Ga naar inhoud
KETUVIM

Prediker 8

קֹהֶלֶת
Hoofdstukken (12)← → toetsen
123456789101112
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
מִ֚י כְּ/הֶ֣/חָכָ֔ם וּ/מִ֥י יוֹדֵ֖עַ פֵּ֣שֶׁר דָּבָ֑ר חָכְמַ֤ת אָדָם֙ תָּאִ֣יר פָּנָ֔י/ו וְ/עֹ֥ז פָּנָ֖י/ו יְשֻׁנֶּֽא׃
STATEN

Wie is gelijk de wijze, en wie weet de uitlegging der dingen? De wijsheid des mensen verlicht zijn aangezicht, en de stuursheid zijns aangezichts wordt daardoor veranderd.

2
אֲנִי֙ פִּי מֶ֣לֶךְ שְׁמ֔וֹר וְ/עַ֕ל דִּבְרַ֖ת שְׁבוּעַ֥ת אֱלֹהִֽים־׃
STATEN

Ik zeg: Neem acht op den mond des konings; doch naar de gelegenheid van den eed Gods.

3
אַל תִּבָּהֵ֤ל מִ/פָּנָי/ו֙ תֵּלֵ֔ךְ אַֽל תַּעֲמֹ֖ד בְּ/דָבָ֣ר רָ֑ע כִּ֛י כָּל אֲשֶׁ֥ר יַחְפֹּ֖ץ יַעֲשֶֽׂה־־־׃
STATEN

Haast u niet weg te gaan van zijn aangezicht; blijf niet staande in een kwade zaak; want al wat hem lust, doet hij.

4
בַּ/אֲשֶׁ֥ר דְּבַר מֶ֖לֶךְ שִׁלְט֑וֹן וּ/מִ֥י יֹֽאמַר ל֖/וֹ מַֽה תַּעֲשֶֽׂה־־־׃
STATEN

Waar het woord des konings is, daar is heerschappij; en wie zal tot hem zeggen: Wat doet gij?

5
שׁוֹמֵ֣ר מִצְוָ֔ה לֹ֥א יֵדַ֖ע דָּבָ֣ר רָ֑ע וְ/עֵ֣ת וּ/מִשְׁפָּ֔ט יֵדַ֖ע לֵ֥ב חָכָֽם׃
STATEN

Wie het gebod onderhoudt, zal niets kwaads gewaar worden; en het hart eens wijzen zal tijd en wijze weten.

6
כִּ֣י לְ/כָל חֵ֔פֶץ יֵ֖שׁ עֵ֣ת וּ/מִשְׁפָּ֑ט כִּֽי רָעַ֥ת הָ/אָדָ֖ם רַבָּ֥ה עָלָֽי/ו־־׃
STATEN

Want een ieder voornemen heeft tijd en wijze, dewijl het kwaad des mensen veel is over hem.

7
כִּֽי אֵינֶ֥/נּוּ יֹדֵ֖עַ מַה שֶּׁ/יִּֽהְיֶ֑ה כִּ֚י כַּ/אֲשֶׁ֣ר יִֽהְיֶ֔ה מִ֖י יַגִּ֥יד לֽ/וֹ־־׃
STATEN

Want hij weet niet, wat er geschieden zal; want wie zal het hem te kennen geven, wanneer het geschieden zal?

8
אֵ֣ין אָדָ֞ם שַׁלִּ֤יט בָּ/ר֨וּחַ֙ לִ/כְל֣וֹא אֶת הָ/ר֔וּחַ וְ/אֵ֤ין שִׁלְטוֹן֙ בְּ/י֣וֹם הַ/מָּ֔וֶת וְ/אֵ֥ין מִשְׁלַ֖חַת בַּ/מִּלְחָמָ֑ה וְ/לֹֽא יְמַלֵּ֥ט רֶ֖שַׁע אֶת בְּעָלָֽי/ו־־־׃
STATEN

Er is geen mens, die heerschappij heeft over den geest, om den geest in te houden; en hij heeft geen heerschappij over den dag des doods; ook geen geweer in dezen strijd; ook zal de goddeloosheid haar meesters niet verlossen.

9
אֶת כָּל זֶ֤ה רָאִ֨יתִי֙ וְ/נָת֣וֹן אֶת לִבִּ֔/י לְ/כָֽל מַעֲשֶׂ֔ה אֲשֶׁ֥ר נַעֲשָׂ֖ה תַּ֣חַת הַ/שָּׁ֑מֶשׁ עֵ֗ת אֲשֶׁ֨ר שָׁלַ֧ט הָ/אָדָ֛ם בְּ/אָדָ֖ם לְ/רַ֥ע לֽ/וֹ־־־־׃
STATEN

Dit alles heb ik gezien, toen ik mijn hart begaf tot alle werk, dat onder de zon geschiedt: er is een tijd, dat de ene mens over den anderen mens heerst, hem ten kwade.

10
וּ/בְ/כֵ֡ן רָאִיתִי֩ רְשָׁעִ֨ים קְבֻרִ֜ים וָ/בָ֗אוּ וּ/מִ/מְּק֤וֹם קָדוֹשׁ֙ יְהַלֵּ֔כוּ וְ/יִֽשְׁתַּכְּח֥וּ בָ/עִ֖יר אֲשֶׁ֣ר כֵּן עָשׂ֑וּ גַּם זֶ֖ה הָֽבֶל־־׃
STATEN

Alzo heb ik ook gezien de goddelozen, die begraven waren, en degenen, die kwamen, en uit de plaats des Heiligen gingen, die werden vergeten in die stad, in dewelke zij recht gedaan hadden. Dit is ook ijdelheid.

11
אֲשֶׁר֙ אֵין נַעֲשָׂ֣ה פִתְגָ֔ם מַעֲשֵׂ֥ה הָ/רָעָ֖ה מְהֵרָ֑ה עַל כֵּ֡ן מָלֵ֞א לֵ֧ב בְּֽנֵי הָ/אָדָ֛ם בָּ/הֶ֖ם לַ/עֲשׂ֥וֹת רָֽע־־־׃
STATEN

Omdat niet haastelijk het oordeel over de boze daad geschiedt, daarom is het hart van de kinderen der mensen in hen vol om kwaad te doen.

12
אֲשֶׁ֣ר חֹטֶ֗א עֹשֶׂ֥ה רָ֛ע מְאַ֖ת וּ/מַאֲרִ֣יךְ ל֑/וֹ כִּ֚י גַּם יוֹדֵ֣עַ אָ֔נִי אֲשֶׁ֤ר יִהְיֶה טּוֹב֙ לְ/יִרְאֵ֣י הָ/אֱלֹהִ֔ים אֲשֶׁ֥ר יִֽירְא֖וּ מִ/לְּ/פָנָֽי/ו־־׃
STATEN

Hoewel een zondaar honderdmaal kwaad doet, en God hem de dagen verlengt; zo weet ik toch, dat het dien zal welgaan, die God vrezen, die voor Zijn aangezicht vrezen.

Op De Naamdragers

Blogs over Prediker 8

Nog geen artikelen die specifiek naar Prediker 8 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →