִ/בְעָלֶ֔י/הָ כִּ֖י אִם ראית עֵינָֽי/ו־־׃
STATEN

Waar het goed vermenigvuldigt, daar vermenigvuldigen ook die het eten; wat nuttigheid hebben dan de bezitters daarvan, dan het gezicht hunner ogen?

11
מְתוּקָה֙ שְׁנַ֣ת הָ/עֹבֵ֔ד אִם מְעַ֥ט וְ/אִם הַרְבֵּ֖ה יֹאכֵ֑ל וְ/הַ/שָּׂבָע֙ לֶֽ/עָשִׁ֔יר אֵינֶ֛/נּוּ מַנִּ֥יחַֽ ל֖/וֹ לִ/ישֽׁוֹן־־׃
STATEN

De slaap des arbeiders is zoet, hij hebbe weinig of veel gegeten; maar de zatheid des rijken laat hem niet slapen.

12
יֵ֚שׁ רָעָ֣ה חוֹלָ֔ה רָאִ֖יתִי תַּ֣חַת הַ/שָּׁ֑מֶשׁ עֹ֛שֶׁר שָׁמ֥וּר לִ/בְעָלָ֖י/ו לְ/רָעָתֽ/וֹ׃
STATEN

Er is een kwaad, dat krankheid aanbrengt, hetwelk ik zag onder de zon: rijkdom van zijn bezitters bewaard tot hun eigen kwaad.

Op De Naamdragers

Blogs over Prediker 5

Nog geen artikelen die specifiek naar Prediker 5 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →